|
COLUMN - Pinksteren..
Hij
woont? Waar dan? Erwt is een zachte dood gestorven en heeft Ruud tot
zijn algemeen erfgenaam benoemd. Al één keer heeft u gelezen dat
niet Erwt, maar Ruud de schrijver van dit stukje non-info is. Elke
maand weer probeer ik gebeurtenissen uit het leven van de PK in de
Beemster te vinden, die de moeite van een beschrijving waard zijn.
Dat lukt lang niet altijd. Maar dan heb ik Mr. P. nog achter de
hand. Heel fijn om als columnist zo ’n doerak altijd bij je te
hebben. Dit laatste is een beetje bittere grap, zelfspot eigenlijk.
Dat is ook wel nodig, om niet om elke reden, die ik vind en
beschrijf te worden verguisd als een criticaster zonder enig gevoel
voor wellevendheid. En daar is de derde bron voor deze columnist: De
kampioen in onwellevendheid, Geert Wilders. Ik krijg die naam van
deze schelm nauwelijks op het scherm. Het Proces tegen deze kampioen
heeft hem geen windeieren gelegd. Nu wil deze windbuil ook nog de
strafbaarheid van het haat zaaien uit het Wetboek van Strafrecht
verwijderen. Dan kan iedereen maar roepen wat hij of zij goed dunkt,
zonder daarbij enig risico van bestraffing te hoeven vrezen. Een
blij vooruitzicht dat mij streelt. Ik ben het echter toch ook eens
met degenen, die zeggen, dat dit proces nooit had moeten worden
gevoerd. Een beter en mooier podium had deze man zich ook niet
kunnen wensen. Een akelige figuur is hij in mijn ogen. En daarmee:
Basta!
Maar
nu nog iets binnenkerkelijks: In de viering op de Pinksterzondag
werd de taalkwestie onder de Joden in de diaspora uitgelegd. Overal
uit de toen bekende wereld kwamen ze jaarlijks naar Jeruzalem. Maar
de taal, die ze spraken was bepaald niet eenduidig voor iedereen.
Toch hoorden zij de apostelen spreken over wonderlijke dingen, die
in Jeruzalem waren gebeurd. Elk in hun eigen taal. Hoeveel talen
waren dat? Wij weten van Parten, Meden, Elamieten, inwoners van
Mesopotamië etc. In de Handelingen der Apostelen staan er nog veel
meer genoemd. Maar niet de drie moderne talen, die in de kerk van
Middenbeemster werden gerepresenteerd door drie vrouwen. De eerste
vrouw sprak slechts twee woorden in haar eigen moedertaal: “Er lebt!”

“Er
lebt, Il est vivant, he lives . .”
De
tweede vrouw sprak dezelfde woorden, maar nu in het Frans: “Il est
vivant”. Het zou genoeg zijn geweest, als nu ook in het Nederlands
zou worden gezegd: “Hij leeft!” Maar nee, we kennen nog een taal, dé
wereldtaal bij uitstek: het Engels. Volgens de woorden van deze
vrouw zouden de apostelen hebben gezegd, en ik vertaal de woorden
nog een keer: “Hij woont”. Ik kreeg toch even een schokje bij het
horen van deze woorden: “He
lives!” Ik dacht: “Waar woont Hij dan? Onder ons misschien?” Dat zou
toch een hele mooie ontdekking zijn geweest. Na nog even langer
nagedacht te hebben kwam ik tot de slotsom, dat het soms best het
geval is. Ziende alle goede dingen, die hier gebeuren, kan het niet
anders dan de realiteit van deze dagen zijn: “Hij woont onder ons”.
Toch
kan ik niet aan de ondraaglijke gedachte ontsnappen: zou de derde
vrouw niet bedoeld hebben: “He is alive?”
En wat dan nog?
Ruud
 |