|
PASEN & PASSIE (S)
Wie Passie zegt, zegt BACH . .
Wie in Nederland Passie zegt, of zeker Mattheüs Passie, die bedoelt
natuurlijk Bach. Daar gaan wij voetstoots vanuit. Kijk maar in de
kranten, of luister naar radio en t.v.: Passie, dat is Bach. Op ruim
100 plaatsen wordt deze weken de Mattheüs Passie uitgevoerd, van
grote concertzalen tot in kleine kerken. Hoe is dat zo gekomen?
In 1870 werd de Matthäus-Passion voor het eerst in Nederland
uitgevoerd, door Toonkunst Rotterdam onder leiding van Woldemar
Bargiel. De grote Matthäus-traditie in Nederland is echter vooral
ontstaan dankzij Willem Mengelberg in Amsterdam en De Nederlandse
Bachvereniging in Naarden. Op 8 april 1899 voerde Willem Mengelberg
voor het eerst met het Concertgebouworkest “de Matthäus” uit.
Mengelberg pakte het grootschalig aan, met een groot orkest en koor
(450 mensen), met een romantisch orgel, klarinetten in plaats van
oboe da caccia en oboe d'amore, een piano in plaats van basso
continuo, en zonder luit of viola da gamba. Hij kortte het stuk
sterk in, zoals Mendelssohn, de man die “de Matthäus” weer op het
repertoire zette, al had gedaan. Op Goede Vrijdag 14 april 1922, ’s
middags om twee uur, werd “de Matthäus” voor het eerst in de Grote
Kerk van Naarden uitgevoerd, en ook dat werd meteen een traditie. En
waar Mengelberg in Amsterdam furore maakte met zijn romantische en
flink gecoupeerde uitvoering, daar werd Naarden de plek waar “de
Mattheüs” veel soberder klonk en in zijn volle lengte.
Inmiddels is er veel veranderd. In Amsterdam klinkt tegenwoordig ook
een niet gecoupeerde Mattheüs en dat in veel beperktere bezetting.
De uitvoering in Naarden is uitgegroeid tot een society-event, dat
door tal van hoogwaardigheidbekleders bezocht wordt.
In 2006 is een Nederlandstalige versie van de Mattheüs Passion
verschenen, vertaald door Jan Rot. De eerste uitvoering in de Dr.
Anton Philipszaal in Den Haag was een groot succes!
De Matthäus-Passion van Bach is niet de enige Matteüspassie maar wel
de bekendste. Jacob Obrecht componeerde zijn passie in 1471,
Heinrich Schütz in 1666 en Orlando di Lasso in 1575. In de moderne
muziek is de 'Mattheus Passie voor 19 zangers' van Boudewijn
Tarenskeen in 2009 gelauwerd. In 2002 maakte Egon Kracht een
alternatieve, instrumentale versie op Bachs 'Mattheus-Passion' die
hij in Nederlandse theaters en in de Beemster Kerk speelde.
In het begin van de jaren 90 ontstond in de creatieve ruimte van de
Oude Kerk in Amsterdam de “Vogel-passie”, een Mattheüs-Passie
getoonzet door de meest bekende liedcomponist van de twintigste
eeuw, Willem Vogel, samen met de schrijver van honderden gebeden en
liederen, Sytze de Vries. In deze passie wordt Jezus vooral getekend
als een man-van-de psalmen die door en door verworteld is in zijn
Joodse traditie. Hij neemt het op tegen machthebbers die het zingen
zijn verleerd, “boze mensen hebben immers geen liederen.” Jezus moet
buigen voor het geweld van de macht, maar hij knikt niet.
In de Vogelpassie wordt het evangelieverhaal niet begeleid door
allerlei persoonlijke meditaties zoals bij Bach of Stainer (Crucifixion).
Het zijn de Joodse psalmen die als het ware het evangelie
becommentariëren. Voor de psalmen wordt gebruik gemaakt van de
berijming van 1963 die via het liedboek bekend en vertrouwd is bij
velen. Het gebruik van instrumenten is beperkt tot een orgel voor de
begeleiding van de gemeentezang, een clavecimbel of luit, en een
trombone die de woorden van Jezus uitlicht. De trombone speelt ook
de psalmen mee waarin Jezus immers zelf herkenbaar wordt.
Naast de psalmen herinnert de evangelist aan verschillende teksten
uit de profeten. Enkele cruciale daarvan worden als het ware ‘vanuit
de coulissen’ gezongen, vertolkt door een enkele stem. Om het Joodse
karakter te onderstrepen klinkt op het moment dat Jezus sterft de
Joodse belijdenis uit Deuteronomium 6: “Hoor Israël . .”. Met deze
woorden op de lippen wil elke Jood sterven.
 |

Johann
Sebastian Bach

Willem
Mengelberg

Grote
Kerk, Naarden

Egon
Kracht

Willem
Vogel
 |