Diversen/Ingezonden
►Eén
geloof
►Moderne bewerking ps. 104
►Een verhaal voor grote en kleine oren
►Een terugblik door Mia Tesselaar
►Nooit je dromen opgeven
►Land van domineeskinderen
|
De redactie
ontving
onderstaand
gedicht, wat
werd gelezen in
een
Nederlandstalige
(vakantie)kerkdienst
in Portugal.
Graag reiken wij
het verder in
deze Portugese
hitte
Eén in geloof
Van welke kerk
ben je?. Waar
hoort u bij? Van
wie bent U?
Die vragen krijg
ik nog wel eens
te horen.
Dan antwoord ik:
”Ik ben hervormd
geboren”
Maar ja,wat geef
ik daarmee
eigenlijk aan?
Met Hervormd kun
je alle kanten
opgaan
Dus vul ik aan:
rechtzinnig
daarenboven
dat is een
vrijzinnige
manier van
geloven.
Maar toen ik nog
jong was is mij
al geleerd:
een goed woord
voor Hervormd is
Gereformeerd.
Dus behoor ik
ook tot de
Gereformeerde
kerk
en doe
gereformeerd
gemeentewerk.
De kerk is oud;
dat zonder meer
dus ben ik
eigenlijk ook
oudgereformeerd.
Ik ben ook
christen, is me
geleerd,
dus ben ik ook
christelijk
gereformeerd.
Of ik kan
zeggen, dat kan
er ook mee door,
dat ik tot de
Christengemeente
behoor.
En Christus
bevrijdde, tot
liefde en hoop
Vrijgemaakt ben
ik dus ook.
Omdat men in
mijn kerk aan
dopen doet,
past
Baptistengemeente
mij ook wel
goed.
Ook komt
jaarlijks het
pinksterfeest
voor
zodat ik ook tot
de
Pinkstergemeente
behoor
En omdat het
steeds om het
Evangelie gaat
kan Evangelische
gemeente ook
geen kwaad
Ik vaar op het
Bijbels
apostolisch
gezag
en dat is de
reden dat ik me
ook Apostolisch
noemen mag.
Tenslotte is het
bekend aan breed
publiek,
de kerk is
algemeen, dus
ben ik Katholiek
U weet nu bij
welke kerk ik
hoor,
of komt mijn
antwoord u te
verwarrend voor?
U heeft gelijk!
Die namen! Wat
een gedoe!
Daarom wens ik u
van harte toe,
dat op de vraag:
waar hoort u
bij? Van wie
bent U?
Uw antwoord zij:
Van Christus ben
ik! Straks….en
nu!
 |
|
|
Op verzoek: De moderne bewerking van psalm 104, zoals die in de afgelopen oogstdiensten klonk
Over mooie natuur zul je mij niet horen
ik wordt daar echt niet gelovig van
Geef mij maar mensen
en lekker skaten in straten …
omdat ik een echte stadsjongen/meid ben.
Maar ik hoorde opeens
dat Jimmy was overleden,
een vriend, die geen kanker had verdiend.
Toen ben ik op de fiets gestapt,
fel op de trappers,
een buitenwijk uit, de ruimte in.
Ik had de wind tegen, dat kon mij
niets schelen, “wat waait door je haren,
waait weg uit je kop.”
Ik wist heg nog steg,
tussen velden en bossen,
mijn fiets raakte vast, ik kwakte hem weg.
Ik struinde door struiken, ging buiten de
paden,met modder tot over mijn knie.
 |
Ik zag ook een vogel
door een kat doodgebeten, zijn veren
overal rondgestrooid.
Zo schattig gaat het niet
in de natuur, in het leven
daar zat ik niet mee, dat wist ik nu wel.
Ik weet niet waarom,
maar ik ging opeens rennen …
Misschien om niet te denken
aan alles war draaide in mijn hoofd.
Het was niet dat ik struikelde,
ik liet me gewoon vallen, languit voorover
viel ik plat op m ’n gezicht…
Ik proefde de grond,
mijn handen in takken, bladeren en mos …
pas toen, pas toen heb ik gehuild,
ik lag daar, moe,
liet mijn tranen de vrije loop
De aarde wilde troosten
… en dronk mijn verdriet
(uit Karel Eykman, Waar het om gaat)
|
|
een verhaal voor grote en kleine oren

(Een preek of overweging is een vast onderdeel van onze diensten. Soms echter maakt het plaats voor een "verhaal voor grote en kleine oren". Zo ook op 14 maart. In de kerk werd er gedoopt, in de Kapel was er medewerking vanuit de tienertheatergroep. Hieronder, op verzoek, nogmaals het verhaal dat daarbij klonk - naar Lucas
13, vers 6 - 9).
Hoe loopt het af?
Er was eens een paleistuin vol bomen en bloemen, passievruchten en paradijsappels en overal vlogen vlinders en egel~es liepen gezellig heen en weer. Tevreden liep de tuinman door de tuin. Hij plukte een paar verwelkte roosjes af, knipte een dood takje en ging toen zitten op een bankje onder een vijgenboom. Op dat moment kwam
de koning eraan. Hij genoot van wat hij zag, maar liep toen rechtstreeks naar de vijgenboom en keek er naar. De koning zei tegen de tuinman. Al drie jaar staat die boom hier, maar ik heb er nog geen vijg van gegeten.
Hak hem maar om en verbrand hem in het vuur, want zo put hij alleen de grond uit. De tuinman keek ook naar de boom. Hij zat er graag onder, maar als de koning het wilde. Er bleven nog genoeg bomen over. De volgende dag stond er een bord in de tuin. Nieuwe tuinman gezocht!
Zo was er eens een paleis tuin vol bomen en bloemen, passievruchten en paradijsappels en overal vlogen vlinders en egel~es liepen gezellig heen en weer. Tevreden liep de tuinman door de tuin. Hij plukte een paar verwelkte roosjes af, knipte een dood takje en ging toen zitten op een bankje onder een vijgenboom. Op dat moment
kwam de koning eraan. Hij genoot van wat hij zag, maar liep toen rechtstreeks naar de vijgenboom en keek er naar. Toen zei de koning tegen de tuinman. Al drie jaar staat die boom hier, maar ik heb er nog geen vijg van gegeten. Hak hem maar om en verbrand hem in het vuur, want zo put hij alleen de grond uit.
De tuinman keek ook naar de boom. Hij zat er graag onder, maar had ie wel genoeg moeite gedaan? Geef mij nog een jaar, zei de tuinman. In dat jaar gaf hij de boom extra mest, extra water, hij zette 's nachts zelfs een paar grote lampen neer voor meer licht. Niets hielp, alle moeite bleef vruchteloos. Met een zucht keek de
tuinman naar alle andere bomen en bloemen en hij besloot de vijgenboom toch maar om te hakken. De volgende dag stond er een bord in de tuin. Nieuwe tuinman gezocht!
Zo was er eens een paleis tuin vol bomen en bloemen, passievruchten en paradijsappels en overal vlogen vlinders en egeltjes liepen gezellig heen en weer. Tevreden liep de tuinman door de tuin. Hij plukte een paar verwelkte roosjes af, knipte een dood takje en ging toen zitten op een bankje onder een vijgenboom. Op dat moment
kwam de koning eraan. Hij genoot van wat hij zag, maar liep toen rechtstreeks naar de vijgenboom en keek er naar. Toen zei de koning tegen de tuinman. Al drie jaar staat die boom hier, maar ik heb er nog geen vijg van gegeten. Hak hem maar om en verbrand hem in het vuur, want zo put hij alleen de grond uit.
De tuinman keek ook naar de boom. Hij zat er graag onder, maar had ie wel genoeg moeite gedaan? Geef mij nog een jaar, zei de tuinman. Dat jaar gunde hij zich geen rust. Hij gaf mest en water, met een hak maakte hij de grond los. Hij sneed zich aan de hak, zweette in de zon, huilde soms 's avonds omdat het niet wilde lukken.
Bloed, zweet en tranen. Doodmoe viel hij in slaap. De volgende dag - het was toen paasmorgen - werd de tuinman gewekt door twee lieve tuinvrouwen, Shanna en Dionne (de twee dopelingen van die zondag). Voortaan hoefde de tuinman het werk niet meer alleen te doen. Zo droeg de vijgenboom toch nog vrucht.
Zo was er eens een wereld vol afgeschreven mensen, de één was te oud, de ander te langzaam, een derde zag er niet leuk uit, een vierde was niet slim genoeg en een vijfde woonde gewoon op de verkeerde tijd op de verkeerde plek. Weg ermee werd er geroepen. Zij kosten alleen maar geld en je hebt er niets aan. De tuinman keek
naar al die mensen. Had hij wel genoeg moeite gedaan. Geef me nog een jaar, zei de tuinman. Hij wist wat mensen nodig hebben om te groeien, liefde, warmte, weten dat je nodig bent. Een lijntje naar God.
Het kostte hem bloed, zweet en tranen, maar het verhaal gaat dat het hem lukte. Anderen gingen verder waar hij moest stoppen, omdat je bomen niet zomaar afschrijft en mensen al helemaal niet. Omdat mensen niet alleen beeld zijn van hun ouders, maar ook beeld en gelijkenis van God.
 |
|
Een terugblik
Het is een feit, zondag 5 oktober wordt in de dienst aandacht geschonken aan het vertrek van de basisschool en het begin van de nieuwe start op het Voortgezet onderwijs, de stap in de wijde wereld.
Het leek allemaal heel simpel en leuk, maar er kwam toch meer bij kijken. En zelfs als moeder sta je soms voor verrassingen.
Vrijdags, tussen neus en lippen door, laten doorschemeren dat Saskia in de aankomende dienst een mandje zou krijgen, als bagage voor de komende stap in haar leven. Zaterdagochtend kwam onze predikant, Nico,
even aan de deur om een en ander aan Saskia te overhandigen om voor te lezen tijdens de dienst a.s. zondag. Natuurlijk moest er geoefend worden. Op toon lezen en ook begrijpen wat je leest is nou eenmaal een vak apart. Voor het slapen
gaan (heel laat!) nog de streepjes boven de woorden gezet, waar de klemtoon op zou moeten vallen en vooral op het hart gedrukt dat er niet te snel gelezen moest worden. (Als je het te lezen stuk niet voor je hebt, moet je het van het
luisteren hebben!!) Alles moest goed komen. Geen paniek. Je kunt het!! De brief van Paulus was iets waar wij in ons gezin zo vaak de nadruk op zouden willen leggen. Niemand is meer, maar niemand is minder dan jou!! Het hele verhaal
bracht voor onze Saskia van 12 jaar een heleboel duidelijkheid. Hier hadden we het inderdaad wel eens over gehad. "Samen vormen wij één lichaam. . ." En ja. . ...dat probeer je je kinderen toch duidelijk te maken als je het over "kerk-zijn"hebt.
Dat je elkaar nodig hebt, maar dat je elkaar ook kunt aanvullen. Dat je elkaar lief kunt hebben en dat je er voor elkaar kunten soms moet zijn.
Dat als je niet naar de kerk gaat, dat je door bepaalde personen gemist wordt. Omdat je door je aanwezigheid een ander blij of vrolijk maakt. Er werd door het lezen van de tekst voor onze Saskia een heleboel
duidelijk. Zondagochtend nog eenmaal de tekst voorlezen in de woonkamer en het kon niet meer fout gaan. Alles verliep naar wens. Het was een prachtige dienst. Veel wijsheid meegekregen en voor iedereen goed te begrijpen. Boeiend dus!!
Ook voor de jeugd!! Voor Saskia was het in ontvangst nemen van "het mandje"iets speciaals en zij genoot er van. Haar verbazing was groot, dat er ook een Bijbel bij zat. Dat had zij van haar zus niet gehoord! Nee, dat had Linda indertijd
er niet bij zitten. Thuisgekomen werd het mandje grondig bekeken en uitgepakt en even zo grondig weer in oude staat teruggebracht. Weldra settelde Saskia zich op de bank met "Het Boek". Eerst werd grondig gelezen wat er voorin geschreven
stond. Wel een paar keer werd herhaald hoe
leuk zij het vond. Zelf vertel je dan dat er diverse bijbels zijn uitgedeeld bij een afscheid van b.v. zondagsschool of bijbelklasjes. En dat je zelf ook nog zo'n bijbel op zolder hebt staan. "Kun je die eens
pakken mama?" was de vraag. En uiteraard was dit een mooi moment om dat ~ns te doen. Bij het halen van die ene bijbel, kwamen nog meer oude bijbeltjes te voorschijn van andere mensen, die ik als kerkganger wel eens aangeboden kreeg als
iemand er niets mee wist te doen. "Jij komt nog wel eens in de kerk", zei men dan. Alle exemplaren kwamen deze dag op de eettafel te liggen. De kleinste was uit 1910, een iets grotere was van 1923, mijn eigen bijbel* was van 1972 en dan
"Het Boek" van Saskia uit 2003. Tussen de oudste en de nieuwe zit dus bijna een hele eeuw!! Saskia begon op een gegeven moment te lezen in háár Boek. "He mama, wat leuk. . . ..hier staat het zelfde als de preek van vorige week, over Adam
en Eva. Het staat er echt in over die slang!" Tijdens het lezen rolde Saskia van de ene verbazing in de andere. 'Wauwmama,
Adam kreeg drie zonen (zo leer je nog eens wat als moeder.. .nooit beseft dat die Kaïn en Abel van Adam waren) en hij werd wel 930 jaar oud!!! "Het is eigenlijk net een fabel* ...... maar.. weet je.. . .. ...
ik geloof het toch wel hoor, dat ze dat vroeger allemaal hebben opgeschreven."is Saskia's reactie. (Toch dondersgoed beseffend dat je natuurlijk geen 930 jaar oud kunt worden, ook vroeger niet, maar toch moet het wel waar zijn, want de
Bijbel is geen sprookjesboek.) In de loop van de middag wordt toch af en toe Het Boek weer ter hand genomen en horen wij zo nu en dan een losse kreet. "Hé.. ...de Amorieten .. ..dat was met onze musical!" Het was leuk om te ervaren hoe
je (kleine) meisje met de Bijbel in aanraking kwam. Net zoals het nemen van computerlessen nodig was om binnen heel korte tijd te zorgen, dat je kinderen niet opeens meer weten dan jijzelf, zo wordt het nu toch echt tijd om de Bijbel
zelf te gaan lezen. Natuurlijk heb je de meeste verhalen ooit wel eens gehoord, maar wie nou werkelijk de zonen van Adam en Eva waren en dat ze zo oud werden vroeger, dat is compleet nieuws!! Misschien toch ook eens naar een leerhuis???
(zondagsschool voor 40+ ers??)
Hoe dan ook. . . ..de dienst van vandaag heeft héééél wat teweeg gebracht!
Mia Tesselaar
(P S: inmiddels komt Mia Tesselaar naar het leerhuis in de Kapel!!!)
 |
|
NOOIT JE DROMEN OPGEVEN door Aziz Khoushiwal
ETEN
MET DE BUREN
Ruim vijf jaar geleden moest ik mijn vaderland Afghanistan verlaten om mijn vrouwen kinderen te vinden. Gelukkig heb ik mijn lieve gezin in Nederland gevonden. Wij wonen nu in Middenbeemster en ik heb drie
kinderen, twee zoons van twaalf en elf jaar en een dochtertje van twee jaar en vijf maanden.
Toen de Islamitische fundamentalisten in 1992 de hoofdstad Kaboul innamen, zagen wij onze toekomstplannen in duigen vallen. Terwijl wij werkten in Kabul, waren er iedere dag raketbeschietingen en
bombardementen op de stad. Toch had ik altijd het idee dat de oorlog ver weg was.
De dag nadat de fundamentalisten kwamen konden wij onszelf niets meer wijsmaken: vanaf dat moment gingen de universiteiten, de scholen, de fabrieken, de ziekenhuizen en alle instanties voor intellectuelen
dicht. Duizenden intellectuelen en leden van de DVPA werden door de Modjhaiden en de Taliban uit alle instanties van de overheid gebannen.
Honderden leden van de DVPA werden door de Modjhaiden en andere fundamentalistische groepen in alle provincies van Afghanistan en ook in de hoofdstad Kabul in de gevangenis gezet. Tientallen leden van de
DVPA werden geterroriseerd. Al deze beelden en andere werkelijkheden over mijn land werden na 11 september 2001 duidelijk.
Nu weet bijna iedereen waarom zoveel intellectuelen hun vaderland moesten verlaten en vluchtten naar andere landen ter wereld. Wij vluchtten uit ons land, 'mijn vaderland, dit hemelse geschenk, dat louter
geurt naar bloemen', om ergens te schuilen terwijl wij er geen plannen voor hadden.
Wie van het leven niet kan leren, leert nooit van een leraar. Vluchten, adapteren en integreren zijn heel moeilijke prestaties en kosten veel tijd. Toen ik in Nederland kwam, sprak ik geen woord Nederlands:
'Eerst zou je de taal kunnen leren, dan zou je met een nieuwe cultuur kennis kunnen maken en daarna zou je in een nieuwe maatschappij kunnen integreren'. Zo dacht ik het en zo besloot ik het te doen.
Met behulp van de taal kon ik mijn gevoelens aan Nederlanders vertellen en kon ik met mensen communiceren. Na een jaar wou ik t,>-raag de krant lezen en ik ben met de Volkskrant begonnen. Ik kreeg de krant
elke week van mw. Ah Majer. Daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Mw. Houtman uit Middenbeemster hielp mij met het lezen van de krant. Ik mocht een of twee keer per week bij de fam. Houtman op bezoek komen. Ik las dan een tekst hardop en
mw. Houtman corrigeerde mijn fouten. Na enkele maanden maakte ik, via de kerkenraad, kennis met dhr. Jan Hagenaar. tlij is een erg aardige man en van beroep psycholoog. Ik maakte een keer per week een afspraak met hem om over bepaalde
onderwerpen te spreken. Via mw. Hetty
Lourens, onze contactpersoon bij de vluchtelingenorganisatie in Middenbeemster leerde ik meneer l.ourens kennen. Hij is journalist en hielp bij de voorbereiding op de Staatsexamens. Ook via de kerkenraad
kwam ik in contact met dhr. M. Schenke. Hij is een academische man en ik heb heel veel over de cultuur en de geschiedenis van Nederland van hem geleerd. Soms discussieerden wij over een onderwerp. Meneer Schenke luisterde met veel
aandacht en geduld naar mij en dat was erg belangrijk voor mij om meer te durven spreken.
Na enkele maanden voelde ik me beter in spreken en luisteren.
Via een aardige en slimme mevrouw, een consultatiebureau arts, mw. L. Berge van Spengen heb ik de kans gekregen om met een arts in het ziekenhuis kennis te maken. Hij heet H.]. Bloemberg en hij is internist
in het Waterland Ziekenhuis. Dit is erg belangrijk voor een anderstalige arts in Nederland.
Ik luisterde naar meneer Bloemberg en ook naar zijn patiënten. Ik leerde zo veel nieuwe woorden en uitdrukkingen. Het communiceren met de patient is erg belangrijk voor een goede behandeling van de patient.
Na enkele bijeenkomsten mocht ik van meneer Bloemberg naar de 'functiekamer' komen en maakte ik kennis met nieuwe methodes en technologieen.
Vorige week heb ik te horen gekregen dat ik ben toegelaten om mijn studie geneeskunde aan de medische faculteit van de Vrije Universiteit voort te zetten. Ik ben erg blij met deze positieve veranderingen in
mijn leven en ik wil heel graag aan de slag.
Ik houd van mijn vrouw en kinderen, ik houd van mensen en van het leven, ik houd van mijn beroep! Mijn kinderen voelen zich thuis hier.
Ze hebben veel vrienden op school, ze schaken, voetballen, zwemmen, fietsen, ze genieten van het leven en ik geniet van hen. Kortom, alles begint met een idee en als de tijd er rijp voor is komt na het idee
het plan. Dan groeit de hoop tot geloof. Geloof leidt tot enthousiasme en overtuiging.
Overtuiging maakt en voedt de wil. En waar een wil is, blijkt nu ook voor mij een weg te zijn!
Dhr. Khoushiwal was samen met zijn echtgenote gastheer/ -vrouw tijdens het 'eten met de buren' op 23 oktober '03 in de Kapel
 |
Land van domineeskinderen
Toen de reformatie het priestercelibaat afschafte, ontstonden er legale gezinnen van geestelijken. Het was de geboorte van een totaal nieuw fenomeen: het domineesgezin. Een gezin met een heldere structuur
en herkenbare rolpatronen. Aan het hoofd stond vader. Geen gewone vader, maar een vader met goddelijke trekjes. Moeder stond haar man terzijde in zijn werk. En dan had je natuurlijk nog de kinderen. Zij groeiden op in een glazen huis en
waren min of meer publiek bezit van de kerkelijke gemeente. Dit traditionele domineesgezin is in deze tijd sterk op zijn retour. Maar er lopen nog wel duizenden domineeskinderen in Nederland rond.
Wat doet het met je als je als domineeskind opgroeit? Hoe kijken de kanselkinderen terug op hun leven in de pastorie en hoe werkt hun jeugd door in hun huidige leven? Godsdienstsocioloog dr Hijme Stoffels
doet in het eerste deel van Land van domineeskinderen verslag van zijn onderzoek. Hij schetst een beeld van de jeugd van domineeskinderen en positioneert ze vervolgens anno 2002. Deel twee geeft achttien korte interviews met min of
meer bekende nederlandse domineeskinderen, waaronder cabaretier Freek de Jonge. De portretten worden afgewisseld met reportage over onder andere (h)erkenning bij lotgenoten en priesterkinderen. Het geheel is een vlot leesbaar boek dat veel
informatie biedt.
Wat opvalt is dat van vrijwel alle domineeskinderen de vader de predikant is. Bij slechts een procent is de moeder predikant en bij twee procent van de kinderen vervullen beide ouders de predikantenrol.
Verder zijn er weinig opvallende verschillen in de ervaringen van domineesdochters en –zonen. Het belangrijkste verschil zit in het opleidingsniveau: de dochters kozen vaker voor het hoger beroepsonderwijs, de zonen gaven de voorkeur aan
een universitaire opleiding.
Om het onderzoek in een breder verband te kunnen plaatsen zou een vergelijkend onderzoek naar ‘kinderen van ¼’ wenselijk zijn. Wat te denken van dokterskinderen, arbeiderskinderen of winkelierskinderen?
Naar een artikel van J. Aartsen
|
|