|
-
De GEBRANDSCHILDERDE RAMEN, ter weerszijden van de kansel.
Ze zijn van de hand van HANS ROYAARDS, uit Edam.
Het linkerraam stelt de 5e scheppingsdag voor en is bij de
restauratie geschonken door het WATERSCHAP BEEMSTER.
De GEMEENTE BEEMSTER schonk het rechterraam, voorstellende de 6e
scheppingsdag.
Royaards heeft zijn ramen vooral lichte pasteltinten gegeven, waardoor de werking van het licht in de kerk volop zijn kans krijgt en de ruimte van de kerk accentueert.
Het ene raam stelt de schepping van de vissen en vogels voor. Her en der
vliegen vogels en zwemmen vissen.
De regenboog – teken van hoop - houdt het geheel bijeen.
Onderaan staan in een opengeslagen boek enige dichtregels van JOOST VAN
DEN VONDEL.
Den vijfden dag bracht visch en vogel
Die vocht bezwemt en d’ ope lucht
Met scherpe vinne en vluggen vlogel
Beweart zijn streek en lichte vlucht
De weemlen walvisch en dolfijnen
Hier stygen ad’lers hemelhoog
Die zelf de zon te sterk in ‘t schijnen
Braveren met hun scherpe ziend’ oog
De zee en lucht begint te leven
Natuur heeft elck zyn wyk gegeven.”
Het andere raam verbeeldt de zesde scheppingsdag.
- de goede vrijdag - : de schepping van
mens en dier.
De mens staat daar niet ver van het midden omringd door allerhande dieren
en
springt er ook door zijn heldere gele kleur uit.
Als de hoeder van de
goede aarde. Ook hier een opengeslagen boek met versregels van
Vondel:
Den zesden dag verwekt de dieren
die ‘ t hoofd omlaag het gras betreën
of d’ ogen slaan naar ’s hemels vieren
van God de eigenaar der dingen
die om den mensch
den hemel schiep.
Een prachtig spel van licht en kleur,
dat elke dag weer nieuw is omdat het licht anders valt.
In hun eenvoud vormen de beide ramen
een hechte eenheid met het gebouw.
 |