PROTESTANTSE GEMEENTE BEEMSTER

 

 

"ROND KERK & KAPEL"

Home

Info

Actueel

Jeugd

Overweging

Geschiedenis

Foto's

Andere Kerken

Bestuur...

Restauratie

"De Beemster Keyser"

 

LEF .. OM VOORUIT TE KIJKEN..

Overweging

 

HISTORISCHE KERKDIENST -

20 mei 2007 OP WEG NAAR 400 JAAR BEEMSTERPOLDER

 

In het jaar 1999 organiseerde de Beemsterse Raad van Kerken een eerste Historische Kerkgang. Het werd een mooi geheel met veel verkleedde Beemsterlingen, koetsjes, zelfs een heuse historische fietser. De datum was destijds vrij willekeurig gekozen, het accent lag duidelijk op de ontmoeting tussen de verschillen de kerken en tradities.

 

Deze keer is de datum wel bewust gekozen: 400 jaar octrooiverlening aan Dirck van Oss en kompanen, én vijf jaar voor ‘400 jaar Beemster’! Het kader is daarmee breder dan de ontmoeting tussen de kerken. Het gaat om onze polder in het geheel. Toen, in het prille begin, en nu …

 

21 mei 1607 verleent Johan van Oldenbarneveldt octrooi aan Hendrik en Dirk van Oss.  19 mei, 1612 is de drooglegging van de Beemster definitief klaar (40 jaar na het eerste plan) Alle reden om 20 mei 2007, precies in het midden van die twee historische data een 2e Historische Kerkdienst  te organiseren.


De dag begint met een Kerkdienst in de Kerk in de Midden.


Bij de liturgie.
Terwijl de laatste koetsjes nog aangerold komen en de historische kerkgang zich aan het ontvouwen is, heten wij u allen van harte welkom, in tenue van toen of in kleding van heden: Hartelijk welkom namens de Beemsterkerk, en namens allen die deze dag hebben voorbereid.

De dijkgraaf zelf zal u zo dadelijk met gesproken woord begroeten.

 

Wij staan vanmorgen stil bij de ondertekening van het octrooi op 21 mei 1607, precies 400 jaar geleden. Op die dag staan Dirck en Hendrik van Oss, Arent ten Grootenhuis, Jan Claasz. Crook en consorten - in totaal 15 octrooianten voor de landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt. Deze verleent hen octrooi voor de Beemster met de verplichting het werk binnen 4 jaar te voltooien.

Ze gingen ervoor, keken met lef vooruit. Wie "a" zegt, zegt "B"eemster.

 

Historisch zijn vanmorgen niet alleen de kleding" en de koetsjes, ook de liturgie. Om te beginnen zwijgt het orgel, zoals het dat 400 jaar ook deed. In plaats daarvan neemt een groep voorzangers onze samenzang op sleeptouw.

Wij verheugen ons ook in de medewerking van de Renaissancegroep Huismuziek Amsterdam o.l.v. Heleen Gerretsen. In kerkdiensten zal hun muziek destijds niet gespeeld zijn, maar wel in de concertzalen. Zo is het vanmorgen natuurlijk ook 'geschiedenis met een knipoog'.

--

 

Op het eind laat Peter van Voorst dan ook gewoon het orgel galmen bij een speciaal voor deze dag geschreven lied, op bekende melodie.

Het octrooi werd getekend

Melodie: De ware kerk des Heren

 

1. Het octrooi werd getekend,

het fundament gelegd,

kwadranten scherp berekend,

met wegen zo kaarsrecht.

De kooplieden betaalden,

zij hadden geld genoeg,

wat zij van verre haalden,

voor Bamestra genoeg.

2. Vijf kerken zou men bouwen,

slechts èèn kwam er tot stand,

die was voor trouwen rouwen,

in 't Beemster polderland.

De Keyser kreeg de opdracht,

ontwierp een mooie kerk,

dat was wat men ook toen dacht:

het ware Godes werk.

 

 

Peter Heerschop, tenslotte, zal u namens het voorbereidende comité iets vertellen over het vervolg. Een mooie dienst en een mooie dag toegewenst!

 

 

In bijgaande slide-show kunt U nog even terugblikken op deze geslaagde Kerkdienst:

 

 


 

Overweging

Beste Beemsterlingen.

Als ik jullie hier zie zitten, begrijp ik voor het eerst waarom dit kerkgebouw zo weinig kleuren kent. Als de mensen 400 jaar geleden, er maar half zo kleurrijk uitzagen als jullie nu, wat heeft dit huis dan verder nog voor kleuren nodig? Jullie zien er prachtig uit! Hulde aan de dames, die eindelijk weer allemaal prinses, herenboerin of freule zijn.

 

Hulde aan de heren, waarvan velen zich ongetwijfeld minder graag verkleedden, maar die wel die moeite hebben gedaan - die nobelheid straalt van jullie af. Hulde ook aan allen die buiten druk in de weer zijn, om ook daar als wij straks naar buiten komen een mooi historisch plaatje te creëren. Hulde tenslotte aan allen die deze dag op de been zijn gekomen, om er in geur en kleur bij stil te staan, hoe 400 jaar geleden 15 mensen de moed opvatten tot het droogleggen van het Beemster meer.

Vijftien mensen waren het toen, en geen van hen wist bij benadering aan welk avontuur ze precies zouden beginnen. Nooit eerder was een project van die omvang gerealiseerd. De Zijpepolder die was drooggelegd was veel kleiner en ook daar ging het niet van een leien dakje. Hoe zou het hier gaan? Ze wisten het niet? Zoals ze er ook geen idee van hadden op welke weerstanden ze zouden stuiten. Elke nieuwe beweging creëert immers zijn weerstand. Dat is één van de basiswetten van de natuurkunde, en wij weten allen, dat het zo ook werkt bij mensen.

Elke nieuwe stap creëert weerstand en tegenstand. Zo was het toen, zo is het nu, en zo zal het ook altijd zijn. In die tijd 400 jaar geleden kwam die weerstand o.a. van vissers die bang waren hun handel te verliezen, en die bij nacht en ontij de pas opgeworpen dijken doorprikten. Tegenstand kwam er ook van omliggende steden en dorpen, die allerlei claims en eisen stelden. Zo was er nog meer weerstand. Maar de vijftien gingen ervoor, en gelukkig was er ook meewind.

Zo lag er tussen het indienen van het verzoek tot drooglegging en het verlenen van het octrooi slechts enkele weken, Geen tijdrovende procedures of deprimerende wachttijden, maar een staaltje ongekende daadkracht! Ook toen het tegenzat, bijvoorbeeld. in jan. 1610. De dijken braken als gevolg van een zware storm door en de bijna drooggelegde polder liep opnieuw onder water. Binnen een maand was er een regeling voor belastingverlaging voor degenen die verder zouden gaan met dit unieke project. Dat was de daadkracht van de republiek der zeven provincieën. Op dat fundament is onze polder gebouwd!

Het begon met die vijftien investeerders Durfkapitalisten zouden wij ze nu misschien noemen, maar dat klopt niet helemaal. Durf hadden ze, maar in tegenstelling tot de hedge-fondsen van deze tijd ging het deze heren niet alleen om rendement en kille winstcijfers. Natuurlijk daar ging het ook om – het waren ook handelslieden. Maar daarnaast wilden ze ook iets moois creëren en zo was hun investering er ook één met maatschappelijk belang. In plaats van het woordje “durf” zou ik daarom liever het woordje “lef” willen gebruiken. In lef zit dezelfde risicobereidheid, maar in dat woordje klinkt meer door. In de joodse taal is lef het woord voor hart; en zo is het ook in onze taal terechtgekomen. Onze polder is ontstaan uit ondernemerschap en risicobereidheid, maar ook uit de hartenwens iets moois en iets goeds te creëren! Dat is gelukt!

De risicobereidheid van de polderdroogleggers was overigens wel een beetje noodgeboren. Dirk en Hendrik van Oss, twee grote trekkers van het project moesten na de val van Antwerpen vluchten uit de Zuidelijke Nederlanden. Vluchtelingen waren ze, niet onbemiddeld, maar toch: Weg van huis en haard! Toen ze met hun kapitaal in Amsterdam aankwamen waren de meest lucratieve markten allang vergeven. Alle veilige stoelen waren bezet. Zo moesten ze zich wel richten op risicomarkten, waar anderen geen zin in handen. Op scheepsreizen naar nieuwe continenten, waar van alles mis kon gaan, en dus ook op risicovolle droogleggingen, waar eveneens van alles mis kon gaan. Daar was lef voor nodig – en dat hadden ze.

Die lef past ook goed bij het tijdsgevoel van die beginnende zeventiende eeuw. Het was de tijd van de renaissance. Na de Middeleeuwen, waarin alles zolang was gegaan zoals het ging, kreeg men plotseling het idee dat veel dingen anders konden en moesten. Niet je gewoon verder laten drijven op de golven van de tijd, met hooguit eens een aanpassinkje hier, of een veranderingetje daar, maar forse nieuwe stappen durven zetten. Als je dan toch terug moest kijken, dan niet alleen van zoon op vader, maar kijken naar de oude hoogtijdagen van de Europese cultuur en je daaraan durven spiegelen.

In die tijdsgeest kwam die kleine Republiek der Zeven Nederlanden tot een ongekende bloei. Militair en economisch,maar ook qua wetenschap, kunst en maatschappij. Alles was in beweging. Evolutie maakte plaats voor revolutie. Het individu maakte z ’n opwacht tegenover het collectief, en in de kunst, verdrongen (Beemsterse) rechte lijnen en transparantie het ronde en het versierde – alles was in beweging.

 

In die tijd werd ook het revolutionaire plan tot drooglegging van de Beemster geboren en uitgevoerd, en het chaotische Beemstermeer van tijdloos golven veranderde in een strak geordend dynamisch cultuurlandschap.

Natuurlijk schoot die nadruk op het nieuwe ook wel door, zoals nog steeds. Soms moet alles alleen maar nieuw en anders en is er geen enkel gevoel voor wat er geweest was. Soms schiet ook de nadruk op het individu door, en draait alles alleen nog om eigen belang. Dat brengt me op die tweede betekenis van het woordje lef. Lef wat ook hart betekent. Het mooie van de begintijd en de aanlooptijd van onze polder is volgens mij, dat beide betekenissen van het woord lef daarin bij elkaar kwamen. Enerzijds de moed om te durven vernieuwen, anderzijds om dat met een hart voor iets moois en iets goeds te doen, Zo is onze polder ook niet alleen een toonbeeld van vernieuwing geworden, maar ook een landschap vol stijl en klasse. Maar wat betekent dat voor deze tijd?

Wij zijn inmiddels 400 jaar verder. De jonge polder is zelfs werelderfgoed geworden. Het gevaar ligt dan op de loer, dat je alleen maar achterom gaat kijken. Dat je comfortabel gaat zitten op je veilige stoel en alles wilt laten zoals het is. Terug naar de Middeleeuwen, van houden en behouden, en waar elke vernieuwing op angstige of zure weerstand stuit. Dat gevaar is in onze tijd bepaald niet denkbeeldig. Laten wij dan niet vergeten, dat, als alles moest blijven zoals het was, onze mooie polder nog steeds diep onder water lag. Er is nog een tweede gevaar is. Dat er wel ruimte is voor vernieuwing, maar alleen als het geld opbrengt. Als dat zich doorzet is het met de stijl en klasse van ons landschap ook snel gedaan. Misschien zijn dit wel de twee grootste gevaren van deze tijd, zeker voor onze mooie polder.

Daarom is het goed dat wij ons in de komende jaren van 2007 tot 2012 niet alleen voorbereiden op een prachtig mooie feesten, maar dat wij ons ook telkens bezinnen op de spirit en de lef waarmee deze polder ooit gepland en gecreëerd is. Vandaag maken wij daar een begin mee, met muziek van toen, kleding van toen, en een heel dorpsgezicht van toen, compleet met koetsjes, lange tafels, een varken aan het spit en nog veel meer Ik wens, dat het mag smaken naar meer, en dat wij onze polder zullen blijven vernieuwen met risicobereidheid en stijl. Dan blijft het een feest om hier te wonen, voor jong en oud, en voor boeren, burgers, buitenlui…

Een Beemster dominee