|
Middenbeemster, 10 juli 2011
Water, alles schoon, nieuw begin ..
Uiteraard
niet om regen te bezweren, maar de maand juli staat dit jaar
kerkelijk in 'het teken van waterverhalen. Vorige week openden wij
de reeks, met het 'verhaal van den beginne' uit Genesis 1.
In
het begin was er overal water, alles stroomde, nergens vaste grond
om te staan. Toen scheidde God water en land, en hij zag dat het
goed was. Het verhaal van vandaag begint ermee, dat het niet goed
is!
De
landbewoners maken er een zooitje van, en God zet alles weer onder
water als een soort grote schoonmaak, basis van een nieuw begin.
Uiteindelijk fladdert er in dat verhaal opnieuw de duif van hoop,
zoals 'in de beginne', en boven de duif straalt een regenboog van
belofte ..
Daarbij vieren wij vanmorgen in Middenbeemster de doop, van maar
liefst drie dopelingen: Job Elias Westland, Helena Erika Frankje de
Vries en Lynn Johanna Mechielsen.
Muzikale medewerking is er van Femke Leek, zang met Peter van Voorst
achter orgel en piano. Een goede dienst toegewenst! Fijn dat u er
bent, dat jullie er zijn!
Zie: EEN BIJNA
VERWAAIDE OVERWEGING...
Zie
de foto-impressie uit deze bijzondere dienst(klik op
het eerste plaatje)
EEN BIJNA
VERWAAIDE OVERWEGING . .
Bij de doop van Job, Lynn en Heléna . .
Van
tevoren was al duidelijk dat het een beetje vol zou worden met drie
dopelingen op één zondag. Maar door omstandigheden was het zo
gelopen en de dienst in de kapel was toen allang gepland. Het werd
een feestelijke doopdienst, maar voor het eerst in 15 jaar was er
geen tijd meer voor overweging en voor het lied na de preek en de
collecte. Bij deze alsnog iets van die preek . .
Water staat in Bijbelverhalen enerzijds voor alles wat levenbrengend
is, wat droge bodem weer zacht maakt, en leven weer vruchtbaar.
Anderzijds staat het voor alles wat goed leven kan overspoelen, en
waarin mensen kopje onder kunnen gaan.
Het is alsof kinderen die dubbelheid van water onbewust hebben
meegekregen. Enerzijds trekt water ze aan, anderzijds hebben ze er
vaak een natuurlijk respect voor. Wij waren de afgelopen week met
onze kleindochters aan het strand, en dan zie je dat heel goed. De
vloedlijn trekt aan; het liefst hollend er naartoe, of kruipen zo
hard je kan. Maar eenmaal bij het water, is er respect, zeker voor
golven, die zomaar op je af komen rollen. En dan is het zeewater ook
nog koud. Maar zelfs als het water warm is, in bad bijvoorbeeld, dan
is wa- ter wat over je hoofd stroomt vaak niet meteen een succes.
Water en ademen gaat slecht samen!
En dan hebben kinderen nog geen enkel bewust besef, dat het echt mis
kan gaan. Als kleuter ben ik een keer van een kademuur in het water
gevallen. De muur was een paar meter hoog, dus op eigen beweging was
ik daar nooit uitgekomen.
Maar zowel op het moment zelf, als daarna, is er nooit een besef
geweest van iets heel ergs. Het was te groot om voor te stellen. Zo
is dat bij kinderen, maar bij volwassen is dat vaak niet zoveel
anders. Volwassenen kunnen de gevaren van water veel beter
inschatten. Toch hebben ook zij niet echt een besef van de absolute
kracht ervan
Zo is dat met het letterlijke water van rivieren en oceanen, maar
vooral ook figuurlijk gesproken, met alle toestanden en rampen die
over mensen heen kunnen spoelen. Als dat te groot wordt, hebben wij
al heel snel het idee: “Het zal zo ’n vaart niet lopen, en als de
nood hoog is, vind ik wel een droog plekje.”
Maar hoe ziet zo ’n droog plekje eruit? Wat echt water betreft, als
kind gaf het mij een goed gevoel dat wij op zolder een rubberboot
hadden liggen. Dus mochten die Zeeuwse dijken het weer eens begeven,
dan zat het wel goed. Nu heb ik geen rubberboot meer, terwijl wij in
de Beemster wel een paar meter onder zeeniveau zitten. Gelukkig heb
ik wel de sleutel van de kerk in Middenbeemster en boven de
kerkruimte zit een prachtige hoge en droge ruimte. Dus dat zit wel
goed . .
Maar bij alle grappenmakerij, wat zijn droge plekken als golven van
chaos over ons heen rollen. Waar zijn de eilandjes die het houden en
die voorkomen dat wij kopje onder gaan?
In
de film Schindler ’s list laat de vrijbuiter en zakenman Oscar
Schindler een lijst laat opstellen met Joden die hij van de Nazi ’s
koopt om in zijn fabrieken te werken. Wie niet op de lijst staat
krijgt een enkele reis naar het concentratiekamp. Wie er wel op
staat blijft leven. Die lijst was daarmee zo ’n droge plek, als een
ark op woelige baren.
Daarmee zijn wij bij dat prachtige verhaal van de ark van Noach. Ook
daarin gaat het om zo ’n dro- ge plek, en de ark is zo ’n plek.
Overigens gaat het bij de ark voor de goede verstaander niet om een
gezellige beestenboel maar juist om orde en regels. De joodse
leefregels, de tien geboden en meer, worden sinds jaar en dag
bewaard in een ark. Eerst was dat een grote kist, tegenwoordig is de
ark de grote kast die in elke joodse synagoge staat De ark staat dus
voor die regels Houd je eraan en je zult droge voeten houden!
Geloven is in die zin als opvoeden. Het gaat om orde en regels. En
eigenlijk gaat om datgene wat daaraan voorafgaat: ONDERSCHEID EN
VERSCHIL MAKEN. Zoals God in het begin het licht van het donker
scheidt, en het droge waar je kunt staan, van het water waarin je
moet zwemmen. Zo worden wij mensen ook gevraagd om onderscheid te
maken! Onderscheid tussen wat zwak is en wat geholpen moet worden,
en tussen wie sterk zijn en kunnen helpen. Verschil tussen licht en
donker, en tussen wat goed is en kwaad. Het kwade mag er zijn!
Anders heb je nooit iets goed te maken en dat zijn vaak belangrijke
momenten. Maar het verschil moet duidelijk zijn! Het duistere of
‘kwade’ is niet het probleem, maar als je er geen verschil meer
tussen ziet. Of de onverschilligheid, dat het allemaal niet
uitmaakt!
Het maakt wel uit! Mens-zijn is volgens de oude Bijbelverhalen
verschil maken en het verschil willen zijn. Dat is een moeizame
bezigheid. Moeizaam als een jaar op een ark met beesten, wat ook
iets anders is dan een dagje naar de dierentuin. Maar
onverschilligheid is volgens de bijbel geen optie. Dat is als
drijfzand. Je kan er niet staan, je kan er niet zwemmen, je zakt er
alleen maar langzaam in weg!
Continu de onverschilligheid op afstand houden is vermoeiend als
kinderen opvoeden, en het is nooit af. Maar soms, en als je er open
voor bent vaker, is het alsof de duif van Gods geest op je schouders
land. Dan wordt je beloond met levenszin en levensmoed van
binnenuit, bijna als vanzelf. Dan sta je plotseling op een stukje
droog land, waarvan je weet, dit houdt!
Als wij kinderen iets mee willen geven in hun leven, laat het dan
niet alleen rekenen en taal zijn. Laten wij ze niet alleen hun
handen leren gebruiken, of hun voeten, om zo goed mogelijk tegen een
bal te schoppen, of om zo lang mogelijk in plié op hun tenen te
kunnen staan. Laten wij kinderen ook een levend besef meegeven, dat
het belangrijk is om verschil te maken, en om soms ook het verschil
te zijn, tussen licht en donker, tussen goed en beter. Opdat ook zij
bij tijd en wijle dat cadeautje krijgen van levenszin en levensmoed
van binnen, uit. Als een duif die op hen land, als een God die er
voor hen is! En het vertrouwen wat daarbij hoort: van droog plekje
te hebben, wat het houdt!

 |