PROTESTANTSE GEMEENTE BEEMSTER

 

 

"ROND KERK & KAPEL"

Home

Info

Actueel

Jeugd

Overweging

Geschiedenis

Foto's

Andere Kerken

Bestuur...

Restauratie

"De Beemster Keyser"

 

Column's


 Pinksteren

Het is voorjaar en opnieuw zou ik de gekste dingen willen doen. Zoals, als jonge vent met de (bejaarde) Vrouwenkring van ZOB hun reisje meemaken. Zouden zij mij wel zien zitten? In de bus? Ik weet het niet. Gelukkig lezen zij dit op zijn vroegst één of twee weken later. Àls zij het al lezen. Maar om op het onderwerp terug te ko- men, het lijkt mij ondanks de goede berichten, toch verstandiger om maar niet mee te gaan. Het zal een lange dag worden en daar heb ik niet van terug. Helaas is Mr. P. zo aanwezig, dat ik mij gedwongen voel halverwege de dag een tukkie te doen. Dat wordt niets met al die vrolijke dames om mij heen. Intussen zijn we, komende uit de Paastijd, op weg naar Pinksteren. Het Paaslam is door de meeste mensen ingeruild voor de Paashaas. Hoe bedenken ze het? Er is zelfs op verscheidene nieuwsmedia al uitgelegd waar de Paashaas vandaan komt. Ziezo, dat weten we dan. Het was altijd al zo raadselachtig, waar- om je zoveel mensen vier keer in één week naar de kerk zag gaan. Allemaal opgedirkt in hun nieuwe kleren. Maar nu is dat duidelijk: het stamt uit de tijd van de Germanen! Ach, laat men maar denken. Wij vierden het grootste feest van de Christelijke Kerk. En nu gaan we weer verder naar de Pinkstermorgen. “Weet iemand, waar dàt feest vandaan komt? Zal ook wel zijn oorsprong bij de Germanen vinden”. Nou, gelijk hebben ze, die mensen. Dat het de Kerk gelukt is om alle Germaanse feesten te confisqueren en om te vormen tot christelijke feesten is inderdaad een geslaagd stukje tactiek in de vroege geschiedenis van het ontluikende christendom in Europa geweest. Welke stap en door wie zal er nu weer gezet worden in het inpikken van elkanders feesten? Wij Christenen zullen het niet zijn. Zal de Islam een Hemelvaartsdag proberen af te snoepen? Ramadan, Suikerfeest? Nee, dank u, we hebben zo wel voldoende! Het kost de economie al genoeg, al die feestdagen. Feesten is goed, maar er moet wel gewerkt worden, anders wordt het helemaal onbetaalbaar. Kijk maar hoe we worstelen met de zegeningen van de uitstekende gezondheidszorg. Meer preventie brengt langer leven met zich mee: een probleem voor de sociale partners. (Weet u de gemiddelde leeftijd van de Vrouwenkring? Ik weet het maar houd mijn mond) En alle mensen willen oud worden. Beseffen ze allemaal wel, dat oud-worden ook oud-zijn met zich meebrengt? Dat is lang niet altijd zo leuk, als we dachten toen we nog écht jong waren. Een vurig Pinksterfeest en een mooie zomer gewenst!

Ruud


4 MEI- NIET HATEN

Op 4 mei herdenken wij de doden uit de Tweede Wereldoorlog. Op 5 mei wordt de bevrijding gevierd. Voor mijn moeder en mij viel die bevrijdingsdag op 15 augustus 1945, na drieëneenhalf jaar Japans concentratiekamp. Ik schrijf deze korte herdenking als een eerbetoon aan mijn moeder die op 17 febr 1999 is gestorven in de mooie leeftijd van 90 jaar.
Haar mooiste nalatenschap aan mij was dat zij mij heeft geleerd niet te haten.
Tijdens de kampjaren verhuisden wij soms van het ene kamp naar het andere.
Dat bracht veel gesjouw met zich meel zeker toen de krachten van velen steeds verder afnamen. De bagage die kon worden meegenomen nam meer en meer in omvang af. Door de jaren waren er zeker twee bezittingen die altijd meegingen.
Dat was een dagboekje waar mijn moeder tot haar sterven elke dag uit las en een mooie fleurige zomerse japon. Nee, geen jurk, een japon. Die zou ze dragen op de dag dat mijn vader een zeeman terug kwam uit de oorlog. Maar mijn vader kwam niet terug. Kort na de oorlog hoorde mijn moeder dat hij in 1942 al met het schip waarop hij voer was omgekomen. Een Japanse torpedo boorde zich in het schip dat munitie vervoerde voor de Marine. Er waren slechts vier mensen die het overleefden.

Mijn moeder was 47 jaar, ik bijna acht.
Na het kamp werden wij ondergebracht in een gebouw van de Kon. Pakketvaart Maatschappij. Japanse krijgsgevangenen dweilden er de vloer. Mijn moeder had medelijden met die soms heel jonge jongens die ver van huis waren. Wij moesten tot januari 1946 wachten op een schip dat ons naar Holland zou brengen. In die vier maanden heb ik van mijn moeder geen enkel boos woord gehoord over Japanners. Na zestig jaar heeft haar waardige en menslievende houding nog niets aan kracht ingeboet.
 

Vader

Ik heb je nooit gekend, vader. Vier was ik en de oorlog woedde wereldwijd en komend uit een kamp met duizend doden en nog een wist ik in vrijheid dat het toen miljoenen waren die nimmer keerden naar hun lief; dus werd de pijn verborgen in het leven omdat de doden koud en onbereikbaar zijn.

Ank Pronk
 


Column

In het vliegtuig van Singapore naar Manado (Indonesië) kwam ze naast me zitten. Een oudere Indonesische vrouw, keurig gekleed en goed verzorgd. Typisch Indo. Mijn tantes zien er ook zo uit. Echte tantes om te knuffelen; dat verwachten ze ook van je, want vroeger hebben ze jou geknuffeld. Nu is het jou beurt. De vrouw naast me sloot haar ogen en vouwde haar handen. Ze bad. Ik kan me niet herinneren ooit biddende mensen in een vliegtuig te hebben gezien. Maar ik heb gelukkig nog nooit in een vliegtuig gezeten dat op het punt staat te crashen. Ik kan me voorstellen dat dan iedereen gaat bidden. Na het bidden sloeg ze een klein boekje open. Met een schuin oog keek ik naar de teksten. Kleine letters, twee kolomindeling. Ik vroeg het haar: een bijbel? Ja! Voorzichtig legde ik het boek van Paulo Coelho (11 minuten) weg. Op de voorkant staat een zeer erotisch tafereel – misschien schokkend voor mijn buurvrouw.
 
Later, eenmaal in het méést christelijke deel van Indonesië (De Minahassa) heb ik nog vaak aan de vrouw in het vliegtuig gedacht. Ze vertegenwoordigde de tijd in de Minahassa: veel kerken, vooral gereformeerde, meestal nog door Nederlanders gebouwd, compleet met preekstoel en orgel. De diensten zijn een kopie van de onze; met gezongen geloofsbelijdenis. De liederen dragen het Johannes de Heer stempel. Broeder Pronk hoor ik ze spelen. Maar ook in een bergdorp op 2.500 m. hoogte een kerk met over de volle lengte de uitgebeitelde tekst:
 
Jezus is het licht der wereld
 
Op bezoek bij een oude dominee (was 20 jaar geleden ooit op bezoek in de Beemster) verontschuldigde ik me dat het zo lang moest duren eer ik hem kon bezoeken. Ach zei hij, “Alles heeft zijn tijd.” Prediker ten voeten uit. Bij het weggaan viel ik door de mand. Hij vroeg of wij voor hem wilden zingen. Nu heb ik vroeger nooit versjes uit het hoofd willen leren. Waarom zou ik? Je hebt toch een liedboek! Mijn gastheer merkte mijn twijfel en zette toen maar zelf in. Ik moest even aan Wim van Beveren
denken, die het maar niets vindt dat ik niets uit het hoofd kan zingen. Heeft Wim dan toch gelijk? Wim zegt altijd: Er kunnen momenten zijn dat je moet zingen en dan zijn er géén liedboeken beschikbaar. Ja Wim, je hebt gelijk!
 
De kerken en moskeeën schieten hier de grond uit. Elke kampong heeft wel zo ‘n 4 tot 6 kerken en moskeeën. De eerste zondag in mijn geboorteplaats heb ik de kerk bezocht waar ik vermoedelijk vroeger ook ben geweest. Emoties te over!
 
Niet alleen de protestanten, ook de rooms-katholieken zijn hier niet weg te denken. Behalve “scholen met de bijbel” (prot.) heb je ook scholen die hun identiteit niet verhullen: Santa Maria, beelden op het plein, moeder Maria en kindeke Jezus op een verhoging. In Surabaya ontmoetten wij twee missie-zusters uit Timor, die afkomstig zijn van de congregatie uit Steijl (Limburg). Het toeval wilde dat ik enkele maanden geleden nog in de tuin van dat klooster ben geweest.
 
Al die religie, de kerken, de mensen met hun kruisjes om hun nek, de hele sfeer past perfect binnen de pelgrimstocht die ik aan het ondernemen ben. Terug naar je roots, je geboortehuis, je kinderjaren, het voetbalveldje waar je trainde, de klappertuinen van mijn opa. Maar ook, het bezoeken van de graven van je voorouders, het ontmoeten van neven en nichten, en vooral, het bezoeken van het graf van mijn vader. Ik heb de tranen laten vloeien. Tranen van dankbaarheid dat ik dit mag meemaken. Maar vooral ook: het ontdekken van je identiteit. Je gewoontes die in de Beemster misschien wat ‘vreemd’ overkomen. Hier gewoon zijn. Teveel dingen om te benoemen. Voor alles komt ’n tijd, zal ik maar zeggen.
 
Jozef 


Anansi-sprookje  (verteld bij de Vrouwengroep in de Kapel)

 

Waarom spinnen altijd in een hoek zitten

 In een ver land heerste heel lang geleden een hongersnood die al veel mensen en dieren het leven had gekost. In dat land woonde ook de familie der spinnen. Ananse (spreek Anansi), de mannetjesspin, had uit voorzorg op een grote lap grond jamswortels verbouwd, waarvan hij en zijn familie konden leven.

 

Op een zekere dag zei hij tegen zijn ijverige vrouw: Ik voel dat mijn dagen geteld zijn. Ik heb nog een laatste wens: als ik dood ben wil ik midden in het jamsveld begraven worden. Maar je mag geen aarde op mijn lichaam storten. Als er werkelijk een dodenrijk bestaat, wil ik namelijk zonder al teveel moeite mijn graf uit kunnen krabbelen. Verder moet je nog een paar jamswortels, een pan, een oven, olie en wat zout in mijn graf leggen. Ach, Ananse, zuchtte zijn vrouw, niemand weet of er leven na de dood is. Maar omdat je mijn lieve man bent, zal ik je laatste wens vervullen.

 

Op een ochtend zag de vrouw tot haar ontsteltenis dat haar man onbewegelijk naast haar lag. Ananse, wordt wakker, riep ze bezorgd. Daarna schudde ze hem heen en weer, maar hij gaf geen teken van leven meer. Mijn arme man moet vannacht zijn overleden, dacht de vrouw en ze huilde bittere tranen. Ze riep de kinderen bij zich en gezamenlijk werd er getreurd.

 

Toen het eerste verdriet enigszins was geluwd, vertelde de vrouw aan haar kinderen wat hun vaders laatste wens was. De kinderen beloofden die te vervullen. De volgende morgen groeven ze midden in het jamsveld een kuil, waarin de levensloze vader werd gelegd. Vervolgens haalden ze de gewenste voorwerpen uit het huis en legden ze in het graf. Ze baden tot de goden, die hun vader zouden ontvangen. Daarna gingen ze terug om hun huilende moeder te troosten.

 

Maar de betreurde vader leefde nog. Ananse had zich dood gehouden om ongestoord van de jamswortels te kunnen eten. Overdag lag hij in zijn kuil te slapen en ’s nachts vulde hij zijn buikje met gebakken jamswortels. Toen de voorraad in zijn graf op was, groef Ananse elke nacht wat jammen uit zijn eigen veld op. Zo leefde hij vele dagen gelukkig en tevreden.

 

Intussen merkte zijn vrouw dat er jamswortels van het veld verdwenen. Ik ben benieuwd wie zo ’n arme weduwe als ik besteelt, dacht ze, maar ik krijg de dief wel. Toevallig hadden haar kinderen kortgeleden een houten beeld gekocht. Ze bestreek het beeld met kleverige spuug, zette het op het grote veld neer en stopte in het hand van het beeld een jamswortel. Daarna ging ze tevreden naar haar hut terug.

 

Toen Ananse die nacht zijn graf verliet en een vreemde gestalte ontwaarde, schrok hij zich wezenloos. Wat doe je hier, riep hij de indringer toe. Ga ogenblikkelijk van mijn veld af, anders help ik je een handje. Maar het angstwekkende wezen maakte geen aanstalten om het veld te verlaten. Daarom ging Ananse boos op het beeld af. Toen zag hij pas dat de indringer een jam in zijn hand hield. En je wilt ook nog de vruchten van mijn arbeid stelen, schreeuwde hij buiten zichzelf van woede. Je bent een laaghartige dief. Verdwijn onmiddellijk van mijn veld.

 

Ananse wond zich steeds meer op, omdat hij geen antwoord kreeg. Hij werd zo kwaad, dat hij zich op de dief stortte. Eerst probeerde hij de indringer met zijn voorpoten te slaan. Maar wat schrok hij toen hij niet meer los kon komen. Laat onmiddellijk mijn voorpoten los, gilde Ananse in blinde woede. Hij begon te trappelen met zijn achterpoten en raakte ook daarmee vast. Hij schreeuwde en spartelde, maar kon zich niet bevrijden.

 

Toen de zon aan de oostelijke horizon opkwam, ontdekte Ananse eindelijk dat hij aan een levenloos beeld vastzat. O stommeling dat ik ben, jammerde hij. Ik ben beslist in de val van mijn vrouw gelopen. Even later zag hij haar in de verte aankomen. Toen ze haar dood gewaande man herkende, kon ze van schrik geen woord uitbrengen. Ze staarde hem een tijdje aan, vroeg toen: Ananse, ben jij dat? Ben je opgestaan uit de dood?

 

Ach mijn lieve vrouwtje, steunde Ananse, bevrijd me en ik zal je alles vertellen. Ik schaam me diep, lieve vrouw. Ik was niet dood, bekende Ananse. Ik heb jullie allemaal beetgenomen, omdat ik ongestoord de jamswortels wilde opeten. Hoe kon je me zoiets aandoen, zei de vrouw. Iedereen weet dat je bent begraven. Onze hele familie moet zich voor jou schamen. Wij zullen ons in hoeken en gaten moeten verstoppen om de schande, die jij ons berokkend hebt, voor de wereld te verbergen.

 

Hierdoor zitten de spinnen ….