|
COLUMN
Overwegingen in de Vakantietijd
De
vakantie periode gaat vaak gepaard met verplichtingen. Aan vrienden,
aan familie, buren en weet ik wie nog meer. Die verplichting neem je
doorgaans vrijwillig op je. Er is dan ook niets mis mee. Integendeel
zelfs, het is juist heel goed, dat we allerhande spandiensten voor
elkaar over hebben. Zo hebben wij Goldie en Boeffie te loge- ren.
Vier weken lang horen wij het gepiep en gefluit en nog meer
geluidjes uit een hoek van de kamer. We zijn nu eenmaal niet zo ruim
behuisd, dat we hen een eigen ruimte kunnen bieden. Het gaat heus
wel goed, is onze conclusie na een week. Boeffie heeft het goed naar
haar of zijn zin. Om over Goldie maar te zwijgen. Maar tot haar
verdriet heeft Boeffies baasje het minder goed. Zij heeft zelfs
heimwee naar huis. Arme Christy, je bent zo ver van huis. Even een
retour- tje naar huis zit er gewoon niet in. Dus zul je jezelf
moeten aanpassen aan de hinderlijke prak- tijken van je
bewonderaars, die je willen optillen en knuffelen. Een bezoek aan
jouw Opa en Oma maak je trouwens niet jaarlijks mee. Het vergt een
vliegreis van ongeveer 17 uur en een overstap, plus nog een bus of
taxirit van een paar uur, voordat je jouw grootouders kunt zien.
Maar dan ben je wel op Bali, Indonesië. Je moeder is een onvervalste
Balinese, die intussen alweer een jaar of veertien in Nederland
woont. Getrouwd met onze broer/zwager. Het was voor jouw moe- der
vier jaar geleden, dat zij in haar thuisland was. Tussen dat moment
en deze reis hebben de ouders van ons schoonzusje wel een bezoek aan
hun dochter gebracht. Dat was trouwens ook een niet eenvoudige
opgave om deze mensen een week of zes tevreden te houden. Het was
ongeveer een stap uit het bijna ijzeren tijdperk naar de moderne
tijd van onze geschiedenis. Al die huishoudelijke snufjes, waar wij
achteloos aan voorbij gaan zijn wonderen in de ogen van mensen, die
nauwelijks hun dorp op Bali en zeker het eiland nooit hebben
verlaten. En daar eigenlijk ook helemaal geen behoefte aan
hebben. Ze waren heel erg blij, toen ze weer kon- den vertrekken. En
nu passen wij intussen op de twee Cavia’s van Christy en haar oudere
zusje, Nora. In het begin waren ze erg schuw. Ze lieten zich
nauwelijks zien, kropen steeds weg in hun nachtverblijf. Echter na
een paar dagen was dat over. Want de hand die je voedt kan niet aan
een vijand behoren! Als de koelkast opengaat horen die twee rakkers
het onmiddellijk en geven daar dan ook direct blijk van. Om het
hardst roepen ze om aandacht en wat meer is, om wat lekkers te eten.
Het levert ze vaak een paar blaadjes andijvie of het lof van een
peen op. Als dat er niet is zoeken we buiten in het gras naar een
paardenbloem, of een ander blad, waar zij wel van houden. Zodra dat
in hun ruif ligt hoor je alleen maar het geknabbel en het trekken
aan de inhoud van de ruif. Daarna zijn de beide vriendjes weer voor
een poosje tevreden en laten zij zich nauwelijks nog horen of zien.
Het is mij echter nog steeds een raadsel, waarom kinderen zo verzot
zijn op deze diertjes. Ze leven in een kooi en zijn afhankelijk van
wat hun baasje hun te eten geeft. Immers, daar draait het hele leven
van een Cavia om: Eten en drinken. Dat is in hun natuurlijke biotoop
niet anders. Ik zie ze nog met hun koppen uit de grond komen tijdens
een vakantietour door China. Zo lang het stil is bui-ten komen ze
tevoorschijn en gaan op voedsel uit. Bij voorkeur in de directe
omgeving van hun hol. En ze zijn weer vertrokken bij het minste of
geringste geluid, dat ze niet bekend is. Een roofvogel die uit het
blauw van de hemel duikt en er eentje voor zijn diner pakt, is wel
een heel angstaanjagende reden om niet al te ver uit de buurt van
het hol te gaan. Maar die duikvlucht van een buizerd op één van hen
was voor ons heel spectaculair. Het geschreeuw van het slachtoffer
ten spijt. De natuur is keihard. Eten of gegeten worden. Direct na
het onvrijwillige vertrek van een buurman is de rest van de
populatie alweer aan het hamsteren.
Totdat zich een volgende calamiteit voordoet. Een vreselijk spannend
bestaan lijkt mij. Maar
toen kwam Walt Disney met zijn Bambi. Die maakte van Bambi met haar
grote, glanzende ogen een mensje in een andere gedaante met de
eigenschappen zachtheid, liefelijkheid, eerlijkheid en een
rechtschapenheid, waar geen leeuw of beer, of roofvogel nog omheen
konden. Het lijkt wel of hier de bekende voorspellende woorden van
Jesaja uitkomen: “De wolf en het lam zullen tezamen weiden.” En wat
denkt u van het beeld dat de profeet Micha schetst over het komend
Vrederijk: “Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegscharen…
Maar zij zullen zitten, ieder onder zijn eigen wijnstok…” Leuk toch:
Van Vakantie via verplichting uitkomen bij het Vrederijk. Maar zover
is het nog lang niet. Men hoeft alleen maar te kijken naar de
revoluties van de laatste tijd in de Arabische wereld. Jammer, dat
ik toch met dat beeld moet eindigen.
Ruud
 |