PROTESTANTSE GEMEENTE BEEMSTER

 

 

"ROND KERK & KAPEL"

Home

Info

Actueel

Jeugd

Overweging

Geschiedenis

Foto's

Andere Kerken

Bestuur...

Restauratie

"De Beemster Keyser"

 

SILENT WORKS

 

COLLECTEDOELEN BEEMSTERKERK

Al enkele jaren ondersteunen wij het werk van SILENT WORKS. De organisatie van o.a. Wiljo Oosterom (oprichter dovenboerderij in de Beemster) die zich inzet voor dove kinderen in Afrika. Hieronder een kleine impressie.

Reisverslag oktober 2008 . .
Afrika geeft altijd problemen met de autoriteiten. Dat weten we. Maar in Nederland, een goed geregeld en perfect georganiseerd landje, kom je die problemen nauwelijks tegen. Dachten wij. Wij hebben goederen mee waarvoor een uitvoervergunning nodig is. De douanepost waar wij de goederen moeten laten keuren is echter achter de paspoort- en bagagecontrole, en om met onze goederen door die controle te komen hebben we … een uitvoervergunning nodig. Een beetje vreemd toch? Natuurlijk lukt het ons niet door de controle te komen. Fouilleren, vrouwtje erbij, weer fouilleren, mannetje erbij, aankooppapieren overhandigen, papieren erbij, er wordt getelefoneerd.
Na veel over en weer gepraat kunnen wij door naar de douanepost, de klok loopt en wij rennen. Met het formulier met stempel en handtekeningen rennen wij terug naar de internationale controle om via hen naar de gate te kunnen. Weer een aanhouding, door dezelfde mensen. Ik word apart gezet met mijn voeten op twee schoenafdrukken geverfd op de vloer. Niet bewegen, de voeten op de afdrukken houden! Fouilleren, en dan, “waar is de vergunning”? Ik wijs naar de controleband, en zeg in die tas daar. Ik wil hem pakken maar dat mag niet, ik vraag hen hem voor mij te pakken, maar dat mogen zij niet. De tijd loopt niet meer, die rent. Maar dat maakt geen indruk. Het protocol voorziet niet in dergelijke omstandigheden. Een chef erbij halen, opper ik. Goed idee maar kost tijd. De chef gaat bellen, ja het klopt. De vergunning is afgegeven. Maar mevrouw kan hem niet laten zien, is zijn antwoord. ‘Dat kan ik wel’, zeg ik nu bozig. ‘Als iemand die tas voor mij kan pakken, dan is er geen enkel probleem’. Demba brengt de oplossing, hij pakt de tas van de band en geeft die aan mij. ‘Is die tas van u meneer?’
‘ Ja, die is van mij.’ De man kijkt bedenkelijk, maar ziet ook geen andere oplossing. Ik overhandig hem het papier, hij vouwt het open, vouwt het weer dicht en geeft het aan mij terug. We kunnen gaan, en halen op het nippertje het vliegtuig.
Het kost ons veel moeite om een visum voor langere tijd te krijgen voor Mauritanië. De (krediet)onrust in ons land is hiervan de oorzaak. Rellen, opstandjes, demonstraties en knokpartijen wisselen elkaar af. Maar wij hebben een ticket tot Dakar, het rustige en evenwichtige Senegal. Dachten wij…

Na een turbulente vlucht staat er een lange rij bij de paspoortcontrole. Schuifelend in de rij vul ik de landingsformulieren in, niet alleen die van mij en Demba, maar ook van verschillende Afrikanen die het Frans en Engels niet machtig zijn, of niet kunnen lezen of schrijven. Er is een speciale ambtenaar aangesteld voor dit doel, maar die moet je betalen. Dit is goedkoper en gezelliger, en de rij schuift tijdens het werk op.

Buiten de luchthaven lijkt het wel oorlog, we passeren in brand gestoken busjes, auto’s en autobanden, opgebroken straatdelen en hoopjes glas op de weg. De taxichauffeur neemt steeds een andere route, voor de veiligheid, 1000 fr.cefa extra, mompelt hij naar de achterbank. Ingeklemd tussen alle bagage, vier mannen achterin en de kofferbak open vrees ik het ergste als we langs groepen schreeuwende jongens komen. Wat is er aan de hand, stel ik de vraag die al sinds de aankomst mij op de lippen brandt. ‘Een uit de hand gelopen voetbalwedstrijd, Gambia - Senegal en verloren. Oh, ik knik begrijpend. Sport verloedert zeg ik in mijn eigen taal. De chauffeur grinnikt, lacht en zwaait naar iedereen maar probeert toch zijn auto buiten de gevechtslinie te houden. Uren later komen we veilig thuis. Ons werk kan beginnen.

 

 

 

 

Wiljo Woodi Oosterom
 

 

Het werk van de Edams Wiljo Woodi die ooit samen met haar man de 'dovenboerderij' in de Beemster oprichtte

- stond afgelopen week uitgebreid in het NHD. Als diaconie steunen wij dit werk voor dove kinderen in Afrika al enkele jaren. Via mail ontvangen wij regelmatig berichten van de voortgang..
 

Reisverslag 1

Onze nieuwe partner: een sterke toyota truck. Nog nooit eerder in de twaalf jaar dat wij werken in Mauretanië en Senegal hebben wij zonder problemen de ruim 500 km van Nouakchott tot Dabbé afgelegd. De truck is geen luxe wagen, maar een hongerige en betrouwbare sterke werker. U zult nog veel van hem horen ...
 

Reisverslag 2 ...

op weg maar het ziekenhuis rijdt er een auto strak langs ons, een man in een voetbalshirt maant ons te stoppen. De man laat een verfrommeld pasje zien. Zijn foto staat erop en iets over inspectie-douane. Er stappen nog twee mannen uit. Ondanks de grimmigheid beantwoorden wij de vragen beleefd. Het is niet in orde, zegt hij. Op onze vraag, wat er mis is, doet hij vaag. Ik laat alle papieren zien. Hij blijft ontevreden. "Mee naar het bureau!". Bij het kantoor staan veel auto 's geparkeerd, met name vrij nieuwe uit Mauritanië. Er wordt een baas geroepen, die roept zijn baas ... "Deze auto is gestolen. U wilt hem in Senegal verkopen. Ik neem uw auto in beslag." Wat hebben wij nodig om te bewijzen, dat dit onze auto is. Dan wordt hij toegefelijker: formulieren en veel geld.
De volgende dag, na onrustige nacht, informeren wij bij andere eigenaars van in beslag genomen auto 's. Sommige staan er al weken. Samen met een medewerker van de ambassade staan wij op de stoep. De baas van de baas komt half negen, en de baas van de baas van de baas om half tien. "Of wij maar even buiten willen wachten, hij heeft het druk.
In die tijd belt ook de consul ivm onze auto. Blijkbaar schrikken ze van al die steun, de baas komt naar buiten. Wij kunnen de auto meenemen. Wij vragen maar niet verder, maar zijn zo mogelijk nog blijer met onze toyota.

Tot zover deze berichten van ver. In een volgende kerkbode krijgt u ongetwijfeld nog wat meer te horen van deze bijzondere contacten.

Sterren van Rwanda

 

Hieronder volgt een aangrijpend verhaal van twee kinderen uit Rwanda ten tijde van de genocide van 1994. Het verhaal komt uit het boekje “Sterren van Rwanda” uitgegeven door Stichting Silent Works. Deze stichting, een initiatief van Wiljo Oosterom (voorm. dovenboerderij), ondersteunt o.a. traumaverwerking in Rwanda. Sinds twee jaar is Silent Works één van onze collectedoelen.

 

Dat waren pas twee vriendjes

 

Een klein meisje van vijf of zes, ouder is ze zeker niet. Zij leunt op twee stokken. Een grote jongen, van minstens acht, heeft ze voor haar gemaakt. Ze trokken samen vluchtend door de bergen naar... Ja, naar waar? Nee, niet vluchtend ergens naar toe. Maar vluchtend - weg - weg -   Weg van huis waar het allemaal gebeurde, toen!

 

Toen haar beentjes hevig bloedden en er diepe wonden in waren gehakt. Het ene beentje stond verkeerd om. Ze hadden het gebroken en omgedraaid. Daarna was ze op een hoop gegooid. Samen met haar vader, haar moeder, haar broers, haar zusje, haar tante, haar nichtjes en de buren. Pas toen ze weg waren en het al donker was, is ze eruit gekropen.  Ze zocht naar haar moeder, probeerde haar wakker te schudden. Maar mama werd niet wakker, en papa niet. Ze wilde zeggen dat ze weg waren, dat ze alleen was, en dat haar beentjes zo’n vreselijk pijn deden, maar hij gaf geen antwoord. En de anderen niet, niemand! Ze huilde. Iedereen was daar, maar niemand hoorde haar!

 

Ik ben bang

Ik zoek maar vind je niet

Ik was bij jou maar jij bent er niet

Ik ben verdwaald

Verdwaald in het donker

Niets herkennend

Alleen

Ik ga niet huilen

Ik ga niet zoeken

Waar ben je?

Ik ben bang

 

Ze werd wakker van het gehuil van een jongen. Ze herkende zijn stem. Ze wilde roepen, maar durfde dat niet. Bang, bang dat ‘zij’ terug zouden komen. Toen vond de jongen haar!

 

Toen het donker werd vertrokken ze. Zij met de stokken onder haar armen en de deken op haar rug gebonden. Hij met de jerrycan op zijn hoofd en de paan met de aardappels, de bonen en de bananen als een baby op zijn rug.

Dat was het begin van een lange tocht, een vlucht die bijna drie maanden zou duren¼

 

Klein maak ik mezelf

in de grote donkere wereld

Mijn keel is dichtgeknepen van angst

Mijn ogen willen zien

maar durven niet

Mijn oren willen horen

maar luisteren niet

Mijn mond wil om hulp roepen

maar weet de woorden niet

Mijn voeten willen lopen

maar bewegen niet

Met mijn armen zwaai ik

Mijn hart is leeg

Waar ben je?

Ik ben bang

 

En nu, nu zijn ze hier bij ons, veilig. We maakten de wonden van het meisje schoon, verbonden ze en gaven haar pijnstillers. Ze was breekbaar mager, maar keek helder en dapper naar ons. De hand van haar vriend niet loslatend. En hij, hij was doodmoe, uitgeput, vol schrammen en schaafwonden. Zijn handen waren stuk en ontstoken, z’n voeten waren gezwollen met diepe kloven.

 

In het ziekenhuis ging hij voor de deur van de operatiekamer zitten. Zijn ogen vol angst. Hij moest haar nu alleen laten, alleen, overgeleverd aan die grote mensen in witte jassen. Hij vertrouwde hen niet, hij vertrouwde niemand. Nooit, nooit zou hij nog iemand vertrouwen.

 

Zodra ze hier weg konden zou hij haar meenemen. Meenemen naar een stil plekje ver weg de bergen in waar niemand hen kon vinden. Ze zouden bij elkaar zijn voor altijd! Niemand zou hen nog kwaad doen.

 

Niemand.

Het is warm

maar ik heb het koud

Het is licht

maar ik zie niets

Het is stil

maar het dreunt onheilspellend

De bladeren hangen stil aan de boom

maar in mij stormt het

Waar ben je?

Ik ben bang