|
De zondagse eredienst is met recht het kloppend hart van de gemeente te noemen.
En in zo’n dienst gebeurt een heleboel: liederen, lezingen, gebeden, avondmaal, etc, etc.
Maar welke liederen zingen wij, en waarom juist die, en hoe vieren wij avondmaal, of doop, geloofsbelijdenis
en kan dat ook anders?
Maar ook hoe kunnen wij de kerkruimte optimaal benutten, etc.
De liturgiegroep, een werkgroep met o.a. predikant en organisten, bezint zich op al deze vragen.
Mocht u hier eens meer over willen weten neemt u dan contact op met Ds Schroevers(681403) of
Dhr Jan Pronk(427010)
Tijd: zie ► agenda
Plaats: Pastorie.
Enkele leden van de Liturgiegroep

LECTOREN IN DE
BEEMSTERKERK
Op
initiatief van de toenmalige liturgiegroep zijn We in 1991
begonnen met een groep van zes personen: vijf dames, één heer.
Eén van
de
dames
liet zich al snel vervangen door haar echtgenoot, waardoor Han
Smit niet zo alleen meer was. Na een paar weken stevig oefenen
gingen wij van start. Van de eerste zes zijn er nu nog drie
over, Ida Schuijtemaker, Han Smit en ondergetekende.
Waarom wordt je lector en wat beleef je? Zeker in de eerste tijd
maakte het de diensten levendiger, het was niet meer zo ’n
eenmans gebeuren. Langzaam maar zeker raakte de gemeente er aan
gewend en kregen wij meer te doen. Met de komst van de nieuwe
predikant veranderde er ook weer wat, zoiets groeit, niet zo ’n
strakke liturgie meer.
De
komst van gastpredikanten is een verhaal apart. Enerzijds
ontstaat er bij de voorbereiding een prettig contact, anderzijds
beleef je wel eens vreemde dingen. Zo was er een predikant die
in de kapel moest zijn, maar verdwaald raakte in Purmerend,
omdat hij dacht dat dit bij de Beemster hoorde. Wij maar
wachten,
de
noodpreek
werd
opgezocht Ik stond al in de startblokken, toen ze met een rood
hoofd binnenkwam: “Ben ik nog op tijd?” Of iedereen is netjes
op tijd, ook de gastpredikant, maar geen lector. De ouderling
van dienst komt op mij af met de vraag, “Wil jij..”. Vlug een
bijbel opgezocht om nog even de tekst door te lezen, komt
plotseling de lector binnen met een laconieke kreet, “Ik ben er
hoor”. Of, ‘s zaterdag belt de gastpredikant om te vertellen dat
hij helemaal
vergeten
was
de
teksten door te geven, “of het nog kan?”. Gelukkig was ik zelf
aan de beurt, het lukte. Of een gastpredikant vindt zijn eigen
vertaling beter dan welke vertaling dan ook. Hoe los je dat op?
Gelukkig kwamen wij op het idee van e-mail. De volgende keren
stuurt hij de te lezen teksten meteen per mail op.
Ik
bedacht me, dat ik ca 17 of 18 jaar was toen ik voor het eerst
het kerstverhaal mocht vertellen bij een zondagsschoolkerstfeest
in Amsterdam.

Dit
jaar besloot ik om met kerst een punt te zetten achter het vaste
lectorschap. Maar men is nog niet van mij af. Het rooster blijf
ik voorlopig maken en de contacten met de gastpredikanten wil ik
ook graag volhouden. Rie Tuil
|