|
Anansi-sprookje
(verteld bij de Vrouwengroep in de Kapel)
Waarom spinnen altijd in een hoek zitten
In een ver land heerste heel lang geleden een hongersnood die al veel mensen en dieren het leven had gekost. In dat land woonde ook de familie der spinnen. Ananse (spreek Anansi), de mannetjesspin, had uit voorzorg op een grote lap grond jamswortels verbouwd, waarvan hij en zijn familie konden leven.
Op een zekere dag zei hij tegen zijn ijverige vrouw: Ik voel dat mijn dagen geteld zijn. Ik heb nog een laatste wens: als ik dood ben wil ik midden in het jamsveld begraven worden. Maar je mag geen aarde op mijn lichaam storten. Als er werkelijk een dodenrijk bestaat, wil ik namelijk zonder al teveel
moeite mijn graf uit kunnen krabbelen. Verder moet je nog een paar jamswortels, een pan, een oven, olie en wat zout in mijn graf leggen. Ach, Ananse, zuchtte zijn vrouw, niemand weet of er leven na de dood is. Maar omdat je mijn lieve man bent, zal ik je laatste wens vervullen.
Op een ochtend zag de vrouw tot haar ontsteltenis dat haar man onbewegelijk naast haar lag. Ananse, wordt wakker, riep ze bezorgd. Daarna schudde ze hem heen en weer, maar hij gaf geen teken van leven meer. Mijn arme man moet vannacht zijn overleden, dacht de vrouw en ze huilde bittere tranen. Ze riep de
kinderen bij zich en gezamenlijk werd er getreurd.
Toen het eerste verdriet enigszins was geluwd, vertelde de vrouw aan haar kinderen wat hun vaders laatste wens was. De kinderen beloofden die te vervullen. De volgende morgen groeven ze midden in het jamsveld een kuil, waarin de levensloze vader werd gelegd. Vervolgens haalden ze de gewenste voorwerpen
uit het huis en legden ze in het graf. Ze baden tot de goden, die hun vader zouden ontvangen. Daarna gingen ze terug om hun huilende moeder te troosten.
Maar de betreurde vader leefde nog. Ananse had zich dood gehouden om ongestoord van de jamswortels te kunnen eten. Overdag lag hij in zijn kuil te slapen en ’s nachts vulde hij zijn buikje met gebakken jamswortels. Toen de voorraad in zijn graf op was, groef Ananse elke nacht wat jammen uit zijn eigen
veld op. Zo leefde hij vele dagen gelukkig en tevreden.
Intussen merkte zijn vrouw dat er jamswortels van het veld verdwenen. Ik ben benieuwd wie zo ’n arme weduwe als ik besteelt, dacht ze, maar ik krijg de dief wel. Toevallig hadden haar kinderen kortgeleden een houten beeld gekocht. Ze bestreek het beeld met kleverige spuug, zette het op het grote veld neer
en stopte in het hand van het beeld een jamswortel. Daarna ging ze tevreden naar haar hut terug.
Toen Ananse die nacht zijn graf verliet en een vreemde gestalte ontwaarde, schrok hij zich wezenloos. Wat doe je hier, riep hij de indringer toe. Ga ogenblikkelijk van mijn veld af, anders help ik je een handje. Maar het angstwekkende wezen maakte geen aanstalten om het veld te verlaten. Daarom ging
Ananse boos op het beeld af. Toen zag hij pas dat de indringer een jam in zijn hand hield. En je wilt ook nog de vruchten van mijn arbeid stelen, schreeuwde hij buiten zichzelf van woede. Je bent een laaghartige dief. Verdwijn onmiddellijk van mijn veld.
Ananse wond zich steeds meer op, omdat hij geen antwoord kreeg. Hij werd zo kwaad, dat hij zich op de dief stortte. Eerst probeerde hij de indringer met zijn voorpoten te slaan. Maar wat schrok hij toen hij niet meer los kon komen. Laat onmiddellijk mijn voorpoten los, gilde Ananse in blinde woede. Hij
begon te trappelen met zijn achterpoten en raakte ook daarmee vast. Hij schreeuwde en spartelde, maar kon zich niet bevrijden.
Toen de zon aan de oostelijke horizon opkwam, ontdekte Ananse eindelijk dat hij aan een levenloos beeld vastzat. O stommeling dat ik ben, jammerde hij. Ik ben beslist in de val van mijn vrouw gelopen. Even later zag hij haar in de verte aankomen. Toen ze haar dood gewaande man herkende, kon ze van schrik
geen woord uitbrengen. Ze staarde hem een tijdje aan, vroeg toen: Ananse, ben jij dat? Ben je opgestaan uit de dood?
Ach mijn lieve vrouwtje, steunde Ananse, bevrijd me en ik zal je alles vertellen. Ik schaam me diep, lieve vrouw. Ik was niet dood, bekende Ananse. Ik heb jullie allemaal beetgenomen, omdat ik ongestoord de jamswortels wilde opeten. Hoe kon je me zoiets aandoen, zei de vrouw. Iedereen weet dat je bent
begraven. Onze hele familie moet zich voor jou schamen. Wij zullen ons in hoeken en gaten moeten verstoppen om de schande, die jij ons berokkend hebt, voor de wereld te verbergen.
Hierdoor zitten de spinnen ….

|