Diaconale OpbouwWerker Marie Schroevers
Nadere kennismaking:
(Onderstaand is een bewerking van de woorden waarmee Marie op zondag 5 januari '03, de taak van opbouwwerker op zich nam)
Ik kan het me nog precies herinneren: zes jaar geleden bij een kennismakingsgesprek met de kerkenraad. Nico was beroepen tot predikant in de Beemster en natuurlijk wilde men
ook zijn echtgenote leren kennen die met hem en twee kinderen de pastorie zou betrekken. Eén zin werd daarbij door Charles Lourens nadrukkelijk uitgesproken: “Marie, wij zijn blij met jullie maar wij verwachten van jou
niets.”
Even keek ik verbaasd, want voor Nico en mij was het van meet af aan duidelijk dat wij er samen voor gingen. Ze wilden mij beschermen voor de druk die in vroegere tijden op
een ‘domineesvrouw’ lag. Vrouwen hebben hun eigen bestaan, hun eigen beroep en hun eigen inkomen.
Uit de voormalige DDR
Ik ben eind 1989 uit de voormalige DDR met drie kinderen naar Nederland gekomen. Kort voor de “Wende” zijn Nico en ik nog in Oostduitsland getrouwd. Ik heb aan de
Humboldt-Universiteit in Berlijn pedagogiek en Duitse taal- en letterkunde gestudeerd. Tijdens het lange ziekbed van mijn eerste man begon ik een theologische opleiding aan een Hogeschool in Potsdam, omdat ik niet meer als lerares in
een socialistisch onderwijssysteem wilde werken. Ik heb deze opleiding als pastoraal werkster afgesloten. Gelijktijdig werd deze opleiding ook voor maatschappelijk werkster erkend.
Bijna tien jaar heb ik in een dorp in het zuiden van Oostduitsland in een lutherse gemeente gewerkt. Ik kreeg met alles te maken wat in zo’n dorpsgemeenschap plaatsvindt:
geboorte, doop, belijdenis, dood, rouw, ouderen, jongeren (nog net geen hangplek), kerkgebouw, kerkenerf en mensen. Na het overlijden van mijn man werkte ik fulltime. Het waren intensieve jaren. Ik heb daarbij mijn hart aan de mensen
met wie ik mijn leven deelde, verpand.

de Lutherse kerk van
Morgenröthe-Rautenkranz(rechts het huis waar Marie woonde)
Kerk – zijn: leven delen met elkaar
Leven met elkaar delen vind ik heel belangrijk. Kerk-zijn betekent voor mij: het leven delen met de mensen in mijn omgeving.
Dat lijkt natuurlijk in een dorp makkelijker dan in een stad. Toen wij ons in Amsterdam vestigden werd het stadsdeel Westerpark als het ware ons dorpje. Iedereen kent iedereen
en de Nassaukerk werd een plek waar we ons thuis voelden. Ik heb een aantal jaar als vrijwilligster in kerk en buurt geholpen. Koffie- en inloopprojecten voor daklozen en drugsgebruikers begeleid.
Kerkasiel, vluchtelingen en kerkgangers zoals u en ik meegemaakt.
In de Beemster kon ik me uitleven op allerlei gebied, want overal zijn vrijwilligers nodig. In eerste instantie wilden wij samen op deze plek aan de slag. Nico als predikant
en ik als zijn steun en toeverlaat: achter hem, naast hem?
Vaclav Havel
Ik heb die jaren als vrijwilligster in de Hervormde Gemeente, de Oecumene en de Poldergemeenschap nooit als een belemmering voor mijzelf ervaren. Dat heeft er natuurlijk mee
te maken dat je gewaardeerd wordt, door mijn partner, de kerkenraad en de mensen zelf.
Als gemeente stimuleren wij ons onderling continu. Het gaat er daarbij om dat iets zinvol is onafhankelijk van de afloop, het resultaat.
Dit hebben wij op de oudejaarsavond met de woorden van Vaclav Havel gezegd.