|
Wit, wit en nog eens wit. De winter van 2010 is voorlopig grenzeloos
wit. Het begon al te sneeuwen ruim voor kerst. Wij hoefden dus niet
eens te dromen van een ‘white Christmas’. Het was er gewoon: wit,
grenzeloos . .
Daarbij moet gezegd worden, dat velen droom ook hier liever is dan
de werkelijkheid. Nooit stond het Nederlandse verkeer zozeer stil
als in de afgelopen versneeuwde dagen. Spiegelgladde wegen met
grenzeloze stoeten auto ‘s, of treinen voor bevroren wissels. Dromen
van iets is één ding, de werkelijkheid is vaak weer anders.
Dan hebben wij het nog helemaal niet over uitglijdende
kerkenraadssleden. Als de Nederlandse wintersporters even
gemakkelijk glijden als enkele leden van het college van beheer, dan
wordt het nog wat tijdens de Olympische Winterspelen in Vancouver.
Voorlopig is het thema van de eerste dienst met projectkoor dit jaar
in elk geval, De Olympische Spirit . .
In de christelijke traditie speelt de winter overigens aanvankelijk
nauwelijks een rol van betekenis. In het bijbelse Israël of in de
christelijke bakermatten van Rome en Constantinopel spreekt de hitte
van de zomer nou eenmaal meer tot de verbeelding dan de korte weinig
heftige mediterrane winters. Via de klassieke cultuur is de winter
hooguit als verbeelding van de levensavond en van het levenseinde
een rol gaan spelen.
Als het christendom echter in aanraking komt met de Noord-Europese
ziel, dan gaat de witte winter gaandeweg een steeds grotere rol
spelen. Een mooie voorbeeld van die Noord-Eurpese sneeuwmystiek zit
bijvoorbeeld in het beroemde sprookje van Vrouw Holle. De ‘engelse
sneeuw’ kom je bijvoorbeeld tegen in de oud Engelse gedachte, dat
een jaar met sneeuw een goed jaar is, bedekt met de liefde van de
dierbaren die grenzeloos diep begraven zijn, en soms toch zo nabij …
Pray for the snowman – They say a snow year ’s
a good year, filled with the love of all who lie so deep . .
(Engelse sneeuwmystiek)
Kerkelijk bezien is de winter vanouds een hoogtijd. Als het buiten
kouder wordt en de mensen naar binnen trekken, gaan ook de
kerkdeuren wijd open. In het don-kere koude seizoen buigen wij ons
oude verhalen, kijken naar films, luisteren naar mooie muziek, en
wij zingen natuurlijk, eindeloos, grenzeloos . .
Eén van de liederen waarin de winter het mooist wordt bezongen is
het kerstlied, Er is een roos ontloken. Het lied is 400 jaar oud,
ouder dan de Beemster polder, en de Nederlandse tekst bezingt het
volgende:
Er is een roos ontloken in barre wintergrond
Zoals er was gesproken uit de profetenmond
En Davids oud geslacht is weer opnieuw gaan bloeien
In ’t midden van de nacht . .
Als de profeet het over David heeft spreekt hij meer in termen van
een ‘rijsje’ wat ontspruit uit de dorre stam van Isaï. De
Noord-Europese lieddichter maakt er echter een roos in barre
wintergrond van, en dat is een mooi beeld. De roos is een zomerbloem
bij uitstek, en de kans dat die vanuit wintergrond ontluikt is niet
erg groot. Als je toch wil dromen van iets wat uit de wintergrond
opkomt, droom dan van sneeuwklokjes of crocussen.
Maar het gaat in het lied niet over het ongeveer haalbare, het gaat
juist om het schier onmogelijke. De roos in de winter wil ons
uitlokken om ook af en toe het onmogelijke te dromen . .
Van vredige vliegeraars in Aghanistan en busjes zonder bommen in
Bagdad. Aan ons is het om zo ’n onmogelijke droom, die vaak al
geboren is in ons hart, zo ver mogelijk mee te nemen het nieuwe jaar
in. Met soms verzuurde benen of buiten adem en dan toch volhouden.
Ooit wordt het grenzeloos zomer!
 |