PROTESTANTSE GEMEENTE BEEMSTER

 

 

"ROND KERK & KAPEL"

Home

Info

Actueel

Jeugd

Overweging

Geschiedenis

Foto's

Andere Kerken

Bestuur...

Restauratie

"De Beemster Keyser"

 

CHASSIDISCHE VERTELLINGEN

 

Het Joodse chassidisme, dat in de 19e eeuw opkwam in Oost-Europa heeft een schat aan verhalen voortgebracht. De verhalen die de chassid (de vromen) gaan over de leiders van de beweging, de zogenaamde ‘tsadik-kim’ (rechtvaardigen). Het zijn korte teksten, vaak niet meer dan anekdotes, maar hun eenvoud is vaak veelzeggend. Omdat wij in de kerkdiensten van het komende jaar de nadruk leggen op Paulus, en het (joodse) oude testament daarmee wat in de verdrukking komt, willen wij elke kerkbode één of twee van die korte teksten doorgeven. Hier en daar met een korte inleiding. De beroemdste tsaddik, tevens stichter van het chassidisme is Israël ben Eliëzer. In 1700 wordt hij geboren in een dorpje in Polen aan de grens van Roemenië. Later zal hij de naam Baäl Sjem Tov krijgen (meester van de goede naam).

 Waarachtige wijsheid ..

Een paar van zijn leerlingen vroegen aan de Baalsjem toestemming om naar een beroemde tsaddik te gaan. Zij wilden met eigen ogen zien hoe hij zijn leer verkondigde. Zij vroegen aan de Baälsjem, “hoe kunnen wij weten of die tsaddik waarachtig wijs is?” Hij gaf hen ten antwoord: vraag hem om raad. Vraag hem wat je moet doen als je tijdens het bidden en bij het bestuderen van de schrift door vreemde gedachten wordt afgeleid? Geeft hij je raad, dan weet je dat je met een bedrieger te maken hebt. Want een mens is niet geroepen om zich geheel en al van de verleiding te bevrijden. Het is zijn roeping om er tot de laatste snik mee te worstelen.

 De ring

Van één van de opvolgers van de Baälsjem, Sjmelke van Nikolsburg wordt verteld, dat er een arm mens aan zijn deur kwam. Toen er geen geld in huis was gaf rabbi Sjmelke de arme een ring. Een ogenblik later kwam zijn vrouw daarachter en overlaadde Sjmelke met hevige verwijten dat hij zo ’n kostbaar sieraad had weggegeven aan een onbekende bedelaar. Rabbi Sjmelke liet de arme man terugroepen en zei tegen hem: Ik ben zojuist aan de weet gekomen, dat de ring die ik je gegeven heb grote waarde heeft …. pas op dat je hem niet al te goedkoop wegdoet!

Verhalen vertellen
Men verzocht een rabbi, wiens grootvader een leerling van de Baalsjem geweest was, een verhaal te vertellen. Een verhaal, zei hij, moet je zo vertellen dat het zelf helpt. Hij vertelde: Mijn grootvader was lam. Eens vroeg men hem een verhaal van van zijn leermeester te vertellen. Toen vertelde hij hoe de Baalsjem onder het bidden placht te huppelen en te dansen. Mijn grootvader stond te vertellen en het verhaal sleepte hem zo mee dat hij al huppelend en dansend moest laten zien hoe de meester gedaan had. Vanaf dat moment was hij genezen. Zo moet je verhalen vertellen.

Geen inbraakverzekering nodig
Nooit bleef in het huis van de Baalsjem geld over. Als hij van een reis terugkwam vereffende hij de opgelopen schulden en de rest verdeelde hij onder de behoeftigen. Eens bracht hij van een reis veel geld mee, betaalde de schulden en hield uitdeling. Ondertussen echter had zijn vrouw er wat van genomen om enkele dagen niet op de pof te hoeven kopen. ’s Avonds bemerkte de Baalsjem bij het gebed een remming. Hij kwam naar huis en vroeg: Wie heeft er van het geld genomen. Zijn vrouw bekende dat zij het was. Hij nam haar het geld af en liet dat dezelfde avond nog uitdelen.

De waarheid
De Baalsjem sprak: Wat betekent het als mensen zeggen, de waarheid gaat de wereld rond? Het betekent dat zij op iedere plaats verstoten wordt en door moet trekken …


Het volle gebedshuis
Op een dag bleef de Baalsjem eens staan op de drempel van een gebedshuis. Ik kan er niet in zei hij. Het is propvol met lering en gebed, waar zou dan nog een plek voor mij zijn? Toen hij bemerkte dat de omstanders hem aanstaarden zonder te begrijpen, voegde hij daaraan toe: Alle woorden die over de lippen van leraren en biddenden komen maar niet uit een op de hemel gericht hart, stijgen niet op in de hoogte, maar vullen het huis van muur tot muur en van vloer tot plafond.

Na de dood van zijn vrouw

Een leerling vertelde eens; De Baalsjem verwachtte dat hij, zoals Elia, op een dag in een storm naar de hemel zou varen. Toen echter zijn vrouw stierf zei hij; Ik verwachtte dat ik als Elia in een storm naar de hemel zou varen, maar nu ik nog slechts de helft van een lichaam ben, kan ik het niet meer.

De rivier en het licht
Er wordt verteld: Een vrouw uit een dorp niet ver van Medziboz kwam dikwijls naar het huis van de Baalsjem en bracht hem boter, meel en vis. Onderweg moest ze door een klein riviertje. Deze was op een dag buiten haar oevers getreden. De vrouw die probeerde over te steken verdronk. De Baalsjem had verdriet om de goede vrouw en vervloekte de rivier, die daarna opdroogde. Maar de Heer van de rivier klaagde in de hemel en er werd beslist dat het water weer terug mocht keren. Vele jaren na de dood van de Baalsjem kwam zijn zoon bij de rivier die hij vanwege het hoge water niet herkende. Hij werd door de stroom gepakt en meegesleurd. Toen zag hij boven de oever een licht branden dat water en land verlichtte. Hij verzamelde al zijn krachten, ontsnapte aan de stroom en bereikte de oever. Het brandende licht is de Baalsjem zelf geweest.

Verkeerde gastvrijheid
Er wordt verteld: in de dagen van de Baalsjem woonde in een naburige stad een rijk en gastvrij man, die iedere reiziger eten en drinken gaf en nog een geschenk in geld bovendien. Maar het was hem een onoverkomelijke behoefte door ieder die hij zo ontving geprezen te worden. Als dat niet vanzelf kwam wiep hij een handig woordje als lokaas uit, waarin zich dan altijd wel een ‘grotere vis van lofprijzing’ vastbeet. Naar deze man zond de Baalsjem zijn leerling, rabbi Wolf. De rabbi werd rijkelijk onthaald en kreeg een vorstelijk geschenk, maar liet slechts een heel mager dankwoordje horen. Wat denk je, zei de gastheer tenslotte, is dit niet de juiste manier om gastvrij te zijn? We zullen zien antwoordde rabbi Wolf. Meer kon de rijke man niet uit hem krijgen. ’s Avonds ging de gastheer midden tussen zijn gasten liggen, om nog voordat hij insliep plezierig met hen te babbelen en iets aangenaams te horen te krijgen. Toen hij sliep raakte rabbi Wolf met zijn pink zijn schouder aan. In zijn droom was het de man alsof hij bij de koning geroepen werd en de koning thee met hem dronk. Plotseling viel de koning neer en was dood. Men beschuldigde de rijke man van gifmengen en sloot hem in de gevangenis, toen in de gevangenis een brand uitbrak vluchtte hij weg en werd waterdrager. Het was een zwaar beroep dat weinig eten opbracht, daarom trok hij naar een streek waar water zeldzaam was. Daar gold echter weer de wet dat hij niet betaald werd als de emmer niet vol was. Toen hij eens voetje voor voetje een emmer moest wegbrengen viel hij en brak zijn benen. Daar lag hij nu, dacht na over zijn vroegere leven, verwonderde zich en huilde. Toen raakte rabbi Wolf hem weer aan en werd hij wakker. Neem me mee naar uw meester, zei hij. De Baalsjem nam de rijke man op met een glimlach en zei tegen hem, weet je waar al je gastvrijheid terecht is gekomen? In de bek van een hond. Toen ontwaakte het hart van de man en de Baalsjem gaf hem een aanwijzing hoe hij zijn hart verheffen kon.

De slaap
Om zijn studeren niet te lang te onderbreken sliep rabbi Sjmelke alleen zittend, met zijn hoofd op zijn arm en tussen zijn vingers een brandende kaars. Zo werd hij wakker zodra de vlam zijn hand raakte. Toen rabbi Elimelech hem bezocht en zijn heiligheid herkende, maakte hij zorgvuldig een rustbed voor hem klaar en bewoog hem met veel overtuigingskracht ertoe zich een ogenblik uit te strek-ken. Daarop sloot hij het raam en bedekte het. Rabbi Sjmelke werd wakker toen het al volop licht was. Hij bemerkte hoe lang hij had geslapen, maar hij had er geen spijt van, want hij ondervond een ongekende zonnige helderheid. Hij ging het gebedshuis binnen en bad voor de gemeente zoals dat zijn gewoonte was. De gemeente verbaasde zich echter over de kracht van zijn woorden. Toen hij het lied van de schelfzee sprak moesten ze de zoom van hun mantels links en rechts opnemen om niet nat te worden van de opspattende golven. Later zei Sjmelke tegen Elimelech: nu pas heb ik ervaren dat je God ook door slapen kunt dienen.

De dans
Toen zijn zoon gestorven was, ging rabbi Levi Jitzchak dansend achter de baar. Enige van de chassidisme konden het niet over zich krijgen hem niet daarna te vragen. Hij zei;; een reine ziel had men mij gegeven, en een reine ziel bezorg ik terug.

De vraag der vragen
Vlak voor zijn einde sprak rabbi Sussja: in de komende wereld zal men mij niet vragen, waarom ben je niet Mozes of Abraham geweest. Zij zullen vragen, waarom ben je niet Sussja geweest.

Het ergste
Rabbi Sjlomo vroeg: wat is het ergste wat een mens zich aan kan doen? Hij antwoordde, vergeten dat hij een koningszoon is.

 

De dwaas
Op een dag kwam er een man bij de rabbi en die zei: 'Rabbi, ik weet dat ik een dwaas ben, maar ik weet niet wat ik eraan moet doen'. 'Beste man,'antwoordde de rabbi, 'als je van jezelf weet dat je een dwaas bent, dan ben je beslist geen dwaas'. 'Maar waarom zegt dan iedereen dat ik een dwaas ben?', dringt de man aan. De rabbi dacht een ogenblik diep na. 'Wanneer jezelf niet begrijpt dat je een dwaas bent, maar je luistert wel naar wat anderen over je zeggen, dan ben je beslist een dwaas!'

De duivel
Er was eens een rabbi die zo wijs aan het worden was, dat de duivel aan God verzocht hem te mogen testen. God had daar geen enkele moeite mee. Ook de engelen waren zeer benieuwd. Maar wat gebeurde er? De Rabbi kreeg steeds meer aanhang, niet alleen in dat Poolse gehucht, overal in de wereld ontstonden scholen en grote gemeenschappen volgelingen. De engelen, grijnzend tot achter hun oren, zeiden tot de duivel; je hebt verloren. Maar de duivel zei slechts: één mens is gevaarlijk maar deze massa heb ik in de hand. De engelen zwegen bedroefd, en God ..

Arm zijn
Op een dag stelde men aan rabbi Michele Zlotshower een vervelende vraag: "Rebbe, hoewel je arm bent, dank je god elke dag omdat hij in je behoeften voorziet. Is dat geen leugen?" "Helemaal niet. Voor mij is arm zijn een behoefte!" En Rabbi Nachoem van Tsjernobil, voegde daar, niet zonder humor aan toe: "Ik hou van de armoede. Zij is een geschenk van god aan de mens. Een echte schat. En nog goedkoop ook."

Vleselijke lusten
Iemand beklaagde zich bij de rabbi van Lublin: 'Ik word zozeer door vleselijke lusten gekweld dat ik er moedeloos van word.' De rabbi zei: 'Hoed je vooral voor moedeloosheid want die is veel verderfelijker dan zonde. De boze kwelt je niet met vleselijke lusten opdat je zondigt, maar opdat je moedeloos wordt. Daarna heeft hij vrij spel.'

Verstoppertje spelen
Rabbi Baruchs kleinzoon Jechiél speelde eens met een andere jon- gen verstoppertje. Hij verstopte zich goed en wachtte tot zijn vriendje hem opzocht. Toen hij lang gewacht had, kwam hij uit zijn schuilplaats; maar de ander was nergens te zien. Nu bemerkte Jechiél dat deze van het begin af niet naar hem had gezocht. Daarover barstte hij in tranen uit, kwam huilend de kamer van zijn grootvader binnengehold en beklaagde zich over zijn slechte speelkameraadje. Toen stroomden rabbi Baruch de tranen uit de ogen en hij zei:`Zo spreekt God ook: Ik verstop mij, maar niemand wil mij zoeken.

Zorgen maken
Rabbi Mordechai sprak, een mens mag zich geen zorgen maken. Een en- kele zorg is de mens slechts toege- staan, daarover, dat hij zich bezorgd maakt. Maakt u zich geen zorgen, dit was het laatste chassidische verhaal
.. voorlopig!