|
WELKOM op deze pagina van de "BEEMSTER KEYSER"
Oude
Muziek Concerten
door Mayumi Eguro
en Hylke Rozema in de Keyser Kerk
26 september 2008.
Uniek concert in de Beemster Keyser
Start van
Japanse
tournee op natuurhoorn en fortepiano.
Door Hylke Rozema en Mayumi Eguro

Op 26 September gaven Mayumi Eguro en Hylke Rozema
een concert in
Middenbeemster. Zij lieten repertoire voor
de natuurhoorn en fortepiano horen. Naast bekende
componisten als Mozart en Beethoven zal werk van Kuhlau,
Gallay en Danzi worden gespeeld.
De twee musici studeerden beiden aan het Conservatorium
van Amsterdam, afdeling Oude Muziek. Gedurende hun
master studie hebben Mayumi en Hylke onderzocht welke
instrumenten en speelstijlen werden gebruikt in de
klassieke en vroeg romantische tijd.
Voor de uitvoering van het repertoire
was gekozen voor
een gerestaureerde fortepiano, een vleugel uit 1805
afkomstig uit de omgeving van Wenen. De originele
bouwer, Anton Zierer, heeft dit instrument gemaakt
volgens een ontwerp dat veel verwantschap heeft met de
late clavecimbels uit Oostenrijk. Vleugels waren in die
tijd zeer zeldzaam en kostbare instrumenten. De
bouwstijl van dit type fortepiano kenmerkt zich door het
eenvoudige, zeer licht en gebalanceerde
aanslagmechanisme. Zangbodem, besnaring en
aanslagmechanisme van deze fortepiano geeft ieder
register een eigen stem. Verschillen tussen discant,
tenor en bas zijn elementen uit de pianohistorie die bij
moderne vleugels minder terug te vinden zijn. Deze
eigenschappen geven de fortepianist de mogelijkheid om
zeer dynamisch en met veel klankvariatie te spelen.
Hylke bespeelt tijdens de concerten een replica van een
instrument 1820 uit Parijs van de bouwer Courtois. De
natuurhoorn, zònder ventielen, is de voorloper van de
moderne hoorn. Toonladders en melodiën worden gespeeld
door gebruik te maken van de natuurtonenreeks en de
handstoptechniek. Door de handstoptechniek in de beker
kunnen tonen uit de natuurtonenreeks verhoogd of
verlaagd worden. Daarmee wordt het mogelijk om alle
tonen te spelen.
In 1800 schreef Beethoven voor de beroemde hoornist
Giovanno Punto voor het eerst een sonate voor
natuurhoorn en fortepiano. In navolging op deze
succesvolle samenwerking schreven ook componisten als
Kuhlau en Danzi voor deze combinatie.
Interessant is dat de instrumenten uit de negentiende
eeuw zeer veel afwijken van de hedendaagse instrumenten.
Componisten als Beethoven en Mozart wisten hoe ze voor
deze oude instrumenten moesten componeren. De
klankrijkdom en speeltechnieken van de historische
instrumenten voegt daardoor extra dimensies toe aan de
muziek.
Het duo geeft in verschillende ensemble vormen tot en
met 2009 verschillende concerten in de Beemster Keyser.
Eind november wordt een barokconcert gegeven met muziek
voor blaasensemble op historische instrumenten.

Het
programma zal ook worden gespeeld op 15-16-17 en 25
oktober in Japan met ondersteuning van de Nederlandse
Ambassade,
www.hylkerozema.nl

Hieronder de recensie, door
EUGÈNE BESANÇON (NHD.), van deze geslaagde
première
Middenbeemster 26
sept. '08.
Rijke
klankkleur van Natuurhoorn
Concert
door Mayumi Eguro (fortepiano) en Hylke Rozema (natuurhoorn).
Aan het begin van de
negentiende eeuw werd de hoorn van kleppen en ventielen voorzien.
Het speelgemak werd daardoor aanzienlijk vereenvoudigd. Zonder
omwegen konden alle tonen binnen een octaaf worden geproduceerd.
Toch zijn er bespelers die nog
graag teruggrijpen naar de natuurhoorn, het instrument van voor die
ontwikkeling. Niet alleen om de oorspronkelijke muziek voor dat
instrument tot klinken te brengen, maar vooral ook vanwege zijn
rijkere en gevarieerder klankkleur. Het vraagt wel een gedegen
studie. Vereist wordt een uiterst subtiele techniek waarbij de tonen
worden gevormd door de hand binnen het uiteinde van de buis.
Daarnaast vraagt het voor iedere toonsoort een aparte
buisverlenging die even subtiel moet worden aangeschoven.
Hylke Rozema, getogen in de
Beemster, specialiseerde zich na het conservatorium in de
barokmuziek en mag zich Master of Arts op de natuurhoorn noemen.
Zondag gaf hij in de Keyserkerk in Middenbeemster een concert
waarbij hij een kopie van een Parijse natuurhoorn uit 1820
bespeelde.
Hij werd daarbij bijgestaan door
de Japanse pianiste Mayumi Eguro, Ook zij bespeelde een voor
moderne begrippen afwijkend instrument. Gebruik maakte zij van een
originele fortepiano uit 1805. Een kleine vleugel met een beperkte
klavieromvang, een eenvoudig aanslagmechanisme en twee even
technisch eenvoudige pedalen die door de knieën moeten worden
bediend. Een ragfijn instrument met in de verschillende toonlagen
eigen klankkleuren die vooral in de hogere regionen verwantschap
laten zien met het klavecimbel. De specifieke geaardheid van de
instrumenten- kwamen het best tot uiting in solostukken.
Een ruime demonstratie van de
mogelijkheden van de natuurhoorn werd gegeven in twee 'Caprices' van
Jacques Francois Gallay, die de componist in 1837 voor het
instrument schreef. Egoru bracht de bekendere "Tempest-sonate' van
Beethoven waardoor een vergelijking met eigentijdse opvattingen goed
kon worden gemaakt. Waar de twee instrumenten werden samengebracht,
moest men wennen aan het verschil in toonkracht. Het contrast tussen
de ronde en volle blaastonen en de transparante klank van de piano
maakte het samenspel niettemin inzichtelijk. Dat was ook te danken
aan de uiterst goed op elkaar ingespeelde muzikanten.
EUGÈNE BESANÇON
De beelden spreken voor zich, klik
ter vergroting
 |