|
WELKOM op deze pagina van de "BEEMSTER KEYSER"
Geïnspireerde Amstel Strijkers excelleren in 20e eeuw
Middenbeemster. Zaterdag 16 december was de Keyser-kerk van Middenbeemster voor de derde keer de locatie die het Amstel Strijkers Ensemble had gekozen voor haar momentele programma dat drie boeiende componisten uit de 19e en 20e eeuw vermeldde. Aan die derde keer zal de voortreffelijke
akoestiek van de gerestaureerde Keyser-kerk zeker debet zijn. Het bijzondere van die akoestiek is dat ook bij een redelijk gevulde kerk als zaterdagavond de ruimte prima blijft klinken voor niet al te grote ensembles als de Amstel Strijkers.

Voor de pauze speelden de 25 strijkers werken van Janacek en Malipiero. In zo’n samenstelling van alleen strijkers wordt een hoge wissel getrokken op de zuiverheid en ontspanning in het musiceren. Het ensemble, bestaande uit zeer gevorderde amateurs en enige conservatorium-afgestudeerden, had aanvankelijk dan ook
wat moeite die zuiverheid en ontspanning te realiseren. De zesdelige Suite van Janacek stelt flinke eisen, technisch was het bij de strijkers behoorlijk voor elkaar, die zuiverheid was in de lage registers uitstekend, in de hoge ligging had men wel eens moeite de homogene totaalklank te handhaven. De Suite uit 1877 is pure 19e
eeuwse romantiek en Janacek was een meester in de “wegstervende klank”. Gaandeweg werd dat steeds beter gepraktiseerd. Vooral het tweede adagio klonk fraai met een mooie inzet van de bassectie plus een zangrijke bijdrage van de eerste cellist. De afronding in het laatste andante tekende de toenemende trefzekerheid van het
ensemble.
De minder vaak gespeelde Italiaan Malipiero stond al volledig in de 20e eeuw, maar greep in zijn Rispetti e Stramboti terug op twee oude versvormen. Het boerse versus eerbiedige van de twee onderliggende Italiaanse gedichten werd door de musici mooi tot klinken gebracht. Weg contrapunt en thematische
behandeling, het betrof nu de 20e eeuw en daar golden andere maatstaven. Al doende werden de twintig korte deeltjes geconcentreerd en toenemend muzikaal gebracht. Dat bij het slot zo’n trits tweeëndertigste noten wat minder punctueel klinkt maar meer als een streep door de kerk gaat, is te accepteren, daarna klonken de lange
slotakkoorden in lage ligging buitengewoon fraai, dat leek wel de specialiteit van de Amstel Strijkers.
Het ensemble werkt met wisselende dirigenten en deze keer was de leiding in handen van Kees Olthuis, één van de beste fagottisten van het land, die overigens ook naam maakte als componist. Hij dirigeerde rustig maar alert.
De echte muzikale emotie verscheen na de pauze en daar leende het Divertissement van Jacues Ibert zich uitstekend voor. Aanvankelijk geschreven als entr’acte muziek bij een toneelstuk van Labiche, maakte Ibert er in 1930 een suite van met de naam Divertissement.

Het bijbehorende toneelstuk werd in Middenbeemster verklankt door verteller Bob Vinkenoog die dat met de nodige dictie en mimiek op voortreffelijke wijze deed. Zijn humoristische vertelling werd steeds op vloeiende wijze onderbroken door de zes delen van het Divertissement. En het ensemble, nu aangevuld met vijf
blazers en de piano, excelleerde hier volstrekt. Daar zat, behoudens de hobo, nu een compleet symfonieorkest in kleine bezetting en dat maakte in de ruimte grote indruk. Met volledige greep op de materie werd er geconcentreerd en ontspannen gemusiceerd. Het gematigd moderne idioom van Ibert liep soms uit naar pure aanstekelijke
luistermuziek, vooral de laatste drie delen hielden de toehoorders nauwelijks op de stoel. Mede dankzij de uitstekende blazerssectie. En toen Bob Vinkenoog in de Finale als echte Franse gendarme, voorzien van pet en snerpend fluitje, zijn muzikale bijdrage leverde, was het feest compleet. En toch alles mooi in de maat en met
een nu prachtige totaalklank.
Het Amstel Strijkers Ensemble mag weer terugkomen in de Keyser-kerk!
D.R.
Zie ook even de slide-show:


|