PROTESTANTSE GEMEENTE BEEMSTER

 

 

"ROND KERK & KAPEL"

Home

Info

Actueel

Jeugd

Overweging

Geschiedenis

Foto's

Andere Kerken

Bestuur...

Restauratie

"De Beemster Keyser"

 

Van kerkgezang en orgels:

Het orgel in de kerk van Midden-Beemster

 

de tijd zonder orgel

Het eerste  orgel:

Het tweede orgel:

Veranderingen in de jaren vijftig:

Restauratie:

Dispositieoverzicht:

Interessante links.

De tijd zonder orgel:

Vanaf de ingebruikname van de kerk in 1623 duurde het nog 161 jaren voordat de orgelklanken zich in Midden-Beemster lieten horen.

De kerk werd als protestantse kerk gebouwd en in de periode vanaf de reformatie was het orgel volstrekt taboe.

Hervormers als Calvijn en Zwingli hadden daar een uitgesproken opvatting over en dat betekende onder meer absoluut geen muziek in de kerk. De psalmen werden zonder begeleiding gezongen en de functie van voorzanger deed zijn intrede.

Zo ook in de Beemster waar Pieter Carelsz.Fabritius de eerste voorzanger was. Zoals in die tijd gebruikelijk werd deze functie gecombineerd met die van koster en schoolmeester. Maar hij schilderde ook, het paneel in de kerk waarop de kerk is afgebeeld met nog een vorige (fantasie?) uitgave van de toren, is van de hand van deze voorzanger.

Zoals bekend was hij vader van de bekende  Rembrandleerling Carel Fabritius (Midden-Beemster, gedoopt 27 februari 1622 - Delft 12 oktober 1654)

Bij zijn overlijden in 1653 verdiende Pieter Carelsz. 25 gulden per jaar voor zijn optreden als voorzanger. 

Tot ver in de 18e eeuw gaven voorzangers leiding aan de gemeentezang, onder hen zijn vooral bekend geworden enkele generaties De Ruyter.

In de loop van de 17e  eeuw kwamen er toenemend stemmen voor invoering van de orgelbegeleiding.

In 1638 bepaalde de Synode van Dordrecht dat de kerkbesturen zelf mochten beslissen. De belangrijkste reden hiervoor was dat het zingen chaotisch verliep, er werd geschreeuwd, de gemeentezang werd een als onstichtelijk ervaren vertoning. 

Zo werd langzamerhand overgegaan tot  invoering van het orgelgebruik, overigens uitsluitend in de stadskerken. Daar bevonden zich reeds orgels vanuit de oorspronkelijke rooms-katholieke functie dan wel werden nieuwe orgels gebouwd, waarbij de Hollandse steden tegen elkaar opboden, zie welke schitterende instrumen­ten bijvoorbeeld werden gebouwd in Amsterdam, Alkmaar, Haarlem en ook Purmerend.

Nieuwe orgels waren duur en bekwame organisten waren niet overal voorhanden. Daarom kwam het orgelgebruik in de dorpskerken pas later, dat wil zeggen in de  18e eeuw, op gang. In deze omgeving liep De Rijp voorop waar in 1728 een orgel in de Hervormde Kerk werd geplaatst {bevindt zich sinds 1855 in Ilpendam).

Het is boeiend zich een voorstelling te maken van de gemeentezang in die tijd in de kerk in Midden-Beemster. Gemeentezang na de reformatie betekende psalmen zingen. Aanvankelijk ritmisch zoals wij dat nu kennen. Naderhand kwam echter het niet-ritmisch gezang in zwang. De psalmvertaling (Datheen!) vanuit het Frans naar het Nederlands gaf de zogeheten lange noten niet meer met de juiste tekstaccenten, het ritme klopte niet meer. Zo ontstond het niet-ritmische zingen, met tevens het effect van een steeds langzamer tempo. Zelfs zo langzaam dat in de loop van de 18e eeuw tussenspelen tussen de psalmregels verschenen. De gemeente kon dan even op adem komen.

De voorzanger in Midden-Beemster zal steeds meer moeite hebben gehad met het zingen in goede banen te leiden.

In 1872 schrijft de Dijkgraaf “dat de meeste der voornaamste ingezetenen ten uyterste verlangde dat de in de Beemster Kerk, al waar thans het singen der psalmen zoo door onkunde of onwilligheid van sommige zeer onstigtelijk en onbehoorlijk toegaat, geplaatst werd een orgel”.

Reden genoeg voor de Beemsterlingen nu ook een orgel aan te schaffen.

Curieus is dat de voorzanger nog een aantal jaren in functie bleef, men wenste het kennelijk nog even aan te zien.

 

Het eerste  orgel:

De uit Duitsland afkomstige en in Amsterdam gevestigde orgelmaker Johannes Stephanus Strumphler had al twee orgels in Waterland geleverd toen hij de opdracht voor Midden­Beemster kreeg. In 1775 betrof dat het orgel voor de Rooms-Katholieke statie (= schuilkerk) in de Kerkstraat van Purmerend en in 1780 leverde hij een instrument voor de RK statie in de West-Beemster (de huidige Kerckhaen).

Het eerste orgel in de Beemster stond dus niet in Midden-Beemster doch in "de West"! 

Op 25 juli 1784 nam de Hervormde Gemeente van Beemster het Strumpler-orgel tijdens de eredienst in gebruik. "Onze zeer geliefde en hooggeachte Leeraar deed bij die gelegenheid eene Leer-reden over het Speeltuig bij den Godsdienst, naar aanleiding van Genes. IV.21 lubal was de vader van allen die harpen en orgelen handelen. Zeer vele vreemdelingen waaren by deeze plechtigheid tegenwoordig en alles liep tot algemeen genoegen af". Beter dan de geschiedschrijver kunnen we het hier niet verwoorden!  Dat eerste orgel was een bescheiden instrument: één klavier en waarschijnlijk 10 registers.

Een foto van de fraaie kas is nog in de consistorie te bewonderen. (genomen in 1907 vlak voor de overplaatsing naar Zaandam).

In 1868 verscheen wederom een in Amsterdam gevestigde orgelmaker ten tonele, die zijn sporen ook al in de omgeving had verdiend. Pieter Flaes, tot 1869 in compagnonschap met Georg Diederich Brunjes, leverde onder meer orgels voor de kerken van Kwadijk ( 1866)

en Seets ( 1868) .

In 1868 breidde hij het Strumphler-orgel van Midden-Beemster uit met een tweede klavier (5 registers) . Deze uitbreiding kwam voort uit de wijze van orgelgebruik in die tijd, het tweede klavier was voor de "zachte geluiden". Zie ook de opmerking hiervoor over de tussenspelen tussen de psalmregels! Hierbij ook te bedenken dat in de loop van de 18e eeuw naast de psalmen ook andere liederen, zij het zeer beperkt in aantal, hun intrede deden. In 1806 verscheen de eerste bundel "Evangelische Gezangen", een jaar later nam de Hervormde Gemeente Beemster die in gebruik.

Na 1868 werden van tijd tot tijd werkzaamheden aan het Strumphler/Flaes-orgel uitgevoerd.

Dit vooral op aangeven van de toenmalige organist C.Provilv. Vermeldenswaard in deze context is nog dat voornoemde orgelmaker Flaes in 1887 een orgel opleverde in de Doopsgezinde Vermaning aan de Middenweg in de Beemster. Dat instrument bevindt zich daar nog in ongeschonden staat, zelfs zonder electrische windmachine zodat zondags de orgelpomp nog door iemand moet worden bediend!

 

Het tweede orgel:

In 1907 was het gedaan met de Strumphler/Flaes-instrument, de kerkeraad (en de organist niet te vergeten) meende dat het tijd werd voor "iets groters". Het kerkbezoek was er kennelijk ook naar. Bij het verstrekken der opdracht kwam men uit bij Pieter van Dam, de vierde generatie van het bekende orgelmakersgeslacht Van Dam uit Leeuwarden. Van 1779 tot 1925 bouwden de vier generaties Van Dam een groot aantalorgels in Friesland en Noord-Holland en ook in de andere provincies. Artistiek en vakbekwaam op hoog niveau leverden zij een keur van fraaie instrumenten vooral voor de protenstantse dorpskerk. Zo ook dus in Midden-Beemster .

In 1908 voltooide Pieter van Dam het huidige orgel, een aanzienlijk groter instrument dan de voorganger. Twee klavieren, een vrij pedaal en 19 registers telde het Van Dam-orgel waar overigens een aantal materialen en een hoeveelheid pijpwerk uit het vorige instrument in werden verwerkt. Niet alleen drukte dat kennelijk de prijs, maar naar de inzichten van vandaag maakt dat het orgel des te waardevoller .

Het orgel van Strumphler werd geplaatst in het kerkgebouw aan de Botenmakersstraat in Zaandam, waar het heden nog steeds in de inmiddels Vrijgemaakt-Gereformeerde Kerk wordt gebruikt. In 1978/1979 werd het (gedeeltelijk) gerestaureerd.

Het orgel van Pieter van Dam werd op zondag 22 maart 1908 in gebruik genomen waarbij organist Provily over Psalm 150 speelde

en J.van Dissel, organist van de Grote Kerk in Hoorn, optrad en mevrouw Nijgh-Oldeman haar zangkunst liet horen.

In "De Harp" van mei 1908 wordt verslag gedaan:

 "Het nieuwe orgel maakt een voortreffelijken indruk. Het geheel is grootsch en rijk opgevat. Alles is even net afgewerkt, kortom een lust der oogen, maar ook een heerlijk genot voor de ooren" In 1923 werd een electrische windmachine geplaatst en verviel de functie van orgeltrapper . De trapinstallatie is overigens in tact gebleven. Op beperkte werkzaamheden na kwam het Van Dam-orgel ongeschonden de tijd door tot de jaren vijftig.

 

Veranderingen in de jaren vijftig:

De restauratie van de kerk midden jaren vijftig luidde de zwarte bladzijde in de geschiedenis van het instrument in.

Met orgelbouwer Willen van Leeuwen uit Leiderdorp bestonden goede contacten want hij leverde toendertijd het orgel in de kapel te Z.O.Beemster. Vanwege de aanstaande kerkrestauratie kreeg hij de opdracht het Van Dam-orgel te demonteren en op te slaan. En dan staat in het archief vermeld dat Van Leeuwen tevens "de noodzakelijke verbeteringen" zal aanbrengen. Die verbeteringen bestonden uit een ingrijpende vervanging van pijpwerk plus andere aanpassingen. Dit geheel betrof vooral het zogeheten Bovenwerk (het 2e manuaal) en wordt wel een aanpassing in neo-barokke trant genoemd. Dat was in die tijd niet ongebruikelijk doch betekende dat het orgel voorzien werd van pijpwerk dat in 't geheel niet aansloot bij de Van Dam-factuur, hetgeen ook goed hoorbaar is. Naderhand is men in de orgelwereld volledig op dit soort ingrepen teruggekomen.

Orgels moeten zo min mogelijk worden gewijzigd.  Echter niet alleen het inwendige van het instrument werd gewijzigd, ook het uitwendige ontkwam niet aan een forse ingreep.  

Dit onder regie van architect Royaards die de leiding over de kerkrestauratie had. De voor het instrument langslopende galerij inclusief de zuilen werd vervangen door het nu bestaande hoofdgestel met zuilen.

De massieve neo­gothische bekroningen op de spitse torens en de bolvormige bekroningen op de zijtorens verdwenen en de zwarte kas werd in de huidige bruine kleur gezet, waarbij de vergulding van ornamentiek en kasaccenten werd gewijzigd. Daarnaast werd op allerlei onderdelen het uiterlijk aangepast. Zo werd het oorspronkelijk zo evenwichtige en statige orgel­front geheel uit verhouding gebracht. Zowel uiterlijk als inwendig, dus muzikaal, ontstond een aanzienlijk gewijzigd orgel waarbij het oorspronkelijke concept van Pieter van Dam verregaand was verstoord.

 

Restauratie:

Momenteel is een restauratie van het instrument in voorbereiding. De heer Jan Jongepier, professioneelorgeladviseur en Van Dam-kenner bij uitstek, is door de kerkvoogdij als adviseur aangesteld. Inmiddels heeft hij het orgel uitgebreid onderzocht en heeft hij zijn rapport ingediend.

Opvallende zaken uit dit rapport zijn onder meer de vaststelling dat het Van Dam-orgel een beduidende hoeveelheid pijpwerk uit vroeger tijden bevat, in't bijzonder van de hiervoor vermelde orgelmakers Strumphler en Flaes. Dit maakt het orgel van Midden­Beemster des te waardevoller .

Het plan is het instrument maximaal terug te brengen naar de oorspronkelijke staat van 1908, zowel inwendig als uitwendig waarbij overigens het huidige hoofdgestel met de zuilen en de huidige kleur van de kas zullen worden gehandhaafd. Via de heer Jongepier is reeds oud en zeer geschikt pijpwerk, dat zich in opslag bij orgelmakers bevindt, voor Midden-Beemster "gereserveerd". Ook is een aantal herstellingen zeer noodzakelijk.

Zo zien wij uit naar de restauratie die het oorspronkelijk concept van het instrument weer terug zal brengen. Het instrument is dat meer dan waard, zeker gezien het nog aanwezig zijnde oudere materiaal dat Pieter van Dam uit het vorige orgel in 1908 gebruikte en vooral ook vanwege het grote vakmanschap van het orgelmakersgeslacht Van Dam waar "ons orgel" een treffend voorbeeld van is.

De restauratie zal naar verwachting binnen afzienbare tijd plaatsvinden.

Derhalve met goede hoop dat het instrument het 100-jarig bestaan in 2008 in "oude glorie" zal beleven!

 

Peter van Voorst  organist.

 

"Het orgel van de Hervormde Kerk te Middenbeemster"

 

Dispositieoverzicht:

 

Dispositie

1908

Dispositie

1959

Dispositie

2002

Hoofdwerk

Hoofdwerk

Hoofdwerk

Prestant

16 Disc.

Sexquialter

(ІІІ)

Prestant

16 Disc.

Prestant

8

Prestant

8

Prestant

8

Bourbon

16

Bourbon

16

Bourbon

16

Violoncel

8

Viola di Gamba

8

Violoncel

8

Holpijp

8

Holpijp

8

Holpijp

8

Octaaf

4

Octaaf

4

Octaaf

4

Quint

3

Quint

3

Quint

3

Octaaf

2

Octaaf

2

Octaaf

2

Mixtuur

(ІІ-ІІІ)

Mixtuur

(ІІІ-V)

Mixtuur

(ІІ-ІІІ)

Cornet disc.

(ІV)

Cornet disc.

(ІV)

Cornet disc.

(ІV)

Roerfluit

4

Roerfluit

4

Roerfluit

4

Trompet

8 disc.

Trompet

8 disc.

Trompet

8 disc.

Trompet

8 bas

Trompet

8 bas

Trompet

8 bas

Bovenwerk

Bovenwerk

Bovenwerk

Salocional

8

Roerfluit

8

Salicional

8

Viola di Gamba

8

Prestant

4

Viola di Gamba

8

Flute Harm.

4

Fluit

2

Flute Harm.

4

Aeoline

8

Nasard

3

Aeoline

8

Roerfluit

8

Scherp

(ІІІ)

Roerfluit

8

Vox Humana

8

Dulciaan

8

Gemshoorn

2

Dulciaan

8

Pedaal 

Pedaal

Pedaal

Subbas

16

Subbas

16

Subbas

16

Gedackt

8

Gedackt

8

Gedackt

8

Basson

16

Basson

16

Basson

16

Ongewijzigd:

 

Werktuiglijke registers: Céleste, Calcant, Ventiel

Koppelingen: HW-Ped., BW-Ped., BW-HW

 

Actueel:

Orgelmaker Flentrop zal 6 augustus 2001 een aanvang maken met de restauratie,dit zal naar verwachting

ongeveer een jaar gaan duren.  de voortgang

 

Ook de site van De Stichting Orgelkring Waterland is een bezoek waard. www.orgelkringwaterland.nl

 

Interessant is ook de  Orgelsite 

 

 En: Bach