PROTESTANTSE GEMEENTE BEEMSTER

 

 

"ROND KERK & KAPEL"

Home

Info

Actueel

Jeugd

Overweging

Geschiedenis

Foto's

Andere Kerken

Bestuur...

Restauratie

"De Beemster Keyser"

 

BOEREN, BURGERS, BUITENLUI
- een interview in de polder

 

Misschien herinneren sommigen van u zich dat ik, jaren geleden onder deze noemer, een rubriekje had in de Binnendijks.

Ik pak, met het schrijven van interviews in de kerkbode, de draad daarvan weer op. Door een persoonlijk gesprek met ‘polderaars’ van diverse pluimage leren we elkaar wat beter kennen en dat is voor de leefbaarheid in de polder, lijkt mij, positief. Bij het eerste interview met Nel en Paul Stolp is deze introductie, door omstandigheden, niet geplaatst.

Ik kreeg een herkansing.  Ik hoop velen van u te mogen ontmoeten.
Ank Pronk.

 

Interview met:

Sophie Schuster

Ida Schuijtemaker

An en Jaap Bos

Gerda en Jan Zeeman

Lisette van Oostrom

Liesbeth van Wersch en Els Steen

Jan Hopman

Annie Slot-Kwantes

Marrie Bergman

Ab de Groot

Het familiebedrijf van Maarten..

Karwan Muhammed Ahmed

Helen  Melcherts

Wim van Beveren 

Nel en Paul Stolp

 

INTERVIEW MET ..
 

DURF OVER JE GRENS
 

Begin september 2006 kwam Sophie Schuster (20) uit Beieren in het kader van een diaconaal jaar als vrijwilligster naar Middenbeemster. Eigenlijk wilde ze naar Zweden maar daar werd ze niet voor uitgeloot. “Dat was even een teleurstelling, maar daar heb ik nu zeker geen spijt van.”
 

Ze voelt zich kind aan huis in Nederland, bij Breidablick en vooral bij Barbara Scheringa en Hendrik Hanenburg, “haar” gezin voor tien maanden. Ze spreekt opmerkelijk goed Nederlands en lacht wanneer ik haar zeg dat prins Bernhard iets van haar had kunnen leren. In Beieren volgde ze het Gymnasium (daar zonder Grieks en Latijn). “Ik wilde direct na school een jaar naar het buitenland, een taal leren en levenservaring opdoen. Het is goed wanneer je over de grens van je land van herkomst durft te gaan, dan durf je ook nieuwe onbekende dingen aan te gaan. Ik wilde niet naar Frankrijk of Engeland omdat ik die talen al op school leerde. “
 

Na een informatiedag moet de aspirant-vrijwilliger een intensieve procedure volgen. Sophie: “Er moeten negen pagina’s met vragen worden ingevuld met daarbij een motivatiebrief. Drie mensen moeten over jou een brief schrijven, met daarin hun beoordeling over jouw geschiktheid voor de taak. Er worden vragen gesteld over geloof en over jouw verwachtingen van het project. Ze vragen wat je familie en je vrienden ervan vinden.” Via de Evangelische Freiwilligen-dienste fur junge Menschen en in samenwerking met de Nederlandse organisatie “Durf over je Grens” die zich bezig houdt met jeugdwerk in de Protestantse Kerk in Nederland, kwam Sophie in de Beemster terecht.”
 

Met jeugdwerk was Sophie dankzij door de evangelische kerk georganiseerde zomerkampen al vertrouwd. Dat zij bij Breidablick met gehandicapten zou werken, was nieuw voor haar.“Ik heb dat nooit eerder gedaan. Ik heb het heel erg naar mijn zin. Ik heb niet gekozen voor de zorg, dat ligt me niet echt. Ik vind het werken in de verschillende werkplaatsen heel verrassend. Er valt elke dag wel iets leuks te beleven en ik leer ook nieuwe dingen over de mensen in Breidablick. Ik heb in de bakkerij gewerkt, in de kwekerij en ik heb vilten geleerd; shawls maken is zo leuk”, klinkt het enthousiast. “Elke dinsdag gaan we met mensen van Breidablick sporten in de Kloek.” En, lachend: “ik geloof dat ik het soms leuker vind dan die mensen.”Ze volgde ook een cursus Nederlands en spreekt het op haar werk en in huize Hanenburg de hele dag. “Schrijven kan ik het nog niet”, bekent ze.
 

Toen ze uit Duitsland vertrok had ze nog geen idee welk beroep ze zou kiezen. Bijna tot haar eigen verbazing kwam ze in Holland tot de keuze om theologie te gaan studeren. “Je kunt verschillende kanten op met die studie. Ik houd er bijvoorbeeld van om samen vanuit de kerk activiteiten te ontplooien“
 

HAGELSLAG EN VLA
 

Ze leerde de taal en ze leerde de Hollanders kennen. “Wat me opviel was de directheid van de mensen. Ook dat ze in het Engels iemand net zo gemakkelijk antwoorden als in het Nederlands. Dat zie je in Duitsland minder terwijl talen wel op school geleerd worden.” Wanneer ze een snelle reactie moet geven als ze aan Holland denkt, klinkt het zonder twijfel: “hagelslag en vla” en “het brood is zo anders, veel slapper, wij hebben stevig brood met zuurdesem; het brood van Breidablick zit er zo ongeveer net tussen in.”
 

“Vergeet de kroket niet”, herinnert Barbara haar. “O ba, dat vind ik zo vies”, klinkt het en ze trekt een gezicht dat boekdelen spreekt.
 

Twee keer is Sophie thuis op bezoek geweest, met kerst en met pasen. “Mijn zus heeft hier gelogeerd en ook Duitse vrienden van mij. Ik heb mijn vrienden gemist en daarom was het zo mooi dat het voor Barbara en Hendrik nooit een probleem was wanneer er iemand bleef slapen. Op zeker moment waren hier vier vrienden een week gelogeerd en twee dagen waren er zelfs vijf.”
 

EEN KERK VAN WILGENTAKKEN
 

Ze nam tweemaal deel aan een door de PKN georganiseerd seminar, dat bedoeld is voor alle vrijwilligers die een diaconaal jaar in Nederland volgen. “Het is een ontmoeting met jonge mensen uit diverse landen zoals Engeland, Zweden, Belgie, Slowakije, Hongarije, Duitsland en ook Nederlandse vrijwilligers die in eigen land zo’n jaar doorbrengen. We zijn vijf dagen bij elkaar en we verdiepen ons erin wat we in de afgelopen tijd hebben bereikt, hoe het heden er uitziet en wat we in de toekomst nog kunnen doen. We doen ook allemaal leuke dingen. Ik verheug me erop dat ik in juni een derde seminar ga volgen.”Verheugen deed ze zich ook op een wel heel bijzondere activiteit die in haar geboorteland plaatsvond, te weten in Pappenheim. Ze vertelt stralend: “Ik had vakantie van Breidablick dus kon ik daar mooi in de week na Pasen naar toe, dat wilde ik zo graag. Er is daar met een groot aantal vrijwilligers een kerk van wilgentakken gebouwd. Een echte kerk, om te gebruiken. Maar eerst moeten die takken natuurlijk wortelen en groen worden.”
 

Het diaconaal jaar van Sophie zit er bijna op. Ze zal naar huis gaan met een hoofd en hart vol herinneringen aan Holland en aan haar tijdelijk thuis. Aan Breidablick en haar bewoners, aan de zee waar ze met haar vrienden en de hond Jip in Hendrik’s auto (“neem maar mee hoor”) naar toe mocht gaan. Voor Barbara en Hendrik en gezin zal het vreemd zijn om een “familielid” minder te hebben. Barbara: “er is ons al gevraagd of we volgend jaar weer een vrijwilliger in huis willen nemen , maar dat doen we maar niet.” En, met een veelzeggend liefdevol gebaar naar Sophie, “je gaat toch vergelijken, denk ik.”
 

Tot slot wil Sophie graag kwijt dat er vanaf september 2007 weer twee diaconaal jaar vrijwilligers op Breidablick werken; een meisje uit Duitsland en een jongen uit Hongarije. Er zijn nog gastgezinnen nodig. Sophie hoopt dat de twee nieuwe vrijwilligers net zo’n fijn thuis krijgen als zij heeft gehad.
 

“ Het is voor iedereen de moeite waard om die kans op een diaconaal jaar te nemen. Ook voor Nederlandse vrijwilligers om naar andere landen te gaan. Je krijgt onderdak, verzorging en zakgeld en je bent verzekerd.
 

Ik heb erg genoten van dit jaar. Ik ga mijn best doen om de Nederlandse taal niet te verleren.”
 

Ank Pronk
 

INTERVIEW MET ..
 

GELOOF IS OOK VOOR DOOR DE WEEKS ..

Ze verdeelt haar tijd tussen de Zaanstreek, waar ze bij V&D werkt en de Beemster, waar ze op de boerderij met moeder en broer geniet van het uitzicht en het werken op het land. “Wanneer ik de Zaan verlaat, draai ik de knop om en denk ik, ha, fijn, de Beemster.

Een gesprek met Ida Schuijtemaker over geloof, werk, familie en kerkelijke betrokkenheid

Op 21 januari jl. nam ze na zeventien actieve jaren afscheid als kerkenraadslid. “Het was best emotioneel, er is ook zoveel gebeurd in de afgelopen jaren”, vertelt ze. “Er waren ook oud-kerkenraadsleden waar ik mee heb samengewerkt. Ik zie bij al die mensen een verhaal, alsof de dingen in een film aan je voorbijgaan. Het was een mooie dienst, een goede afsluiting. Anderen pakken het nu op en geven het door. Dat is gezond.
Het is niet gemakkelijk om Ida op de foto te vinden in het kerkelijke archief. Het meeste deed zij altijd achter de schermen. Hier het afscheid 21 januari, samen met Remo Strijker en Wietse Tolman

Ik liep in de kapel of het mijn huiskamer was.
Dat is enerzijds goed, je bent betrokken; anderzijds neem je misschien te weinig afstand. Wel jammer, dat ik de eindfase van de nieuwbouw niet meemaak. Ik denk dat het bestuur door hard werken tot dusver een goede basis heeft gelegd voor de nieuwbouw. Ja, die vind ik positief. Het moet naar mijn mening een gebouw zijn, dat je helemaal kunt gebruiken; goed werkbaar, praktisch. Ik zie het als een verbreding van het kerkelijk leven. Je kunt denken aan oecumenische activiteiten, maar ook aan muziekschool, toneel en zoveel meer. Wij hebben de status van werelderfgoed, en de kerk is opgeknapt, dat is mooi. Nu de nieuwbouw nog. Er zijn veel regels, het duurt erg lang. Jammer is dat. En, lachend: “Ik ben thuis gewend aan effe doen en klaar.”

Ik hou van doen
Komend uit een Hervormde omgeving, van moeder ’s kant, werd ze zeventien jaar geleden notabel, zoals dat toen werd genoemd. In die vorm bestaat dat niet meer. Later werd ik door Chris van Poelgeest gevraagd diaken te worden. Vele jaren ben ik dat geweest. Inmiddels is de diaconie opgesplitst in en beheergedeelte (samen met de kerkvoogdij) en een inhoudelijke gedeelte (samen met de ouderlingen). Ik voel me thuis bij het inhoudelijke, het gewone kerkedoen! Zoals het liefdemaal, de bollentocht, de kerstviering voor ouderen, vakanties voor mindervaliden  regelen. Ik probeer ook zoveel mogelijk te leren; je weet nooit waar je het voor nodig hebt. Het is ook belangrijk dat je als diaken belangstelling toont en bij activiteiten je gezicht laat zien.

Ja ik denk, dat het kerk-zijn veranderd is. het is positief, dat er veel jeugd in de kerk is, dat brengt een lach in de dienst. de drempel moet voor jongeren niet te hoog zijn, maar beslist ook niet te laag. In deze tijd kunnen kinderen uit zoveel kiezen, computerspelletjes, mobieltjes, sport, muziek, noem maar op. Je moet met je tijd mee, maar je hebt ook een basis nodig. Ik denk dat je dan in voor– en tegenspoed een beter patroon voor je leven hebt.
 

Het stijve ging eraf,  Er kon meer …

Voorgangers als Elseman en Wilts hebben ingezet dat er meer openheid kwam. Het stijve ging eraf, er kon meer. Nico Schroevers en zijn vrouw Marie konden daar op voortbouwen. Er zijn meer activiteiten gekomen in de kerk: koren, instrumenten, concerten, musicals. Ook daarvoor is de nieuwbouw hard nodig.

Sociaal
Ze vervolgt: “Daarnaast moet je natuurlijk ook zakelijk zijn, dat is nodig om een goed beleid te vormen. Eigenlijk is dat natuurlijk ook zo bij mijn werk bij V & D. Daar wordt ook van je verwacht dat je sociaal bent, maar je moet wel verkopen. Ik wordt wel eens afgewezen omdat ik te sociaal zou zijn. Ik vind bijvoorbeeld dat je even stil moet zijn wanneer je voelt dat een college niet lekker in haar vel zit. Dan moet je niet door rebbelen. Enerzijds zeggen ze, dat ik meer om mezelf moet denken, maar er wordt ook vaak gezegd, Ida doet het wel. Het kan lang aan, maar wanneer ik het te druk krijg, als het elastiek te strak gaat zitten, dan ga ik hikken, dan stop ik. Maar ja, wanneer je bent opgevoed met een sterk plichtsgevoel dan ga je lang door. Als kind ging ik al in de Rusthoeve op bezoek. Ik heb thuis geleerd, om zoveel mogelijk te denken aan je medemens.

 

Je hoort je om anderen te bekommeren ..
Als je gelovig bent wordt het je zwaarder aangerekend wanneer je iets fout doet. Je hoort je om anderen te bekommeren. Of dat nu een zieke of eenzame mens is, of iemand die uit je korfbalploeg. Ook als hij of zij dat niet zo optimaal doet, toch opstellen. Dan moeten de andere spelers maar iets harder hun best doen

Het is een kleine stap van werk naar huis; het lijkt een wereld van verschil wanneer Ida met grote genegenheid spreekt van het ‘ba-siskamp’ dat thuis is. Dat thuis is een agrarisch bedrijf dat ooit zowel akkerbouw als veeteelt in het pakket had. “Tegenwoor-dig richten wij ons op graan en aardappels. Er is in de agrarische sector zoveel gebeurd dat niet rooskleurig is. Je moet aan enorm veel regels voldoen; er is een wirwar aan papieren. Vooral sinds pa er niet meer is – hij is gestorven op 6 juli 2002 - heeft de landbouw grote veranderingen ondergaan, Ik blijf het toch een mooi beroep vinden. Je ziet het tarwe staan en overal waar je kijkt heb je vrij uitzicht. Agrariër zijn is een vorm van leven. Het is best moeilijk soms, maar toch willen wij hier blijven wonen. Waar anders vind je die vrijheid. Bovendien, het is niet goed een plant te verplaatsen.

Verknocht is ze aan de boerderij en het land rondom. Het leven houdt voor de familie Schuijtemaker echter bepaald niet op bij de Beemsterdijk. “Samen met mijn ouders en mijn broer heb ik vanaf mijn twaalfde jaar gereisd, in alle EG-staten. De eerste keer hadden mijn ouders een onderkomen bij een boer in Limburg gehuurd. Daarna hebben wij altijd op een camping gestaan. Wij hebben overigens nog altijd contact met die mensen uit Limburg. Het voordeel van vakantie is dat je voor een tijdje alles achter je laat. Maar vooral is het fijn om te zien hoe andere mensen leven. Daarom stonden wij graag op campings waar verschillende nationaliteiten en mensen met diverse maatschappelijke achtergronden kampeerden. Mijn vader zei dan altijd:”Ik heb de mooiste bloementuin; hij verandert steeds.” Pa zei ook altijd: “Als de auto over de brug is dan heb ik vakantie.””Ik had in het begin dan nog zoiets van ‘moeten wij niet op tijd zus of zo’, of ‘moeten wij daar niet heen’. Met pa was het echt ontspannen reizen. Het ging erom dat wij mensen ontmoeten. Hoe leven ze, wat is hun denkwereld, hun belevenis van dingen; wat verwachten ze van het leven.””Gelachen hebben wij ook. Zoals die ene keer dat wij in Frankrijk wandelden en een heel oud stelletje – takkenbossen op hun rug – de berg op zagen komen. We knoopten een praatje aan en wij maakten in eerste instantie uit hun verhaal op dat ze vijfentachtig koeien hadden. Het bleek hun leeftijd te zijn.”

Curacao
“Het is fijn om te reizen. Ik ben ook tweemaal op Curacao geweest, bij een ichtje dat daar woonde. Eenmaal met mijn ouders en de tweede keer met mijn moeder. Wij hebben het eiland niet als toerist bezichtigd. Wij zijn op plekjes geweest waar je geen buitenlander zult zien.
 

Het boeiendst zijn de mensen die er wonen ..
Het meest boeiend zijn altijd weer de mensen die er wonen. Mensen hebben elkaar nodig. Daarom is het ook goed in een gezin te wonen, in wat voor samenstelling dan ook. Als het maar een gemeenschap is. Alleen al omdat je elkaar dan kunt corrigeren.

Geen kerkenraad meer en de daaruit voortvloeiende activiteiten. Tijd over dus?
Lachend: “Nou kijk, ik heb al jaren een schellekoord liggen met vogeltjes erop. Ik hou van borduren, maar de achterkant is nog steeds niet klaar. Dat kan ik nu mooi eens doen. Ik hou ook van fietsen, lezen en taarten bakken. En natuurlijk sport. Ik zit al jaren op korfbal en ik mag ook graag volleyballen. Bovendien, ik blijf bij de kerk horen. Ik heb steun aan mijn geloof, ik bid ook. Niet alleen op zondag of bij een begrafenis. Ik vind dat geloof ook voor doordeweeks is. Je hoort iets uit te stralen wanneer je gelooft

(Ank Pronk)

INTERVIEW MET ..
 

VANAF HET BALKON ZIEN WE DE BEEMSTER
 

Vanuit hun sfeervolle woonkamer in de Raadhuisstraat in Oosthuizen kijken An en Jaap Bos op de Beemsterdijk. “Wanneer we op het balkon van de slaapkamer staan zien we zelfs de polder.

Op de voorgrond de Limousines van Hogenes en verder zoon Cok bezig met de graanoogst

Eigenlijk zijn we niet weg uit de Beemster’, lacht An. Ze kerken er ook en Jaap verzorgt met veel enthousiasme de website van de Protestantse Gemeente Beemster, die in de vijf jaar dat deze online is al door 18.000 geïnteresseerden werd bezocht. Banden met de Beemster zijn er volop. Nog deze zomer waren ze met een groep Beemster kerkgenoten in Berlijn. “Onder de bezielende leiding van Marie en Nico Schroevers. Wat een geweldige belevenis.”

Jaap vertelde daarover ook op de website. Heel veel reacties krijgt hij, met name over de restauratie en de plannen voor de nieuwbouw. “Er komen e-mails uit Canada en Nieuw-Zeeland. Een orgelfanaat uit München wilde graag een foto van het mooie van Damorgel. De kerk is inmiddels zo bekend geworden dat steeds meer paartjes er willen trouwen, vanwege de stijlvolle ambiance. Ik vind wel dat mensen een band met geloof moeten hebben; je trouwt niet voor de show in een kerk”, aldus Jaap.

Hij heeft de vaardigheid met de computer vanaf 1984 in zijn akkerbouwbedrijf aan de Purmerenderweg kunnen ontplooien. Tot 1998 was akkerbouwer zijn beroep. Toen deed hij het bedrijf officieel over aan zoon Cok, met wie hij tot dan in een maatschap werkte. Als zoon van een akkerbouwer in de Haarlemmermeer, zijn geboortestreek, was het beroep hem vertrouwd. In 1954 werd hij bedrijfsleider in de Purmer bij een tante van An, eveneens een akkerbouwbedrijf.

An, in Edam geboren, woonde twee boerderijen verder. Daar leerden ze elkaar kennen en er kwam een huwelijk van. In 1960 betrokken ze het akkerbouwbedrijf aan de Purmerenderweg. Ze zouden er zo’n 30 jaar wonen. Al spoedig werd hun eerste kind geboren: dochter Margreet. Zij is vooral de reden dat An en Jaap nu in Oosthuizen wonen. Margreet’s verstandelijke vermogens zijn beperkt. “Ze kan niet lezen en niet rekenen”, vertelt An. “We zagen niet vanaf de geboorte dat er iets niet klopte met ons kindje. Ze is nu bijna 46 jaar en kan dankzij ‘zorg-op-maat’ aardig zelfstandig functioneren.”

Margreet woont in een dependance van de Kadijkerkoog in Oosthuizen; in een woning waar negen bewoners zo zelfstandig mogelijk een eigen kamer hebben. Ze mag graag even aanwippen. Soms wat langer, maar het komt ook voor dat ze plotseling weer naar huis wil, naar haar eigen kamer. “Die kamer is echt haar domein, ze is er zo gelukkig mee”, vertelt An blij. “Alles heeft een eigen plekje en wee je gebeente wanneer er iets wordt verzet. Doordat we zo dicht bij haar wonen, kan ze net zo kort of zo lang blijven als ze wil. Dat zou vanuit de Havermeer niet mogelijk zijn.

Ze heeft tot haar 21ste thuis gewoond. Er bleef altijd die gedachte ‘wat moet ons kind beginnen wanneer wij er niet meer zijn?’ Het is heel fijn dat ze zo naar haar zin woont. De leiding van Kadijkerkoog stimuleert de bewoners zo goed om dingen zelf te doen. Echt geweldig!”

AFSTAND VAN HET BEDRIJF
Terug naar het bedrijf aan de Purmerenderweg en verwijzend naar de computer die vanaf 1984 op het bedrijf werd gebruikt. “Zo gemakkelijk om je administratie bij te houden. Ik was lid van een studiegroep van Noord-Hollandse akkerbouwers. Samen met het bedrijf Prolion uit Vijfhuizen hebben we toen een programma ontwikkeld waarbij wij via een weerpaal c.q. weerbericht en de software van Prolion precies op het weer konden inspelen. Omdat elk in de akkerbouw gebruikt middel een bepaald weertype nodig heeft, was het op die manier mogelijk om je bedrijfsvoering te bepalen. Een dag eerder of later iets doen of nalaten kan grote gevolgen hebben voor het gewas”, licht Jaap toe.

Toen het bedrijf in 1998 aan zoon Cok werd overgedragen bleef Jaap er nog behoorlijk bij betrokken. “Lastig om het heft uit hand te geven?” Hij lijkt een beetje verlegen met de vraag. “Ja, best wel”, geeft hij toe. “Weet je wat het is, ieder heeft zo zijn eigen manier van werken. Je zoon doet het vanzelfsprekend anders dan jijzelf. Je moet je er dan niet mee bemoeien en dat is niet altijd gemakkelijk.” In 2000 onderging Jaap een zware rugoperatie. Het doet hem zes jaar later opmerken: “Toen heb ik eigenlijk pas echt afstand van het bedrijf kunnen doen.”

Geen bedrijf meer maar wel een hobby waar hij intens van geniet: het verzorgen van de website van de Protestantse kerk in Middenbeemster. Hij wil daar een kanttekening bij plaatsen. “Je bent altijd in je eentje bezig. Ik zou het fijn vinden wanneer er wat suggesties, enige opbouwende kritiek vanuit de bezoekers van de site kwamen.”

Hij houdt ook een site voor de familie bij, met stamboom en al. “Goed voor de familieband, vind ik. Toen Margreet 45 jaar werd bijvoorbeeld, hadden we een grote schare nichtjes uitgenodigd. Prachtig vond ze dat.”

ELFSTEDENTOCHT

Veel mensen zullen zich Jaap nog herinneren als voorzitter van de Hollandse Maatschappij van Landbouw of als lid van de kerkvoogdij. Het zullen er niet veel zijn die weten dat hij driemaal de Elfstedentocht heeft uitgereden, waaronder die van de barre winter van 1963.
De beelden van witbevroren wenkbrauwen en snorren staan op het netvlies van degenen die toe met ontzag naar te televisie keken.

 

“Ik ben mijn vader heel dankbaar dat hij mij de ruimte heeft gegeven om te sporten. Mijn vader was hervormd en mijn moeder was wat strenger in de leer. Zij vond dat sport niet bij de zondag paste. Mijn vader, die zelf sportief was, liet mij meedoen aan selectiewedstrijden en die werden per definitie op zondag gereden. Ik ging dus niet zo vaak naar de kerk.” An vult lachend aan: “Toen ik eens nietsvermoedend spontaan tegen zijn moeder zei “we zijn zondag naar het schaatsen geweest”, vond ze dat maar niks.” Jaap beaamt dat de tocht van 1963 inderdaad vreselijk was. An: “maar hij is een enorme doordouwer. Wanneer er iets gedaan moet worden, dan zal het af. Zo is zijn aard.”

foto Schaatsmuseum Hindeloopen

 

Zo staat hij ook voor het volle honderd procent achter de toekomstige nieuwbouw bij de kerk. “Om het kerkgebouw te behouden moet er iets gebeuren. Bijvoorbeeld door zalen te verhuren en culturele activiteiten te ontplooien. Het is geen arme kerk; je zult naar mijn mening enig kapitaal moeten aanspreken om nieuwbouw te realiseren en zo de toekomst van de kerk veilig te stellen. Al zijn de meningen hierover wel eens verdeeld.”

Zowel An als Jaap willen die voor Middenbeemster zo beeldbepalende kerk niet missen.

Hier met kleindochter Noa, foto Bob Muller

“Het is inspirerend om lid te zijn van zo’n gemeenschap.”

Ank Pronk

INTERVIEW MET
 

Blij in een hervormd gezin te zijn opgegroeid .,
Ze wonen met hun drie kinderen, Marijke (17), Wouter(15), Guido(11) aan het einde van de Zuiderweg richting Spijkerboor: Gerda en Jan Zeeman. In de, na een verbouwing, zaalvergrote kamer met open keuken vallen de vazen met oranjerode tulpen op. Mooi geschikt:
Gerda heeft zichtbaar op de tuinbouwschool in Aalsmeer haar opleiding als bloemist voltooid. De in dezelfde kleur gekozen gordijnen ("ze hangen net") geven de kamer een warme sfeer. Na weken van rommel kunnen ze er zeer van genieten.

Dat is mamma.
Gerda vormt samen met Max, Peter, Bert, Nelleke, Karolien en Patty het gezicht van de zondagsschool. Hoelang ze dat doet? Lachend: "ik geloof al zo 'n vijftien jaar. Ik vond het belangrijk dat kinderen de bijbelverhalen kennen; wat ze er later als volwassenen meedoen moeten ze zelf weten." Het afgelopen winterseizoen hield ze zich bezig met de regie van de musical Jozef, waarvan inmiddels veel mensen hebben kunnen genieten. Ook Wouter en Guido vervulden daar een rol in. Eerder waren de musicals "tot ziens op Patmos", "Jakob", "Saul" en "Naäman" te zien. Met enthousiasme vertelt Gerda: "wanneer we van start gaan wordt eerst de tekst rustig gelezen. Vervolgens krijgt ieder kind een cd mee naar huis, één met zang, en één met alleen de muziek. Jozef is een moeilijke musical omdat we voor de eerste keer met 'flashbacks' (herinneringsbeelden) werkten. Ook waren alle rollen dubbel bezet. Dat kwam heel goed van pas toen wij de musical in WestGraftdijk en De Rijp speelden. Er waren twee kinderen ziek en zo konden de anderen het moeiteloos overnemen."

Dat ze zelf piano en blokfluit speelt acht ze zeker een positieve basis voor het mederegisseren van de musical. "Ik heb ook twee jaar toneel gespeeld bij de plattelandsvrouwen in Spijkerboor. Ik herinner me dat Guido eens in de zaal zat, heel klein nog, en dat hij dwars door het toneelspel heen riep,"dat is mamma"
Gerda werd in Amsterdam geboren. Via Purmerend kwam ze in de tweede klas lager onderwijs in Oosthuizen terecht, om vervolgens op haar vijftiende naar de Beemster te verhuizen. Tja .. en daar woonde Jan Zeeman.

Jan is aan de Wormerweg in Beemster geboren, waar zijn vader de kost verdiende als tuinder. Hij was veertien toen zijn vader overleed na op een fiets te zijn aangereden door een dronken automobilist. Het verdriet was groot in de familie Zeeman. Jan trad als akkerbouwer enigszins in de voetsporen van zijn vader en dat vertelt hij ondanks de nuchtere bescheidenheid hem eigen toch met enige trots en blijdschap. "Ik vind het een prachtig beroep, maar je moet het ook naar je gezin kunnen verantwoorden. Je moet er samen tegen kunnen dat er risico 's zijn, extreem weer bijvoorbeeld, en door allerlei omstandigheden waar je geen grip op hebt, wisselende prijzen. Vorig jaar bijvoorbeeld brachten de uien zo goed als niets op. Dit jaar was dat beter. Soms kan zelfs een week het verschil maken." Jan verbouwt uien, suikerbieten en aardappelen. De akkerbouw heeft moeilijke jaren achter de rug. Jan is blij, dat hij zo 'n tien jaar geleden, samen met akkerbouwer en Beemsterling Gerjan Enthoven heeft besloten om tot de teelt van boerenkool over te gaan. "Ons bedrijf drijft op de boerenkool. Die gaat rechtstreeks naar de snijderij. Wij leveren van september tot januari. Vanaf Januari wordt boerenkool uit Spanje gehaald, zo 'n tweeduizend kilometer verderop. Met vrachtauto's die rond de acht ton kunnen vervoeren. Dat is toch belastend voor het milieu?" "Weet Je", vervolgt Jan zijn betoog over de akkerbouw, "wanneer het in je sector moeilijk wordt om je brood te verdienen, moet je durven veranderen. Ik zie bijvoorbeeld de toekomst in het gebruik van graan als brandstof. De akkerbouw kan op die manier een goede en schone leverancier van brandstof worden. Daar zou best meer onderzoek naar mogen zijn."

Vijvertjes
Behalve het tulpen-bossen in het voorjaar werkt Gerda niet buitenshuis? Mijn vraag wordt door Jan met een breed, trots armgebaar en een stralende lach beantwoord: "alles wat je hier op het erf ziet is het werk van Gerda. Wie 's zomers langs de boerderij van Zeeman komt, zie op dat erf pompoenen en heel bijzondere drijfschalen, die als vijvertjes een tuin kunnen sieren. "Handel van de kinderen", verklaart Gerda. De schalen hebben als basis de prachtige structuur van rabarberblad. Met behulp van gaas en cement wordt van dit natuurproduct een mooi object gemaakt, dat bovendien de vorst kan doorstaan.

Ze wonen graag in de polder. "Het is nog echt een agrarische polder, niet zoals in de Purmer, waar je als agrariër wordt ondergesneeuwd door de bebouwing", vindt Jan. "Wij wonen in de Beemster als burgers en agrariërs echt samen en ik vindt dat de aanpassing over en weer aardig is gelukt. Zo moet het ook zijn. Wij hebben hier een fijne buurt aan de Zuiderweg. Wij kunnen zo bij elkaar binnen lopen, desnoods elf uur 's avonds." Jan was jaren bestuurslid van het Weeshuisfonds. "Ik ga er binnenkort uit, ik heb het met veel plezier gedaan; het is ook zinvol werk. We adopteren op papier bijvoorbeeld kinderen in de derde wereld." Als vanzelf neemt ons gesprek een wending naar die wereld. Jan: "het is vreselijk wat daar allemaal gebeurt. Wanneer je dan ziet, wat er soms van die hulpacties terecht komt, heb je twijfels over het nut daarvan en over het gebruik van ingezameld geld. Ik geef niet zomaar. Ik kan - om iets te noemen - wel helemaal achter doelen staan als het Kankerinstituut en de Nederlandse Hartstichting. Je weet dat er heel veel geld nodig is voor onderzoek en dat geld wordt goed besteed. In een aantal landen die worden ondersteund heerst veel corruptie en dan komt het geld niet bij de armsten. "Ik denk dan, als agrariër, vanzelf aan collega 's daar. Met de import van suikerriet steun je echt geen kleine boeren. Welnee, je helpt de grootgrondbezitters." Gerda vult Jan 's verhaal aan. "Wanneer wij om ons heen kijken kun je voor het merendeel zeggen dat wij het hier rijk hebben. Wanneer iedereen genoeg heeft aan genoeg, dan is er ook genoeg, ook voor de derde wereld landen ."

Een blij geloof
Gerda en Jan groeiden op in een Hervormd gezin. Jan ging naar de Gemengde Protestantse School waar de ochtenden met gebed werden begonnen. "Wij bidden ook voor het eten, samen met de kinderen. Het bijbellezen is er zomaar bij ingeschoten. Raar is dat eigenlijk. Nee, ik ga niet vaak naar de kerk. Er hoeft van mij niet van alles om een dienst heen te zijn. Koren of andere muziek en zo. Ik was in Putten in de kerk. Nou, dat zwaar christelijke spreekt me niet aan, maar ik vind de overdenking hier in de kerk soms aan de lichte kant. Tussen dit en dat is er ook nog wat." "Maar", wil Gerda kwijt, "wij zijn gelukkig dat wij in een Hervormd gezin zijn opgegroeid en het is fijn om er in deze gemeenschap bij te horen. Het is hier een blij geloof met veel respect voor elkaar."

Ank Pronk

INTERVIEW MET ..

 

Het kindje komt uit Zuid-Afrika

Er staat een kinderstoel in een huis aan de Purmerenderweg. Eeen bordje en een bekertje erbij. Er is een kinderkamer gereed. Frisse kleuren: orange, blauwen een commodedekje in zwart en wit. een kostelijk schilderij boven die commode met afbeeldingen van een koe, olifant en giraffe. Alles is klaar. Nu het kindje nog.
Het kindje zal uit Zuid-Afrika komen. Er wordt vol verwachting naar uitgekeken ~ door Lisette en Michel van Oostrom, de aanstaande moeder en vader. "Met evenveel verwachting alsof het uit mijn eigen buik komt", vertelt Lisette. Zo.' stralend ziet ze er ook uit.

 

Zij komt oorspronkelijk uit Amsterdam. ' Na twaalf jaar in Purmerend te hebben gewoond, heeft. ze drie jaar geleden met Michel in Zuidoostbeemster een huis gekocht. Zeventien jaar geleden' kozen ze voor elkaar. Lisette was zestien. In september 1998 bevestigden ze die keuze met een huwelijk. .

 

Enkele jaren geleden besloten ze, vanwege een chronische buikaandoening van Lisette en een miskraam, om tot adoptie van een kind over te gaan. Aan, dit besluit ging een periode van operaties en ernstige ziekte vooraf. "ik kon niets meër. Ik was volledig afhankelijk. Michel moest me bij alles helpen. En dat kon hij. Niet iedere man is daartoe in staat. Hij kan echt zorgen, ik kan helemaal op hem rekenen", vertelt ze. Door haar ziekte belandde ze voor honderd procent in de WAO. Een baan naar haar zin bij de Rabo Edam/Volendam, die was, voorafgegaan door een VWO en makelaarsopleiding, het werd verleden tijd. De miskraam bracht verdriet. Ook een bijna onverwacht gevoel. "Toen ik in verwachting raakte kreeg ik een soort oermoedergevoel. Er ging een knop om. Dat gevoel ging na de miskraam niet meer over", zegt ze bijna verwonderd. "Tot die tijd had ik niet zo 'n dringende kinderwens, maar nu wist ik het zeker, ik wilde een kind. Dan komt voorzichtig de gedachte aan adoptie. In mijn familie zijn meer kinderen geadopteerd, dus voor mij was dat niet vreemd. In de familie van Michel kennen ze dat niet en het werd een beetje eng gevonden."

Adoptiecursus

Ongeveer drie jaar geleden werd het besluit tot adoptie genomen door het zenden van een verzoek daartoe aan het ministerie van justitie. "En dan gaat een wachttijd in van twee jaar. Dat is ook echt een wachttijd, er gebeurt helemaal niets", benadrukt Lisette. Er volgt een brief met adoptienummer die leidt tot een van overheidswege verplichte adoptiecursus. "Die cursus omvat zes bijeenkomsten van drie uur, waarin alles over adoptie wordt toegelicht", legt ze uit. "Zoals onder meer over weeshuizen en eventuele gedragsstoornissen van adoptiekinderen. Zo 'n kind heeft tenslotte al een bagage. Deze voorlichting wordt sinds tien jaar gegeven. Het heeft ertoe "geleid dat de hulpverlening sindsdien minder aanvragen om hulp kreeg. Nadat het kind er is kun je ook een begeleiding via video-interactie krijgen. Je krijgt als het ware handvatten om te weten wat je kunt doen ter voorkoming van ernstige gedragsproblemen.
Je mag weten dat het natuurlijk is dat je hulp nodig kunt hebben. Je hoeft je . daarvoor niet te schamen."

Na die cursus wordt door de Raad van de Kinderbescherming met de adoptieouders een viertal gesprekken gevoerd.
Lisette: " Dat waren fijne gesprekken, met zeer veel respect gevoerd. De onder werpen betreffen je persoonlijke achtergronden, zoals je jeugd en opvoeding, je band met je ouders, en je relatie. Er wordt ook gevraagd, hoe je denkt je kind op te voeden. Wat verwacht je van een . ,kind. Ik hoop, dat als er problemen zouden komen, de wederzijdse liefde die problemen in balans houdt."

Na een medische keuring kregen Lisette en Michel in September 2005 toestemming tot adoptie. Dan volgt een nieuwe procedure. Te weten, de inschrijving bij een door het min. van justitie goedgekeurd bemiddelingsbureau. "Elk land heeft zijn eigen eisen aangaande huwelijksduur, gezondheid, geloof en leeftijd. In China is bijvoorbeeld de minimumleeftijd van de ouders dertig jaar. Bij het bemiddelingsbureau vindt een intakegesprek plaats. Er werd meer informatie gewenst over Lisette 's ziekte. Die kennis werd via de gynaecoloog verkregen. Na deze lange procedurele weg, die door Lisette zonder ook maar een enkele negatieve opmerking wordt beschreven, kan het nu elk moment zover zijn. Nog even en dan kunnen Lisette en Michel al die mensen die hebben meegeleefd vertellen: Met grote blijdschap geven wij u kennis van..

Blijdschap en droefheid

Alles overwegende zal het kind dus uit Zuid-Afrika komen. "Dat is een apart..
land in adoptieland", vertelt Lisette. De kinderen die via ons bemiddelingsbureau voor adoptie in aanmerking komen wonen niet in weeshuizen, maar in grote. ' pleeggezinnen. Het kind wordt officieel' afgestaan en de biologische moeder helpt veelal mee om de adoptieouders uit te kiezen. Het zijn meestal heel jonge meisjes. Wanneer er een nieuw kind komt wordt er gebeden om daar een goede plek voor te vinden. Ik zou zo 'n moeder wel willen ontmoeten om te zeggen dat wij goed voor haar kind zullen zorgen. De blijdschap om het kind dat komt is dubbel. Ik voel ook droefheid om zo 'n jong meisjes dat er niet zelf voor kan zorgen. Wij hebben toevallig het geld om dat kind hier te laten komen. Nee, ik durf niet te spreken over een kans voor het kind, want wij doen het toch ook omdat wij het graag willen.

Vanwege mijn ziekte is er overleg geweest in Zuid-Afrika. Met als slotconclusie: "Als ze het zo graag willen, dan zal het God 's wil zijn. Toen wisten wij heel erg zeker, dat wij een kind wilden adopteren. Zuid Afrika is heel serieus over het geloof. Er moest ook een verklaring van de dominee' worden gestuurd. Naast een aantal officiële documenten verlangde het land ook een fotoboek van ons leven. Foto 's van onze trouwdag, van familie en vrienden, kunnen een beeld geven van ons leefklimaat. Aan de hand daarvan wordt, in overleg met de biologische moeder, bekeken welk kind bij een familie past.
Er wordt samen gebeden om tot een goede keuze te komen. Christen-zijn is in Zuid-Afrika een voorwaarde bij adoptie." Dat spreekt Lisette aan omdat ze zelf ook het geloof zo beleeft. Ze is katholiekapostolisch van huis uit. "Rooms zonder de paus zeg maar. Ik ben heel christelijk opgevoed. Geloof is belangrijk voor mij. Het geeft diepte aan mijn leven. Ik weet dat er nog iets anders is na mijn dood. Ik denk dat je dan heel bewust leeft, met het idee, dat je een goed mens voor jezelf en voor je omgeving moet zijn. Of God bestaat is voor mij een zekerheid. Hij bestaat gewoon, ik voel het en ik heb daar nooit aan getwijfeld." Sinds ze in de Beemster woont gaat ze naar de kapel. "Ik kan niet zeggen, hoe blij ik ben dat ik in de polder woon. Het is hier heerlijk. Zo fijn ook in de kerk.
Het was Nico Schroevers die de verklaring voor Zuid-Afrika schreef.

Nu het kindje nog, schreef ik aan het begin van dit ontroerend interview. Elk telefoontje zou kunnen melden, 'wij hebben ,een zoon of dochter voor u.' "Wij hebben' geen voorkeur", aldus Lisette. "Ik laat het helemaal op me afkomen.
Het kindje zal tussen nul en vierentwintig maanden zijn. Wanneer het zover is krijgen wij via de computer informatie over het kind. Ook bijvoorbeeld of het veel lacht of juist ernstig kijkt. Bijzonder hè? Na tien dagen kunnen wij het in Zuid-Afrika ophalen Wij blijven er twee weken. Na adoptie krijgt het kind meteen onze naam. Het ontvangt een Hollands paspoort en het is officieel je kind. En dan hoop ik, dat iedereen met spandoeken op schiphol staat.

Oma breit

Het eerste kindje van Lisette en Michel. Het eerste kleinkind van Lisette's moeder. "Die breit en naait of haar leven er van afhangt", lacht ze. Het fraaie commodedekje in bijna symbolisch zwart /wit lijkt oma 's proef in bekwaamheid.

De telefoon gaat. HET bericht. Nee, het is Michel die onderweg is met een verrassing. Lisette, "Ik ben zo benieuwd. Zou het een hobbelpaard zijn? Het lijkt wel of ik alleen nog in kinderdingen kan denken. Binnenkort is het bedje beslapen, de kinderstoel bezet. Een meer dan welkom kind zal op zijn/haar liefdevolle plekje zijn. Lisette: "Ik ben door mijn ziekte heel erg veranderd. Ik wacht de dingen rustig af. Wanneer je niets meer heb gekund ben je zo blij wanneer je zomaar even buiten kunt wandelen. Zo zie ik het ook met dit kind. Michel is er als een enorme steun wanneer ik door mijn ziekte niet altijd fit ben. Ik weet hoe hij kan zorgen. Het belangrijkste is: wij krijgen een kind. Dat wil je iets meegeven; liefde en ook de warmte van een kerkgenootschap dat het omringt. Ik heb een brief geschreven aan de biologische moeder. Ik schreef, "ik zal je kind opvoeden in de wetenschap dat het nooit alleen is; dat God er altijd is"

Ank Pronk. Februari 06

INTERVIEW MET ..

 

We hebben een vrije avond!

Mag ik u voorstellen:

Liesbeth en van Wersch en Els Steen.

Tijdens een feestelijke dienst op 15 januari 06 namen ze afscheid als kerkenraadslid. Ze genoten van de goede woorden en van de muziek en dans van Victor en Natalia Pribylov.
 

"Ik heb de CD gekocht, ik zal even laten horen hoe de "Bajan" klinkt. Het is toch net een machtig kerkorgel", vertelt Liesbeth enthousiast. Samen waren ze acht jaar lid van de kerkenraad. Samen willen ze dit interview beleven.

Liesbeth: "O ja want we zijn heel goede vriendinnen. We zijn door diepe dalen gegaan, vooral toen Els haar man overleed. Dat was ook een goede vriend van ons."

Daar zaten we dan, in het sfeervolle huis van Liesbeth. Op een maandagavond;
normaal gesproken een vergaderavond van de kerkenraad en nu..... "We hebben echt een vrije avond", aldus Els.

Vrije tijd hadden ze minder toen ze in 1998 aan hun eerste jaar begonnen. De viering van het 375 jarig bestaan van de kerk werd hun vuurdoop. Charles Lourens , met wie ze in de "commissie 375" zaten, droeg tal van ideeën aan.
Els: "onuitputtelijk was hij in het bedenken van plannen, zoals een reünie voor oud-ambtsdragers, een middag voor ouderen, voor jongeren en een boek over de kerk. Te veel om op te noemen."

Liesbeth: "Ik heb wel soep gemaakt voor honderd man. Ik ben echt iemand die onder de mensen moet zijn. Ik praat graag. Els zet meer de puntjes op de "i", zij is ook heel punctueel in de notulen."

Els: "Ik hield de dingen graag kort. Ik was een jaar interim voorzitter van de kerkvoogdij. Je leert veel van zo'n bestuursfunctie. Die kennis neem je de rest van je leven mee. Bovendien waren we als kerkbestuur een heel inspirerend team. Dan heb je er vanzelf acht jaar plezier in".

Liesbeth: "Ik vind het wel frustrerend dat er altijd om geld moet worden gedacht. De zorg over de financiën dringt de spiritualiteit soms op de achtergrond. "

Een pot geurige thee op tafel en een schaal koekjes en chocolade. Het is tijd voor een portretje van Els.

Els

Ze werd geboren in IJmuiden en woonde daarna 18 jaar in Heemskerk. Via enige omwegen belandde ze vijfentwintig jaar geleden met haar echtgenoot Bert van Noort, een politieman en hun twee kinderen, in de Beemster. Dochter en zoon wonen inmiddels niet meer thuis. Ze geniet van haar kleinzoon van tweeënhalf jaar oud en kijkt uit naar de geboorte van haar tweede kleinkind. Ze werkt als directiesecretaresse bij het Sociaal Cultureel Werk in Purmerend, bij 'Clup Welzijnswerk'. "Heel fijn om te werken met sociale en creatieve mensen".
Eigenlijk is ze apothekersassistente van beroep, maar na een gedwongen ontslag door bezuiniging in de apothekersbranche volgde ze de MEAO en kwam uiteindelijk op haar huidige werkplek terecht.

Negen jaar geleden verongelukte haar man Bert, tijdens zijn werk. "Ik herinner me nog dat ik die ochtend naar de markt ging. Ik voelde me echt gelukkig. Na een wat moeilijker periode liep alles weer fijn. Ik was echt blij. Later op de dag kregen we de boodschap van het overlijden van Bert. Dan wordt je leven overhoop gegooid: alles stort in. En toch, hoe vreemd dat eigenlijk klinkt, kon' ik er later aan denken dat ik die ochtend zo gelukkig was. Dat bestond ook, dat bleef ik mezelf, bij al het verdriet, voorhouden. Dat gaf me moed. Het medeleven van veel mensen uit de gemeenschap was als een warme deken van troost."

Els heeft een nieuwe relatie en ze straalt wanneer ze erover praat. "Zou je in het verhaal willen zetten dat ik sinds een half jaar samen woon met Piet Groot uit Dirkshorn." Bij deze Els en Piet veel geluk gewenst.

Liesbeth

Liesbeth van Wersch kwam onder de meisjesnaam de Waal ter wereld. In Beemster, waar ze ook opgroeide. Ze woont er met man, zoon en dochter. Na diverse opleidingen volgde ze de Middelbare Hotelschool. Ze deed dat zo goed dat ze in 1984, 19 jaar jong, werd uitverkoren om als eerste meisje ooit, in de bediening te werken in het prestigieuze Amstelhotel in Amsterdam. Onder supervisie van een bekend Horeca-echtpaar John en Esther Halvemaan heeft ze daar waanzinnig veel geleerd. Zoals kennis van voedsel en wijn. Elke avond moesten we het menu in het Engels en Frans opzeggen. Je leerde bijzondere gerechten en sauzen bij de mensen aan tafel klaarmaken, de zogenaamde Table d'hotel. Je zag zoveel beroemde mensen. Ik heb ook gillende meisjes moeten tegenhouden toen de Rolling Stones er logeerde. Het Amstelhotel was het hotel waar beroemdheden overnachtten, zoals de beroemde Horowitz, Roger More, Diana Ross en Madonna. Het is een belevenis om die mensen te ontmoeten en te mogen bedienen." "Tja, dat heb je niet in een apotheek. Ik vond het al mooi dat Marco Bakker een keer bij ons kwam", zegt Els zeer tot ons vermaak, droogjes.

Na drie en half jaar werken in de horeca in Duitsland keerde Liesbeth terug op haar geboortegrond. Sinds enige tijd werkt ze als relatiemanager in het Heerenhuis. Dat betekent Public Relations in de breedste zin. Maar ook wijninkoop en het samenstellen van exposities. Haar man Max werkt als restaurantmanager eveneens in het Heerenhuis. "We kunnen heel goed samenwerken. Dat deden we als leerling in de opleiding al.  We houden ook allebei zeer van koken." Dat kan Els volmondig bevestigen. "We zijn een poosje geleden te eten gevraagd. Nou, dat was zo geweldig, ze feestelijk en bijzonder."

BLIJ DAT IK HIER WOON.
De Beemster: ze wonen er graag. Wat Els betreft was dat zeker niet altijd zo. "Toen ik hier vijfentwintig jaar geleden kwam wonen miste ik de bossen en duinen bij Heemskerk. Ik dacht "in wat voor gat ben ik nu gekomen. En nu? Ik zou niet meer weg willen. Blij dat ik hier woon. De mensen zijn er vriendelijk en je voelt je veilig". liesbeth: "Ik zal niet zeggen dat de Beemster zaligmakend is, maar ik ben wel verknocht aan de polder. Ik hou van de mensen die er wonen. Qua ruimte zou ik ook kunnen wennen in Scandinavië. We zijn daar op vakantie geweest en de weidsheid van het landschap is overweldigend. Ik hoop dat de polder zijn open karakter behoudt. Je mag in het algemeen stellen dat onze wieg in een goed land stond. Ik ben me daar echt van bewust. Des te meer reden denk ik, dat je voor het verdriet en de ellende in de wereld je luiken niet mag sluiten. Ook en vooral vanuit je geloof niet". Els: "Doordat er via het nieuws zoveel rampen en ellende op je af komen, moet je oppassen dat je niet afstompt. Al dat geweld, wat willen mensen daar toch mee bereiken." "Macht, denk ik", zegt liesbeth. Els: "Ze gebruiken geweld om het geloof in te verpakken. Je voelt zo'n onmacht om er iets aan te doen."

STIL GEBED

Liesbeth: "We moeten proberen met kleine dingen ons best te doen, dat helpt ook lijkt me. Dat je aan bepaalde kerkelijke projecten, zoals voor Ghana en destijds die expositie van schilderijen van mensen met het syndroom van Down. Dankzij die tentoonstelling wonen die mensen niet meer in afschuwelijke gestichten maar in de stad. Daar worden ze gerespecteerd om wat ze zijn. Dan zie je dat we wel kunnen werken aan een betere wereld. Dat is hoopvol."

Wat betekent het geloof in beider leven?
Liesbeth: "Ik was elf jaar toen ik al wist dat ik geloofde. Het was er gewoon. Het lijkt zo zweverig maar zo voelde ik het. Ik ervaar het geloof en ik heb er steun aan. Vanuit dat geloof probeer ik het positieve te zien in de dingen om me heen en vooral om niet te snel te oordelen. Daar moet je steeds weer je best voor doen." Els: "Ik voel dat minder sterk dan jij denk ik. Ik ervaar het geloof het meest door de mensen die op mijn pad komen. Toen Bert stierf heb ik dat ook zo goed gevoeld." En bidden?
"Vooral in de kerk", klinkt het eensgezind. Els: "Zoals tijdens het stil gebed.
Dat mag van mij best langer duren." Liesbeth: "Helemaal waar, ik ben soms nog niet klaar met bidden."

Ank Pronk. Februari 06

INTERVIEW MET ..
 

Het geloof van moeder meegekregen


Jan Hopman werd 59 jaar geleden op een boerderij aan de Hobrederweg nummer 10 geboren. Het gezin telde vijf kinderen. Broer Piet woont nog op de ouderlijke plaats. Nadat Jan met zijn in 1999 overleden vrouw Gerda negen jaar aan de Middenweg had gewoond, verhuisde het gezin naar de Hobrederweg nummer 16, waar 24 hectare land wel bij het bedrijf was gelegen.

Een gesprek met Jan: over boeren, de hond, zingen en geloven. Kortom: over een fijne ochtend met een inspirerend mens. We zitten met z’n drieën aan tafel in de grote woonkeuken, met uitzicht op het weidse land.: Jan, ondergetekende en Anouk, de hond, een zandkleurige labrador die van tijd-tot-tijd haar kop op Jan’s schouder legt, “Kijk baas, ik ben er ook nog”, dat levert een aai en een stukje koek op. Jan glundert, “Ze gaat overal met me mee. We lopen ook samen het land in, schapen tellen.”

Boven een mooie antieke kast (“die is nog van Gerda”) hangen de portretten van zijn overgrootouders. Ene Margaretha Veldhuisen, een mooie Westfriezin met de kap op en een statige in zwart geklede man. “Dat was ook een Jan Hopman”, legt hij uit. “Hij was 35 toen hij stierf, mijn overgrootmoeder bleef achter met vijf kinderen. Zij werd 56 jaar.”

In een tijd waarin veel agrariërs stoppen met boeren zijn op Jan”s bedrijf veranderingen op til. “Mijn zoon Johan voelt niets voor opvolging, hij heeft een baan waar hij plezier in heeft. Samen met zijn dochter start ik een vennootschap onder firma (v.o.f.) en zij zal samen met haar man hier gaan boeren. Ik hoop het tot mijn 65-ste vol te houden en daarna wil ik wel op de buurt wonen. Er zijn dagen dat ik de hele dag niemand zie hier.”

“Of ik daar goed tegen kan?” Bijna verontschuldigend lacht hij: ”Nou, nee, eigenlijk niet. Ik zie graag mensen. Ik houd ook van vee. Beesten om me heen vind ik prachtig, schapen, koeien en natuurlijk mijn hond. Wanneer je rustig met dieren omgaat, kun je alles mak krijgen.” Het is druk op het erf. “Ja, er is nu gezellig veel reuring. Er wordt een bovenbouw geplaatst op een in 1994 gebouwde gierkelder. “Toen Gerda ziek werd, kwam het daar niet van. Ongeveer in februari 2006 zal een loopstal klaar zijn. Tot nu toe hadden we een Zuid-Hollandse stal. Wanneer je gaat uitbreiden voldoet dat niet meer. Op den duur moet er ook melkquotum worden aangekocht. Het bedrijf moet toekomst hebben

Kerstliederen
Tijdens de feestelijke zangdienst in Breidablick zong Jan uit volle borst in het Projectkoor. Enkele avonden per week zijn gevuld met zang. Het werd zijn grote passie. “Vast en zeker. Ik wilde altijd al zingen, ’t kwam er zomaar niet van. Mijn moeder zong in het koor Middelwijck en ze speelde orgel. Mijn vader kon niet goed zingen, hij ging ook niet naar de kerk. “Maar”, Jan schiet in de lach, “hij beluisterde wel elke zondag twee kerkdiensten op radio Bloemendaal. Daar sprak dominee Toorenvliet. Die man kon preken! Mijn vader, die dus niet mooi zong, galmde uit volle borst de psalmen en gezangen mee. Ik zat dan als klein rot jochie naar hem te luisteren.”

Het kleine jochie werd grote Jan met een bariton die er mag zijn. Hij zingt in het projectkoor, dat zijn oorsprong heeft in de al bestaande Cantorij, die nog maar weinig leden had. “Ik denk dat we nu zo’n 95 stemmen hebben. We zingen in het Nederlands, Engels en Duits. Uitkijkend naar Kerstmis hebben we zulke mooie liederen ingestudeerd.

 

In februari starten we met passiemuziek, toelevend naar Pasen. We zingen “The Crucifixion van John Stainer. Je kunt het zo zien, wat de Mattheus is voor Duitsland is the Crucifixion van Engeland en de Verenigde Staten.” “Ik verheug mij erop.”
Jan zingt ook in het a-capelle koor “Lindenklank” in Onder de Linden. “Best moeilijk om zonder ondersteunende muziek te zingen.” Wacht even Jan, ik maak een lijstje. “Verder ben ik lid van het gelegenheidskoor in Westbeemster, dat eerst alleen bij bruiloften zong en sinds drie jaar ook een Avondwake doet. O ja, en elke dinsdag ben ik te vinden bij het herenkoor in Westbeemster. Die twee laatste koren horen bij de Rooms-katholieke kerk aldaar. Ik was het eerste Hervormde lid. Ik heb, als voorwaarde om mee te zingen, gezegd dat ik niet zou komen, al was er maar één katholiek lid tegen.” En lachend: ”Nou dat was dus niemand!”


Politiek

Jan ging naar de lagere school in Noordbeemster, vervolgens naar de Ulo in Middenbeemster. "Jammer dat de Mavo weg is. Ja, ik denk ook dat het goed zou zijn geweest wanneer er een Havo etc. bij was gekomen." Jan woont met veel plezier in de polder, maar plaatst enige kanttekeningen bij het beleid. "Ik ben toch enigszins teleurgesteld in de gemeentepolitiek. Wanneer ik bijvoorbeeld zie hoeveel leges ik moet betalen vanwege de bovenbouw op de kelder, dan denk ik dat er niet echt wordt geluisterd naar de Polderpartij.
Terwijl die partij bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen toch veel stemmen kreeg. De VVD, PvdA en het CDA sloegen toen erg snel de handen ineen. Er moest ineens een wethouder bij, ja, van het CDA wel te verstaan. Ik vind drie wethouders wat veel in deze polder." Het zit Jan ook niet lekker dat de manege gaat verhuizen naar de Nekkerweg. "Een plek van niks",klinkt het kort. "Wanneer de gemeente niet zoveel land had verkocht rond het voormalig fruitbedrijf van Mulder, dan had de manege aan de Middenweg kunnen staan, met een uitgang aan de Volgerweg. Dan had niemand er last van gehad. Maar ja, ik zie ook landelijk dat er vaak niet meer naar burgers wordt geluisterd. Terwijl wij toch een democratie hebben. Twaalf jaar geleden heb ik al eens een stukje geschreven over het groeiende verschil tussen arm en rijk. Dat zie je nog in versterkte maten in de wereld om ons heen, in landen waar vooral dictaten de baas zijn. Zoals bijvoorbeeld in Afrika.
De leiders daar komen niet op voor hun volk. Het benauwd me dat het verschil, ook nationaal, steeds groter wordt. Het is goed dat daar in veel kerken ook oog voor is."

Een mooi gebed

Jan gaat graag naar de kerk. Zijn vader was Hervormd, moeder Gereformeerd.
Zij werd later Hervormd, ook vanwege de kerk in Middenbeemster. Hij ging op zondagsschool bij meester Jellema in de Noord en deed later belijdenis in de Hervormde kerk. Hij was ook acht jaar diaken. "Met moeder gingen we naar de kerk. Ik heb het geloof echt van mijn moeder meegekregen. Ik vond het altijd zo mooi als er Jehova's getuigen aan de deur kwamen. Doordat mijn moeder de Bijbel goed kende, praatte zij die met gemak onder tafel." Jan lacht schaterend. "Prachtig was dat".

"Ik houd van een goede preek en dan mag het, wat mij betreft, best een half uur duren. Weet je nog, toen we even geen predikant hadden, toen preekte hier wel eens ene Cor Booij uit de Rijp.
Nou, die kon er wat van. Ik vind het ook heel belangrijk dat een dominee een mooie stem heeft."

"Ja, geloof kan een steun zijn. Ik zeg niet dat dat voor mij zo is. Maar het kan een steun zijn. Ik houd van een mooi gebed."

Ank Pronk

INTERVIEW MET..

De kerk als rode draad door ons leven 

 

Toen Annie Slot-Kwantes uit Zuidoost-beemster drieënhalf jaar geleden voor de tweede maal werd geconfronteerd met de ziekte kanker, kreeg ze in het AMC te horen: “Wij kunnen niets meer voor u doen.” Er waren uitzaaiingen in de longen gevonden. De vijf jaar voordien geconstateerde borstkanker bleek niet – zoals verondersteld – overwonnen te zijn. Met Ds Schroevers besprak ze één en ander voor het geval het verkeerd zou aflopen. Zo wilde ze heel graag dat de cantorij, waar ze al vijftien jaar bij zong, zou zingen: “Wij gaan op reis met een lied van verlangen.” Ze zingt het voor. Waarom dat lied? “Een verlangen dat ik aan de andere kant van de tunnel mijn gestorven vader en mijn broer zal weerzien. O ja, daar geloof ik vast in.”

“Het kwam onverwacht, dat bericht van het AMC. Ik had nog zoveel te doen. Zoals de albums bijwerken van de klein-kinderen. Die moesten af.” We bladeren door de liefdevol en creatief samengestelde fotoalbums met tal van momenten en gebeurtenissen en mooie door Annie gemaakte foto ‘s. De jonge levens van de kleinkinderen, gezien door haar ogen en vastgelegd door haar camera. “Ons geloof en de steun van zoveel mensen heeft ons erdoor geholpen”, is de overtuiging van Annie ‘s man Chris. “Ik krijg goede medicijnen en wij eten gezond. Veel groente en fruit. Wij hebben net in het ziekenhuis gehoord dat mijn ziekte ‘stabiel’ is. Er is weer hoop.

Op bezoek bij Slot: het betekent genieten van gastvrijheid. Ze wonen sinds dertien jaar aan de Purmerenderweg. Het huis werd in 1950 door Chris’ grootouders gekocht. Totdat Chris en Annie het betrokken werd het bewoond door Annie ’s ouders. “Voor ons is dit huis zo vertrouwd. We kwamen er al vaak. Ik vanaf mijn jongensjaren”, vertelt Chris. Het huis is bijna paradijselijk aangekleed met een voor- en achtertuin vol bloemen, met als blikvanger de in uitbundige pracht bloeiende fuchsia ‘s. Eigen kweek van de tuinderij aan het Zuiderpad waar ze van 1962 tot 1996 in het in 1929 door Chris’moeder van de kerk gehuurde bedrijf werkten. De eerste tien door Annie opgekweekte stekjes van de fuchsia zijn inmiddels met 1500 soorten in veelvouden tot bloei gebracht. Zoons Paul en Martin die nu het bedrijf runnen, staan voor 100 % achter de fuchsiateelt die dan ook economisch een gezonde poot onder het bedrijf is. Een bedrijf waar de taak van Chris, die in een maatschap werkte met zijn zoons, nu wordt uitgevoerd door schoondochter Hennie, de vrouw van Martin.

Een dag met een gouden sterretje
“We komen nog vaak in het bedrijf; dan drinken we samen koffie en lopen door de kas. Wanneer ik dan al die prachtige kleuren zie voel ik me zo gelukkig. Ik denk dat ik me daardoor ook goed voel. Voor de oogstdienst hebben we vorig jaar uitgeholde pompoenen met herfstbloemen gevuld. Dat was weer zo ’n dag met een gouden sterretje.” Chris vult aan: “Door Annie ’s ziekte besef je eens te meer wat het betekent om te mogen leven. Je waardeert vooral ook de kleine dingen, de alledaagse vreugden.”

Chris verricht met groot plezier hand- en spandiensten in de tuinderij. Annie doet dat wanneer haar gezondheid dat toelaat. “Ik ben zo ’n prater hè, veel mensen denken dan dat je je altijd fit voelt, maar Chris ziet me ook misselijk en ziek in de ochtend.” Dat belemmert haar niet om volop aandacht te schenken aan de vier kleinkinderen, de historie van de Beemster, de kerk en alles wat haar snelle geest boeit. Chris luistert geamuseerd naar haar verhalen. “Dankzij onze moeders hebben we twee bananendozen vol met kerkbodes, vanaf 1947; ook stapels met edities van de Binnendijks en volop oude foto ‘s. Ik ben al net zo bewaarderig. Toen de Kapel in 2001 50 jaar bestond kon uit ons archief worden geput. We hebben zo ’n mooie viering gehad. Ik kan van harte zeggen dat de kerk als een rode draad door ons leven loopt.”

Ze zijn beiden geboren en opgegroeid in de Beemster. Ook georiënteerd op Middenbeemster, maar toch vooral op de Zuidoost, waar hun bedrijf gevestigd is en – centraal punt in hun leven – de Hervormde Kapel. “Chris was jaren lang leider van de destijds door ds. Oldeman en hulppredikster Hoving opgerichte jeugdvereniging, het Kompas. Ik mocht na mijn zondagsschoolperiode assistentje zijn van juffrouw Hoving, dat zal zo ongeveer in 1950 zijn geweest”, vertelt Annie. Chris herinnert zich lachend het toneelspel, “De ridders met de zilveren schilden”, dat door de jeugd van het Kompas werd uitgevoerd in een wijkgebouw op de plaats waar nu het Buurthuis staat. Ten tijde van ds. Hanenburg was ik ouderling. Ik heb in de kerkvoogdij zaken zien veranderen. Ik denk dat er destijds nog meer waarde werd gehecht aan behoud van het land dat eigendom is van de kerk. Begrijpelijk wanneer je bedenkt dat in het kerkbestuur meer zelfstandige – vaak agrarische – ondernemers vertegenwoordigd waren. Ik heb het idee dat daar tegenwoordig soms iets anders over wordt gedacht. Het lijkt me goed om gebouwen af te stoten om plannen te realiseren, maar land? Land behoud zijn waarde. Dan heb je middelen om een dominee te bekostigen. Onze gemeente heeft altijd een hele dominee kunnen betalen, geen halve, zoals in veel gemeentes het geval is.

Woningbouw in Zuidoostbeemster? “Een goede zaak”, vindt Chris. Met kanttekeningen: “geen hoogbouw en veel groen. Je kunt er wel tegen zijn, maar je wilt toch dat je kinderen hier ook kunnen wonen.

Zestien was Annie toen ze verkering kreeg met haar Chris. Ze deelden de interesse in alles wat groeit en bloeit en in het korfballen. Chris was twintig jaar wedstrijdsecretaris van de zaal bij BEP, net als zoon Paul.

De vrouwenkring, een warme deken
Annie is geen mens voor officiële functies anders dan haar moeder die tien jaar kosters was en voorzitter van de zuster-kring. “We vinden het fijn om, overal waar nodig, een handje te helpen. Zoals nu we geen koster hebben in de Kapel. Chris helpt ook bij het netjes houden van die ruimte. Het gaat om het gemeenschap gevoel.” Dat gevoel vindt Annie al vele jaren bij de ‘Vrouwenkring De Kapel’, de in 1949 als Zusterkring opgerichte club. Ontroerd (“ik ben sinds mijn ziekte zo emotioneel”) vertelt ze hoe hecht de band is. “We leven in alles met elkaar mee. Heel intens. Ik heb dat ook zo sterk gevoeld. De vrouwenkring is als een warme deken voor mij. Ik kan niet meer ’s avonds naar bijeenkomsten. Daarom ben ik zo gelukkig, dat er in het programma ook vier middagen zijn opgenomen”, eindigt ze stralend. Zelf heeft ze ook regelmatig een deel van een programma verzorgd. Zoals aan de hand van spulletjes uit haar groetmoeder ’s tijd, een logeerpartijtje beschrijven. “Zelfs de po was origineel.” Niet verbazingwekkend voor wie de hoge kast in de kamer heeft gezien gevuld met allerhande aardewerk en porselein. De waarde is er vooral één van herinneringen, zoals een koddig kinderserviesje, waar ooit mee gespeeld is door de grootmoeder van Chris. De kast vol verhalen is dierbaar.

Menigeen zal hebben genoten van Annie ’s gedichten. Het is haar grote liefde en hobby: poëzie. Vanaf jonge leeftijd verzamelde en schreef ze gedichtjes. “Ik schrijf over van alles: De Beemster, de natuur, kinderen en dieren. Ik kan daar alles in kwijt. Ik verwerk er mijn vreugde in en mijn verdriet. Desnoods schrijf ik ’s nachts op wat me die dag heeft getroffen.”

Ik vind wat dichtregels van Annie daarom een mooi slot van dit interview.

“Je hebt mijn liefde, mijn Beemsterland
aan jou heb ik echt mijn hart verpand.
In de wei de schapen en koeien
even verder lammeren die stoeien.
Dan bekruipt me zo ’n dankbaarheid,
dat God ons met zo ’n wonder verblijdt.”

INTERVIEW MET..

 

Ze hebben me weer praten geleerd.

Marrie Bergman woont sinds anderhalf jaar in Breidablick. Ze was negenen-dertig toen ze, 48 uur na de geboorte van haar zoon Thomas een hersenbloeding kreeg. Ze zou twee maanden in coma blijven. De baby werd op haar borst gelegd in de hoop haar tot bewustzijn te brengen. Het mocht niet baten. Toen ze bijkwam was de schade groot. “Ik kon niets meer; niet lopen, niet slikken, niet praten en – voegt ze er illustratief aan toe – niet piesen en niet kakken.” ”Ik ben van heel ver gekomen.”

Ze zit in een rolstoel. Er zijn beperkingen, maar “ze hebben me weer praten geleerd”.

Ja, ze wil – na enig nadenken – haar verhaal wel vertellen voor dit kerkblad. Eerst wordt op het terrasje een sigaretje gerookt.

Wij gaan naar haar gezellige kamer. Aan de wand een grote reproductie van de waterlelies van Monet. Met de beroemde blauwe tinten. Ook hangt er een blauwe trouwfoto met een beeldschone bruid – Marrie – in een felrode creatie en een even rode bloem in het mooie donkere haar. “Nou, van dat rood keken ze in de kerk wel even op, hoor”, zegt ze met duidelijk plezier. Blauwe irissen in vaze, een aantrekkelijk werk van eigen hand, een zeegezicht van Noordwijk, en veel sfeer, veel blauw. “Ik ben dol op die kleur.”

In september wordt ze negenenveertig. Zoon Thomas, die bij zijn vader in Noordwijk woont, wordt tien. Ze ziet hem elke zondag. Kortgeleden is de officiële scheiding van Marrie en haar echtgenoot uitgesproken. “Het was moeilijk”, klinkt het kort. En dan, enthousiast, “volgend jaar wordt ik vijftig en dat ga ik groots vieren. Ik huur een bus en ga uit met mijn collega ’s van het werk en met familie.”

Dit jaar is zij met vakantie op haar verjaardag. “Ik ga tweemaal per jaar op vakantie, ook nu. Mijn zuster heeft een boerderij in Frankrijk, daar ben ik ook geweest. Ik reisde altijd graag. Ik ben in Indonesië geweest en in Florida. Als meisje ging ik, net als mijn zussen, met mijn vader mee, die bloembollen-exporteur was. Hij kwam uit Anna Paulowna, ik ben geboren in Sassenheim. Door die reizen met mijn vader heb ik alle scandinavische hoofdsteden gezien, tot aan Helsinki in Finland. Mijn vader vond het fijn wanneer een van ons meereisde op de vrachtauto, dan had hij iemand om mee te kletsen tijdens zo ’n lange reis. Wij vonden het geweldig om mee te gaan.”

De herinneringen aan haar jeugd, de trouwdag en niet te vergeten haar werk als afdelingshoofd in de Z-verpleegkunde (‘zwakzinnigenzorg’), dat zij tot aan de geboorte van Thomas deed, staan onuitwisbaar in haar geheugen gegrift. “Ik weet nog dat wij zoveel mogelijk leuke activiteiten voor de mensen bedachten om zowel binnen als buiten te kunnen doen.” Haar korte-termijn-geheugen is grotendeels weg.

Breidablick is prachtig
Voordat Marrie naar Breidablick kwam woonde ze in een verpleeghuis in Sassenheim. Haar gezicht spreekt boekdelen wanneer ze er over praat. Ze weet er maar één typerend woord voor; “ballentent”. “Hier is het prachtig, Brei-dablick”, zegt ze en ze spreidt haar armen richting korenveld als om de weidsheid van haar uitzicht te benadrukken. Ze zal het nog een paar maal herhalen. “Ik werk hier en ik voel me nuttig. Ik bak koekjes voor de winkel. ’s Morgens en ’s middags een paar uur. Soms vind ik dat ze hier ook wel eens het onmogelijke van je vragen. Bijvoorbeeld wanneer ik de tafel moet dekken. Mijn rolstoel is niet zo wendbaar en dat is dat een lastig karweitje.”

Dat in Breidablick uit principe geen televisie gekeken wordt vindt ze geen probleem. “Vroeger keek ik wel eens naar twee voor twaalf. Vond ik leuk maar ik mis het niet. Ik lees graag tijdschriften of een boek. Ik ga vroeg naar bed, want dan wil mijn gat ook wel eens rust na al dat zitten in de rolstoel. Soms ga ik naar een culturele avond; laatst was er een optreden van een shantikoor met zeemansliedjes, dat was vrolijk.”

Op haar bureau ligt een lijstje met bezoekers voor de komende tijd. Veel? “Nou, best wel, mijn vier zussen en mijn broer komen ook regelmatig. Nee, geen mensen van mijn vroegere werk. Ach, dat is ook te ver weg, hè.”

Ga met God
Geen televisie dus maar wel muziek. Ze houdt van de muziek van André Rieu en van de Belgische formatie ‘Vaya con Dios’. “Ik val in slaap met een zacht muziekje”, zegt ze met een glimlach.

Vaya con dios, ‘ga met God’; ervaart ze dat zelf zo? Geeft het haar in het leven van elke dag troost, dat geloof in God? Er is immers in haar leven nogal wat gebeurd. Hevig verdriet, een volkomen andere toekomst dan verwacht. Het blijft even stil. Ik herhaal de vraag. “Nou, nee, niet echt”, klinkt het. “Ik vind het fijn om naar de kerk te gaan. Hier wordt geen hel en verdoemenis gepreekt. Maar troost in het dagelijks leven? Nee, toch niet. Wel denk ik dat ik door het geloof soms verlang naar de dood en dus naar de hemel, waar ik dan weer gelukkig zal zijn.”

Ank Pronk

Dankzij vrijwilligster Ursula van Rijn kan Marrie met enige regelmaat de kerkdiensten te bezoek.

INTERVIEW MET..

Er is meer saamhorigheid in de polder

Hij woont al 75 jaar aan de Nekkerweg, in het huis waar hij in 1929 is geboren: Ab de Groot. Rond 1922 kocht zijn vader een perceel groen weiland van de familie Koopman. Op gescheurd land begon hij een tuinderij. Met koude-grondproducten als tuinbonen, groene erwten, sperziebonen en ’s winters met spruiten en voederbieten werd in die malaisetijd van de twintiger en dertiger jaren een vaak karige boterham verdiend. Gewoonlijk hielden tuinders in de winter een paar koeien voor de melk. Ab: “Dat werd de melkpot genoemd. In het voorjaar werden de dieren verkocht voor de vetweiderij.”

Ab de Groot trad in de voetsporen van zijn ouders en werd ook tuinder. “Ik volgde een tuinbouwcursus, daarna de vakschool voor de fruitteelt en aanvullende cursussen.” Tot 1965 werkte Ab samen met zijn vader en na diens overlijden nog ongeveer vijf jaar met zijn moeder. Er veranderde veel in de agrarische bedrijfsvoering in het algemeen, zo ook in het beroep van tuinder. De boomgaard met hoogstamfruitbomen als o.m. stoofperen en appels maakte plaats voor een perceel met rode bessen. “Gemakkelijker in onderhoud en er kunnen meer struiken staan op hetzelfde stuk grond”, licht Ab toe. “Er staan twee in 1936 geplaatste kassen die mijn vader aanschafte nadat hij op excursie was geweest naar het Westland, de glazen stad bij uitstek.”

Frankenthaler
Tijdens een zonovergoten wandeling met Ab over het bedrijf blijkt in een van de kassen nog een zestig jaar geleden door zijn vader geplante druivenrank te staan. Verweerd en knoestig, maar met nieuwe uitlopers die over enkele maanden de smakelijke donkerblauwe Frankenthaler druiven zullen dragen. Deze delicate druif wordt rechtstreeks aan de detailhandel verkocht. “Via de veiling is dit niet meer mogelijk”, vertelt Ab. “Van de tien veilingen in de wijde omtrek is er niet een gebleven. Kleine tuinders die nog een halve pallet vullen, kunnen op het aanleverpunt in Wervershoof terecht, maar mijn vijftien kistjes, dat is niks. Vanuit Wervershoof gaan de gewassen vervolgens naar de veiling in Barendrecht.”

Er klinkt spijt in Ab’s stem wanneer hij vertelt over de teloorgang van de augurkenteelt en de suikermeloenen. De concurrentie uit landen waar de zon het fruit rijpt is te groot gebleken. Met zichtbare genegenheid vertelt hij over zij moeder die langs de struiken rode bessen liep en daar voorzichtig de eerste rijpe vruchtjes plukte en in een doosje deed. Op de veiling kochten welgestelde Amsterdammers verrukt deze eerste oogst. “Dat was zo ongeveer in 1970”, aldus Ab, “maar dat het je nu niet meer. Je kunt het hele jaar alles kopen, waar het ook vandaan komt. Er zijn geen primeurs meer. Jammer, want dat was toch heel bijzonder.”

Oliebollen
Wie Ab de Groot zegt denkt bijna onmiddellijk aan oliebollen. Dat is niet zo verwonderlijk, want hij was immers vanaf 1961 betrokken bij de organisatie om deze traditionele lekkernij ten bate van de kerk aan de man te brengen. De oliebollenactie staat ter discussie. Is het nog haalbaar? “De opbrengst is nog goed”, weet Ab, “maar het bezorgen is een probleem. De jonge mensen van 45 jaar geleden zijn inmiddels ook ouder en haken af en het is niet gemakkelijk jongeren te vinden die langs de huizen willen gaan” Samen zijn we het erover eens dat we de ouderwetse appelflappen die vervangen zijn door de deftiger appelbeignets, zeer missen.

Kerstboom
Evenzeer als hij geniet van zijn vak als tuinder, zozeer ook ligt zijn aandacht bij het kerkelijk reilen en zeilen. “Vader en moeder hebben de eerste aanzet gegeven voor die interesse. Ik kan er mijn ambitie in kwijt. Samen met destijds dominee Hanenburg hebben we een jongerengroep opgericht. We hielden bijeenkomsten en studeerden een lekenspel in. Ik ben ook zo’n twaalf jaar notabel geweest. Dat houdt in dat je voor het bestuur van de kerk toezicht houdt op de kerkelijke goederen, landerijen en opstallen. Ik werd gevraagd om notabel te worden.” Bijna verlegen voegt hij eraan toe “het is niet echt een eretitel, maar het ligt er dicht tegenaan. Later veranderde het woord notabel in ouderling/kerkvoogd, met iets meer bevoegdheid en nu heet het kerkrentmeester. Ik vind dat een mooi woord, want we zijn toch ook rentmeesters van de aarde. In 2004 heb ik die functie neergelegd, ik werd toen 75 jaar.” “O ja”, grinnikt hij vrolijk, “voor ik het vergeet, ik zorgde ook jarenlang dat er voor de Kapel, de kerk en de zondagsschool een mooie spar kwam voor de kerstvieringen.”

Suriname
Door het woord rentmeester komen we toch weer uit bij de tuinderij en met een omweggetje bij de derde wereld. In de kassen gebruikt Ab geen bestrijdingsmiddelen. “Ik werk daar biologisch door roofmijt te gebruiken om schadelijke insecten te weren. Overigens is de controle op een juist gebruik van middelen uiterst streng. Stapels formulieren moet ik invullen en met grote regelmaat staan onverwacht de AID (Algemene Inspectie Dienst) en de politie op de stoep. Ik ben het ermee eens dat verkeerde middelen slecht zijn voor het milieu, maar ik vind het wel hypocriet dat we nog steeds bij ons verboden bestrijdingsmiddelen exporteren naar derde wereldlanden. Net of we denken dat het niet uitmaakt dat daar de grond wordt vergiftigd. Weet u dat de ecozone in Suriname door de winning van goud en bauxiet vernield wordt? Het grote voorlichtingscentrum in Suriname, Wageningen genoemd, ligt er verpauperd bij. Vanwege de rijstcultuur en de katoenteelt, die geëxporteerd worden door grootgrondbezitters, vliegen regelmatig vliegtuigjes met gif boven die akkers. Ook de moestuinen van kleine boeren en de vissen worden door dat gif bespoten.” Het onderwerp roept emoties op en Ab’s betrokkenheid is groot. Hij heeft verscheidene Surinaamse vrienden die regelmatig hielpen in de tuinderij. “Zij vertellen hoe slecht de situatie in Suriname is voor de bevolking. Ik denk dat de onafhankelijkheid in 1976 slecht werd voorbereid.”

Saamhorigheid
Terug naar de Beemster. Ab voelt zich er thuis. Hij hoopt altijd op zijn bedrijf te kunnen blijven. Tot anderhalf jaar geleden deed hij al het snoeiwerk nog zelf. Nadat hij een heup brak moeten anderen een handje helpen. En hulp kreeg hij, tot op de dag van vandaag. Hij vindt het spijtig dat er steeds minder boeren zijn. “Het is toch ook jammer dat het aantal koeien in de wei sterk is afgenomen. Dat zwart/bonte vee hoort toch in het Beemster landschap.”

Dit mag dan een minpunt zijn, Ab is zich ervan bewust dat er wat betreft de menselijke contacten in de polder heel veel verbeterd is. “Vroeger waren de tegenstellingen tussen bijvoorbeeld rooms-katholieken en protestanten groot. Ook tussen veeboer, akkerbouwer en tuinder bestond een sociale kloof. Ik denk dat met name de Beemster Gemeenschap als overkoepelende organisatie en de Raad van Kerken met het initiatief voor een Open Dag de mensen tot elkaar hebben gebracht. Er is meer saamhorigheid en zo hoort het ook.”

Het is warm op het erf wanneer ik de fiets pak voor de terugweg naar Middenbeemster. Samen met Ab kijk ik ten afscheid nog even naar de mooie kippen en de imposante haan en vooral, naar de enig overgebleven hoogstam appelboom. Er groeien geen appeltjes meer aan, de stam ziet er verdord uit, maar hij werd ooit geplant door Ab’s vader en dat telt.

Ank Pronk


 

INTERVIEW MET ...

Veel mensen vonden in de loop der jaren de weg naar de boerderijwinkel aan de Volgerweg waar producten van de biologisch-dynamische veehouderij 'Sonnevanck' worden verkocht. Het familiebedrijf van Maarten, Guus en zoon Jan Waal werkt sinds 1989 bio-dynamisch.
Dit houdt in dat geboerd wordt volgens het gedachtegoed van de filosoof Rudolf Steiner, waarbij duurzaamheid centraal staat.

Toen Maarten in 1957 zijn grootvader opvolgde op Sonnevanck was het een veehouderij zoals vele andere. Het bedrijf telde twintig koeien en twintig schapen. Er was een werkman in dienst voor tachtig gulden in de week plus vrij wonen. Eenmaal in de drie weken had deze een vrij weekend. Dan hielp Guus bij het melken dat toe nog handwerk was. Het bedrijf is nooit intensief geweest. Het had als stevige economische poot goed stamboekvee zowel van koeien als van schapen. Export van jongvee vormde een aardige bron van inkomsten.

Toen in de jaren 60 de melkmachine zijn intrede deed werd vanwege investeringen en stijgende lonen een werkman te duur. "Het moest al maar meer", licht Maarten toe. Zoals meer agrariërs in de Beemster verhuurden ook Guus en Maarten land aan een bloembollenteler.
Guus: "We hebben dat enige jaren gedaan, maar omdat er dan aardig wat bestrijdingsmiddelen op je land worden gebruikt zijn we daar mee gestopt". De onstuitbare schaalvergroting bleef ze dwars zitten. Ze konden er niet achter staan. Doordat Guus nogal eens bij een alternatief winkeltje op het Wormerplein kunstnijverheid en consumptieproducten kocht, groeide voorzichtig het idee om op een milieuvriendelijker en kleinschaligere bedrijfsvoering over te gaan.
 

HET PASTE BIJ ONS

Maarten: "Het heeft zo'n vijf jaar innerlijke strijd gekost of we dat wel zouden doen. We hadden vijf kinderen en we wilden toch zeker weten dat we het financieel konden redden. We oriënteerden ons dus goed. Daarbij ontmoetten we zeer gemotiveerde en principiële mensen. Het voelde geweldig, het was of we eindelijk thuis kwamen. Het paste bij ons. We hebben toen allebei een cursus biodynamische landbouw gevolgd. Zo werkt een tuinder bijvoorbeeld met een zaai kalender die aangeeft wanneer het de beste tijd is om een bepaald gewas te zaaien. In de veehouderij werken we met vaste mest. Door de mest gaan stro en kruidenpreparaten. Die substantie blijft negen maanden op de mestplaat liggen. Dat is prima compost, omdat die deels al verteerd is. Het gras neemt dat goed op en het gebruik van kunstmest is daardoor onnodig. De koeien liggen in een potstal op stro. Daardoor hebben we nauwelijks klauwproblemen. Bovendien liggen ze warm omdat het stro broeit".
Guus vult aan: "Het mooie was dat ons inkomen steeg in plaats van te dalen.
Dat is nu minder doordat onze prijs gekoppeld is aan de reguliere teelt. Door al dat gestunt met prijzen door de supermarkten wordt het er niet beter op. Wij hebben destijds geboft, omdat we profijt hebben gehad van het werk van de eerste bio-dynamische boeren uit de jaren 70. Die hadden door hun baanbrekend werk het pad al geëffend".
 

IK VOEL ME THUIS IN DE KERK

Guus komt oorspronkelijk uit Jisp, maar vindt de Beemster "heerlijk". "Het is een prachtige polder met goede grond, waard om zorgvuldig op te passen. Je hebt de aarde te leen, dat schept verplichtingen". Maarten hoopt dat boeren een kans houden in de polder. Niet alleen in de Beemster, maar ook in de Hervormde Kerk voelt Guus zich goed.
"Wanneer ik daar zit en het licht valt door die glas-in-loodramen, dan voelt ik me fijn in de kerk, thuis. Ik ben, natuurlijk ook doordat ik er in ben opgevoed, overtuigd vrijzinnig hervormd. Ik ben met veel plezier twaalf jaar diaken geweest, omdat het een sociale functie is".
 

Dat sociale aspect vindt ze ook terug in de boerderijwinkel. Op donderdag, vrijdag en zaterdag verkoopt ze daar de producten van het eigen bedrijf zoals rundvlees, lamsvlees en eieren. Daarnaast delicatessen van de waddeneilanden zoals heerlijke jam.
In de sfeervol ingericht winkel is het goed kiezen. Guus: "Ik geniet van het contact met mensen. Het is zo'n waardering van je werk dat ze het lekker vinden. Mensen praten graag, ze willen contact", bevestigt Maarten, "het is logisch dat een kassière in de supermarkt daar nauwelijks tijd voor heeft".
 

ZORGBOERDERIJ

Beiden vinden het ook van belang dat de lijn van productie naar afzet kort is. "Dat betekent duurzaam produceren. Dan zit je niet met overproductie. Weet je wat ik erg vind", benadrukt Guus, "dat wij onze producten dumpen op lokale markten in de Derde Wereld. Kleine boeren worden daar de dupe van".

Guus en Maarten, ze praten met enthousiasme over hun boerenbedrijf, over hun winkeltje en over de kerk. Het is prachtig om te zien hoe ze beginnen te stralen wanneer er sprake is van de omgang met mensen die in meer of mindere mate moeten leven met een handicap.
Maarten is tien jaar geleden als invalkracht bij Breidablick gekomen. Bijna verlegen zegt hij "dat zo geweldig fijn" te vinden. Via Purmerend hadden ze twee uit Amsterdam afkomstige gehandicapten te gast op de boerderij. Met warmte vertelt Guus hoe die mensen hebben genoten van de omgeving. "Als ik dan zie hoe Maarten ze rondleidt en hoe hij achter de rolstoel loopt, dan ontroert me dat. We denker er over om die activiteit uit te breiden. Inderdaad, als zorgboerderij te functioneren. Weet je, boeren zijn eigenlijk eenzaam aan het werk. Wanneer je er iets bij doet dat bij je past en waardoor je mensen ontmoet, dan word je daar gelukkiger van".

Ank Pronk

INTERVIEW MET …

"MAMA, WAAROM ZIJN HIER GEEN BERGEN?"

Karwan Muhammed Ahmed uit Koerdistan woont met zijn vrouw en twee kinderen in Middenbeemster. Sinds 1996 zijn zij in Nederland na te zijn gevlucht voor het geweld van Saddam Hoessein tegen de Koerden die "hij minder behandelde dan dieren", aldus Karwan. De protestantse gemeente kent het gezin van onder meer "Eten met de buren". De kinderen, Shatou, een dochter van tien en Dylan, een zoon van drie jaar, spreken goed Nederlands. Ook met Karwan en zijn vrouw Sazan is prima een gesprek te voeren in de Nederlandse taal. Al bekend Sazan verlegen lachend dat zij de taal nog beter moet leren. "Ik leer veel van mijn dochter." Het gezin wacht al acht jaar op een definitieve verblijfsvergunning, de zgn. A-status. Daarom ditmaal niet een interview met een lid van de kerk, maar met medemensen die zich in Middenbeemster thuis voelen, maar die zich naar de maatstaf van onze wetgeving nog steeds niet thuis mogen noemen. Het is een verhaal over laksheid van prodeo advocaten, een brij aan bureaucratische documen-ten in een zwarte koffer, maar bovenal een verhaal over wachten en over mensen die bijna alle hoop verloren hebben. Bange mensen die weten dat ze in eigen land niet veilig zijn, ongeacht wat de Nederlandse overheid zegt. Dit is ook een verhaal over heimwee en een kind van 2 ½ jaar dat in een asielzoekerscentrum naar buiten kijkt en vraagt: "Mama, waarom zijn hier geen bergen?"

Hulpverlener
Op 28 december 1996 kwam Karwan Muhammed Ahmed met zijn vrouw Sazan en hun toenmalig tweejarig doch-tertje Shatou op Schiphol aan. Zij waren via Iran en Turkije, met tussenkomst van mensensmokkelaars gevlucht uit het noordoostelijk Irakese deel van Koerdi-stan dat aan Iran grenst. Ze kwamen uit de stad Sulaimania. Saddam Hoessein had een banvloek uitgesproken over iedereen die ooit had samengewerkt met Amerikanen of Engelsen. Hij achtte ze staatsgevaarlijk en vond dat zij als verraders de doodstraf verdienden. Karwan hoorde daarbij. In 1988 voerde Saddam een gifaanval uit op de Koerden. In 1991 volgde een opstand van de Koerden. Karwan werkte een jaar in een vluchtelingenkamp voor de Amerikaanse organisatie Intern. Resque Committee. Hij was hulpverlener met een medische achtergrond en werkte tevens als tolk /vertaler. Hij spreekt Engels, Arabisch, Koerdisch en Farsc (de taal van Iran, het Nieuw Perzisch). Karwan:"De omstandigheden in de vluchtelingenkampen waren vreselijk. Er was geen water of sanitaire voorzieningen en letterlijk alles moest worden geregeld. We hebben in die tijd 25.000 kinderen gevaccineerd". Na dat jaar werkte Karwan vijf jaar voor de Engelse afdeling van de internationale mensenrechtenorganisatie Save the Children Fund.

Na de inval van Saddam Hoessein in Koerdistan op 31 augustus 1996 vluchtte Karwan met zijn jonge gezin naar Iran en vervolgens naar Nederland. De Amerikaanse organisatie waar Karwan een jaar voor had gewerkt, zorgde voor de evacuatie van zo'n 7.000 Koerden. De Engelse organisatie deed dit niet en Karwan moet op eigen kracht vluchten. Tijdens die barre tocht werden zijn gezin en vele anderen bestookt door sluipschutters. Sazan vertelt geëmotioneerd dat de kogels rondom haar neerkwamen. Ze zag mensen dodelijk worden getroffen. Kort na aankomst in Nederland op 28 december was het oudejaarsavond. Om 24.00 uur werd vuurwerk afgestoken. Een feestelijk moment voor velen, een herbeleving van angst voor Sazan.

Onzekerheid
Het gezin kwam via opvangcentra in Haarlem, Roosendaal en Assen in Middenbeemster terecht. Tijdens hun verblijf in die centra kwam Karwan’s talenkennis weer van pas. Hij laat me uit een zwarte koffer vol documenten trots enkele getuigschriften zien. Roosendaal:"Uitstekend gewerkt als vertaler bij psychosociale opvang." Assen geeft een zelfde positieve beoordeling. "Hij is altijd overal aan het helpen", zegt Sazan liefdevol. Hulp aan het gezin werd gegeven door de gemeente Beemster en via het Vluchtelingenwerk Beemster door Mary en Jaap Jansen. Ze zijn er blij mee. En hulp konden en kunnen ze heel goed gebruiken, want naast de intensieve zorg voor twee zieke kinderen zijn ze langzamerhand wanhopig van onzekerheid. De lijst van tegenslagen dreigt te lang te worden. De eerste hun toegewezen advocaten lieten termijnen verlopen waardoor vereiste documenten niet op de juiste dat werden ingeleverd. Hun derde in Amsterdam woonachtige advocaat heeft zich enorm voor hen ingespannen, maar moest echter wegens ernstige ziekte stoppen met zijn werk. Karwan: "Meneer Jansen heeft voor een andere advocaat gezorgd, in Haarlem. We hopen opnieuw. Weet u, we begrijpen het niet. We hebben nog steeds geen definitieve verblijfsvergunning terwijl mijn papieren in orde zijn. Ik heb een bewijs dat ik bij Save the Children heb gewerkt. Vier collega's van mij die daar ook werkten kregen al lang geleden een vergunning. We hebben van september 2004 tot januari 2005 moeten wachten op onze pasjes van de Immigratie- en Naturalisatiedient (IND), omdat onze gegevens zoek waren. We hebben nu een verblijfsvergunning op humanitaire gronden tot september 2005. We hebben met goed resultaat de inburgeringcursus gevolgd, maar hoe kan ik nou goed inburgeren als ik niet werk. Welke baas wil mij voor een half jaar werk geven? Ik wil zo graag werken." Intussen heeft Sazan, bij wie de tranen voortdurend op de loer liggen, foto's van haar familie in Koerdistan op schoot. Ze mist haar moeder en haar broer. Haar moeder heeft haar kleinzoon nooit gezien en kent haar kleindochter alleen als tweejarige. Sazan staat op de foto als stralende bruid temidden van haar familie.

Karwan kan maar een oorzaak bedenken waardoor alles zo mis gaat. Bij aankomst op Schiphol voegde hij aan zijn naam toe: Berzinjne. "Ik heb intussen al tien keer uitgelegd hoe dat zit. Ik kom uit die streek en het is bij ons vaak de gewoonte om dat erbij te noemen. Dat past in onze cultuur. Het is eigenlijk ongeveer zoiets als 'ik ben Amsterdammer'. Ik denk dat ze dat hier niet begrijpen en dat ik daardoor tussen schip en wal ben gekomen. Nee, dat zeg ik geloof ik niet he’lemaal goed. Is het tussen 'wal en schip? Voor het eerst die avond schieten
we alledrie in een bevrijdende lach.

Karwan vervolgt zijn uitleg. "Saddam Hoessein verbood Koerden elke uiting van eigen cultuur. Wij mochten zelfs geen achternaam hebben. Mijn eigen naam is dus Karwan en verder heb ik de voornamen van mijn vader Muhammed en mijn grootvader Ahmed. Door het toevoegen van Berzinjne wordt onze naam persoonlijker. Dat heeft op Schip-hol misschien verwarring gegeven. Ik denk dan wel, wanneer mensen over iemands leven kunnen beslissen zouden ze toch iets van dienst cultuur moeten weten? Ik ben er zeker van dat ik als voormalig tolk voor Amerikanen mijn leven niet zeker ben in Irak. Ik ben destijds meermalen in een hinderlaag geraakt, maar dankzij de bodyguards die ons beschermden werden we op tijd gewaarschuwd. Saddam Hoessein loofde toen grote beloningen uit aan mensen die ons wilden verraden. Verschillende van mijn internationale collega's zijn ook gedood. Ook nu is het nog niet veilig voor mensen die Amerikanen of Engelsen helpen. Niemand gaat toch zomaar weg uit zijn geboorteland? We hebben daar familie. We hebben heimwee naar de mensen en het land. We woonden in een mooi huis met een grote tuin vol fruit. Dat laat je niet voor niets achter. We zijn gevlucht uit angst", besluit Karwan ontredderd.

Nb. Graag wil ik enkele persoonlijke regels toevoegen aan dit interview. Karwan's angst lijkt mij geen denkbeeldige. Kort na ons gesprek las ik in de krant dat Irakese tolken gemaskerd en onder een schuilnaam hun werk voor de Amerikanen doen. Vorig jaar zomer werd een tolk door het Irakese verzet gedood. Ik begrijp dat voor economische vluchtelingen de regels streng moeten zijn in een klein land. Ik kan en wil niet begrij-pen dat deze familie niet in Nederland zou mogen blijven, gelet op het wezenlijke gevaar dat hen in hun geboorteland wacht. Een hele avond heb ik mogen genieten van de vriendelijke gastvrijheid van Karwan en Sazan. Hun angstige onzekerheid over de toekomst was bijna tastbaar. Wanneer 'de' asielzoeker een gezicht krijgt wil je er het beste van hopen. Voor dit gezin: het allerbeste!

Ank Pronk

dec. '04

 

IK VIND HET VERHAAL VAN JOZEF IN EGYPTE SPANNEND


Op zondag 28 november werd Helen Elisabeth Melcherts gedoopt in de Kapel in Zuidoostbeemster. De eerste zondag van Advent kreeg daardoor een extra stijlvolle en feestelijke sfeer. Helen las zelf het verhaal voor van Jakob ’s worsteling met God, dat uitmondt in Jakob ’s bede: Ik laat je niet gaan tot je me zegent.” Dit was ook de tekst die Helen bij haar doop meekreeg voor haar levensweg, samen met het gebed van Ds Schroevers, “schrijf haar naam in de palm van uw hand.”

Helen is negen jaar. Zij wilde, op eigen verzoek, worden gedoopt. Reden genoeg om voor die tijd bij haar op bezoek te gaan voor een gesprekje.

Het gezin Melcherts-Zwart verhuisde zo’n vier jaar geleden van Purmerend naar Zuidoostbeemster. Helen’s moeder, Elske Zwart, heeft haar wortels in Midden-beemster waar haar moeder ouderling was bij de Hervormde Gemeente. Veel mensen zullen zich ook haar vader, de schoolfotograaf, herinneren. Elske had niet veel banden meer met de kerk en de drie dochters, Fleur, Yvonne en Helen zijn niet gedoopt. Sinds de activiteiten in de Kapel zo zijn uitgebreid, bezoekt zij steeds vaker de kerkdiensten.

Bijna als bewijs daarvan staan de voor de oogstdienst gecreëerde bloemstukjes op tafel. Uitgeholde pompoenen met herfstbloemen gevuld. Samen met Marie Schroevers gemaakt bij Fa. Slot aan het Zuiderpad.)
 

(Op de foto v.l.n.r. Yvonne, Helen en Ans van Overbeek)

 

 

IK WIL ERBIJ HOREN, BIJ GOD!
Waarom die bewuste keuze om gedoopt te willen worden? Het antwoord komt zonder aarzelen: “Ik wilde erbij horen, bij God. In de paasnacht werd een jonge vrouw gedoopt. Toen dacht ik, dat wil ik ook. Mamma zei toen, dat ik daar heel goed over moest nadenken. Nou toen heb ik gedacht en gedacht en ik weet nu heel zeker dat ik het wil.” Denk je ook dat God een beetje op je past?? Stralend:”Ja, vast en zeker.”

We zitten samen op de bank, zus Yvonne van tien luistert geïnteresseerd. Elske schilt aardappelen voor de boerenkool. (“dat lust ik niet zo graag”, vertrouwt Helen mij toe) en de cavia krijgt een worteltje. Fleur van vijftien zit achter de computer. Ik ben zeer gecharmeerd van het geheel. Helen zit op de basisschool “de Bloeiende Perelaer”, in groep 5. Enthousiast vertelt ze over juf Suzanna en juf Esther die zoveel liedjes kennen en div. instrumenten bespelen. Nou en of ik wat horen wil. Dus volgt er een spontane, swingende samenzang van Helen en zus Yvonne. A-capella en zo zuiver als het maar kan, word ik verrast met tal van liedjes. “Heb je wel gehoord van de olifant, die eet de bananen uit je hand, net als een aap maar dan veel meer, hij eet er wel honderd in een keer…” Een privé concertje, zomaar cadeau. De grauwe novembermiddag krijgt daardoor iets zonnigs.

BALLET
Helen vindt het fijn in de Beemster. Ze heeft er haar vriendinnetjes. Voor Balletles gaat ze nog wel naar Purmerend, naar de muziekschool. Ze danst sinds haar vierde jaar. Ze huppelt naar de hal en komt terug met een foto waar ze met zussen, in vol ornaat, op staat. "Over een poosje mag ik een hoofdrol dansen als zomerprinses. Drie andere meisjes dansen de lente, de herfst en de winter. We dansen het ook in de Purmaryn".
Weet ze ook iets van de wereld buiten de Beemster?"Ik weet waar Zambia ligt. Het is daar heel warm. Dat weet ik omdat mijn oom is getrouwd met een vrouw uit Zambia, tante Mildred. De bruiloft was hier. Dat was een geweldig feest. Tante Mildred kan van takken een prachtig vuur maken. Ze bakt daar buiten vis op.
Elske vult aan: "Zoals wij wel eens in het schuurtje iets bakken dat ons binnen teveel stinkt, doet zij dat buiten. Het is mooi om te zien hoe kunstig ze zo'n vuur brandend houdt door de buitenste takken steeds weer naar binnen te duwen."
Het is duidelijk, ze zijn dol op Mildred.

JOZEF IN EGYPTE
Leest ze wel eens in de Bijbel? "Ja nou en of. Weet u wat ik spannend vind, de verhalen over Jozef in Egypte en over Jacob en Ezau. Jacob moest veertien jaar werken voordat hij met de goede vrouw mocht trouwen, met Rachel. Tijdens de kindernevendienst hebben we van papier en lijm Mozes in het biezen mandje gemaakt. Dat is ook een mooi verhaal.

Op school hebben we godsdienstles, dan leren we ook over andere godsdiensten, met symbolen. De jongens wilden toen een verhaal over de brandstapel in India en de meisjes wilden liever horen vertellen over een heel mooie tempel met goud. Maar ja, de meeste stemmen gelden en er zitten nou eenmaal meer jongens in de klas. Die kregen hun zin, dat vond ik maar niks."

En dan, plotseling, zonder enige overgang:"Gelooft u eigenlijk ook?" "Ja, dat doe ik inderdaad", antwoordde ik hard op en ik denk, "Ik hoop dat ze minder twijfels zal hebben dan ik".

Ik beloof te komen als ze wordt gedoopt. "Na het dopen gaat de familie mee naar huis en dan drinken ze koffie en zo. Het is toch een feest".

Helemaal waar lieve Helen en een feest was het om bij jou, je moeder en je zussen op visite te zijn.

Ank Pronk

nov. '04


God heeft geen handen op aarde,
wij moeten die handen zijn.

Wim van Beveren werd op 18 maart 1920 in Terneuzen geboren in een Gereformeerd, liefdevol gezin dat acht kinderen rijk was. Hij bewaart er warme herinneringen aan, die hij een leven lang, met zich meedraagt. Zoals hij ook als leidraad meekreeg dat geloven “ver-trouwen” is, immers, zo luidt een lied dat hij citeert: ”Die wolken, lucht en winden, wijst spoor en loop en baan, zal ook wel wegen vinden, waarlangs uw voet kan gaan.”

In het dorp Oost-Souburg ontmoette hij, in 1938, zijn eigen Zeeuws Meisje, Nellie Suurmond. Het was liefde op het eerste gezicht. Hij was 18 jaar, zij was 16. Ze zouden vijfenzestig jaar samen blijven. ”Jaren van geluk”, noemt van Beveren ze, waaraan door het overlijden van Nellie, op 6 oktober 2003 een einde kwam. Nellie leed, sinds 1998, aan Alzheimer… “Een gemene ziekte, maar door de hechte band die wij hadden, waren ook dat toch mooie jaren. Ze was zo lief, het was een vreugde voor mij om haar te verzorgen.”

Die sterke verbondenheid gaf ook de kracht om het verlies van twee kinderen te dragen. We waren heel gelukkig toen ons eerste kind, onze dochter Corrie, werd geboren. Door onze tegengestelde Rhesus-factoren, waar medisch toen nog niets aan te doen was, verloren wij ons tweede en ook ons derde kind. Onze droom van een groot gezin was voorbij. Zo’n gezin als het nest waar ik was opgegroeid en waar ook Nellie zich zo thuis voelde.

Waterschap de Beemster
Na tal van verhuizingen kwam het echtpaar van Beveren via Voorburg en Alkmaar in Middenbeemster wonen, waar van Beveren was benoemd tot secretaris van het toenmalige Waterschap de Beemster. Tweemaal eerder was hij bij een waterschap als nummer 1 voor deze functie voorgedragen. Hij werd echter door hoofdingelanden gepasseerd omdat hij lid was van de PvdA. Hij is daar nog steeds geëmotioneerd over.
 

De sfeer in het Waterschap vond hij geweldig. Het was echt óns Waterschap! Er gebeurde zoveel. In mijn tijd zijn er wegen aangelegd en is de totale bemaling gereorganiseerd. We gingen van drie naar twee gemalen. Het gemaal aan de Westdijk kostte anderhalf miljoen gulden. Omdat een efficiëntere waterhuishouding een agrarische verbetering betekende, droeg de Europese Gemeenschap een miljoen bij. Het was voor het eerst dat er subsidie werd verstrekt aan een Waterschap.”

Hij heeft met hart en ziel voor het Waterschap gewerkt. Toch heeft hij het werk, toen hij in 1981 gebruik maakte van de VUT-regeling, nauwelijks gemist. Hoe dat mogelijk is?

“Dezelfde week na mijn vervroegde pensionering kwamen er vier bestuurders van de Rusthoeve bij mij thuis.De Rusthoeve moest worden gerenoveerd, of ik voorzitter wilde worden van de commissie die dat ging voorbereiden.” Hij lacht schaterend. Ik had een nieuwe kluif om mijn tanden in te zetten!”

De Beemster
De Zeeuw “van Beveren”voelt zich er helemaal thuis. Dat weerhoudt hem er echter niet van om, met de passie die hem bij alles eigen is, een kritische kanttekening te plaatsen. Zo vindt hij, dat er te weinig wordt gedaan voor ouderen en is het hem een doorn in het oog, dat er in Zuidoostbeemster teveel wordt gebouwd. “Die kluiten woningen tegen een stad aan, in dit geval Purme-rend, veroorzaken een zwakke kern in Middenbeemster. Daar hoort het centrum van de polder te liggen zodat je de voorzieningen in de polder behoudt. Nu raak je die kwijt doordat meer dan de helft van de bevolking in Zuidoostbeemster zit, dat op Purmerend is georiënteerd.” Hij noemt het postkantoor en het bejaardentehuis.

Wat van Beveren betreft, wordt er ook teveel langs de wegen gebouwd. “Ik vind dat er wel boerderijen gebouwd mogen worden, maar geen burgerwoningen. De polder moet zijn open agrarische karakter behouden.”

Heeft hij nog een grote wens voor Middenbeemster? “Nou en of! Een echt dorpshuis. Wellicht zou de kerk die behoefte in kunnen vullen. Daar zijn plannen voor.”

Europa en Turkije
Van een dorpshuis in Middenbeemster naar Turkije is voor een bevlogen mens als van Beveren een kleine stap. Het is zijn handreiking als christen en socialist aan een moslim gemeenschap. “Ik ben bezorgd over de ontwikkeling van Europa. Ik ben van mening dat we Turkije moeten opnemen in de Europese Gemeenschap als een speerpunt om een modern Islamitisch land te integreren in Europa. Ter voorkoming van extreme gedachten en handelingen.”

God heeft geen handen op aarde
Een interview met van Beveren betekent dwalen door zijn Zeeuwse jeugd, omzien naar de oorlogsjaren waarin hij moest onderduiken en het huwelijk met Nellie moest worden uitgesteld. Het betekent ook praten over de tijd bij de Irenebrigade en zijn werk bij het Waterschap.

Sinds enige tijd verdiept van Beveren zich in reïncarnatie. Hij bezoekt bijeenkomsten van Hans Stolp in Amersfoort. “Het boeit mij zo enorm. Ik vind de gedacht aan reïncarnatie niet wonderlijk, want ieder mens, goed of slecht, verdient een tweede kans. Ik weet nu ook waarom ik nog gezond ben. Ik ben er nog niet. Ik moet nog zo veel leren, ik ben nog niet klaar met het leven.”

Druk gebarend, opspringend uit zijn stoel om een boek te pakken of een schilderij te bekijken, zo vertelt van Beveren over alles wat hem beroert. Is hij nooit bang dat hij wel eens doordraaft? Het wordt even stil…..dan bevestigend: ”Oh jazeker, wanneer ik dat vroeger deed, kon Nellie zo heel voorzichtig even haar hand op mijn arm leggen. Dan wist ik dat ik gas moest terugnemen. Zij hield mij in balans. Nu zij er niet meer is, loop ik daar tegenop.

Elk onderwerp mondt uit in herinneringen aan Nellie, die “zoveel talenten had”, maar ook in de realiteit van het geloof. “Het persoonlijke geloof, daar gaat het om. Voor mij is het de grond waarop ik leef. Mijn ouders leefden vanuit die overtuiging en ik mag daar ook op vertrouwen. Ik moet er wel wat voor doen. Je gelooft en bidt niet gratis. Bidden verplicht, want God heeft geen handen op aarde. Wij moeten die handen zijn.
Ank Pronk

“Geloven moet een vreugde zijn”

interview met Nel en Paul Stolp  (okt.'04)

 

Een bezoek aan Nel en Paul Stolp begint met een rondleiding in de bij hun boerderij Pijlenburg gelegen paradijselijke tuin. Het is hun trots en veel bezoekers mochten inmiddels meegenieten.

Paul werd in 1940 op Pijlenburg geboren. Hij is er nooit meer vandaan gegaan. Nel’s wieg stond in Middelie. Toen ze twaalf was kwam ze naar de Beemster. Dit jaar vierden Nel en Paul hun 40-jarig huwelijk.

Tal van generaties Stolp boerden op Pijlenburg dat oorspronkelijk dateert van 1629. “Het is dus ouder dan de Eenhoorn. Kijk, in de kaaskelder staat het jaartal”, vertelt Paul. “Ik heb er nu een plantenkasje.”

 

In 1947 brandde die boerderij volledig af. “Ik herinner mij er weinig van, ik was zeven. Mijn moeder droeg mij razendsnel naar de buren. De kamer brandde al”, aldus Paul. En grinnikend: “gek eigenlijk, ik weet nog wel dat mijn klompen waren verbrand.”

Het huidige Pijlenburg werd in 1956 gebouwd. “Ons gezin woonde jarenlang bij de grootouders. Veel mensen waren in die tijd onderverzekerd. Zo vlak na de oorlog had iedereen wel wat anders aan zijn hoofd. Mijn vader had alleen geld voor een nieuwe stal. Die kwam in 1948. Het vee was bij de brand gelukkig ongedeerd gebleven.”

 

Paul zal te zijner tijd de rij van melkveehouders op Pijlenburg sluiten. Hij heeft geen opvolger. Paul heeft een voorliefde voor een koe met een uitgesproken markante tekening: de Lakenvelder. Er is bewust gekozen voor een kleinschalig bedrijf waarin ook plaats is voor schapen.

 

Die kleinschaligheid was ook gekoppeld aan het buitenshuis werken van Nel. Ze was ooit directiesecretaresse bij de Draka. Een vrouw die veertig jaar geleden trouwde kreeg gewoonlijk ontslag. Werken in de gezinsverzorging bleek een goed alternatief. “Ik kwam bij zoveel mensen thuis. Heel fijn om te doen.”

Het wonen in de polder vinden ze allebei heerlijk. “Altijd die ruimte om je heen. Er is maar een nadeel, het lawaai aan de Middenweg. Het zou nog best meevallen wanneer iedereen zich aan die 80 kilometer hield, maar dat gebeurt vaak niet.”

Dat ze nu in het Werelderfgoed wonen, daar zijn ze niet ondersteboven van. “Ach”, vindt Paul “’t is leuk en daar is alles mee gezegd.”

 

Er zullen weinig mensen zijn de Nel en Paul niet kennen. Midden in de gemeenschap staan ze. Verknocht aan de Beemster waar ook hun drie kinderen werden geboren. Voor verenigingen werd altijd tijd ingeruimd. “Ons leven is er voor een groot deel door bepaald”, zegt Paul. “We hebben het met enorm veel plezier gedaan, maar we bouwen het nu wat af. Weet je, Nico Schroevers preekt graag over een goed en vol leven, maar ik zeg wel eens: mag het een beetje minder vol? Het is trouwens ook goed dat er jonge mensen voor jou in de plaats komen. Zoals bij de Floralia. Het grappige is dat de formule van de ‘Floor’ nog hetzelfde is als 75 jaar geleden, maar wat blijkt? Jonge mensen vinden het ook nu nog leuk. Dat is toch bijzonder in een tijd van computers?”

Paul blijft nog lid van de mede door hem opgerichte accordeonclub en van de toneelgroep Oosthuizen waar hij de regie voert.

Nel stopt het volgende seizoen met de kerkenraad waar Paul overigens ook elf jaar deel van uit heeft gemaakt. “Ik zal dat erg missen. We vormen een fijne hechte groep. Maar het wordt me toch wat teveel. We passen op de kleinkinderen, ik help bij de dagopvang Middelwijck en ik doe mee met vriendschappelijk huisbezoek.”

Ze dansen al sinds eind jaren 70 bij de Westfriese dansgroep Midwoud. “Jammer dat er geen jonge mensen meer bij komen. De belangstelling voor dit soort optredens neemt af. We hebben genoten van de verre landen die we met de groep bezochten zoals India, Maleisië en Borneo. Het heeft onze interesse gewekt voor andere leefgemeenschappen. Daardoor zijn we ook privé gaan reizen. We hebben mooie dingen gezien, maar ook veel armoede. Het is goed om je nek om de hoek van de deur te steken”, vinden ze beiden. Paul: “je snapt niet dat we met alle kennis die we bezitten niet in staat zijn om rijkdom eerlijk te verdelen.”

 

Nel en Paul zijn, zoals ze zelf zeggen, geen fanatieke kerkbezoekers. Ze vinden het fijn dat Nico en Marie Schroevers het leven van alledag betrekken bij de geloofsbeleving.

Voor Paul is het gemeenschappelijke en het op een christelijke manier me elkaar omgaan het wezen van zijn geloof. Nel: “het ergens bijhoren en met elkaar stil zijn. Dat moment van stilte dat in de dienst wordt ingelast is ontroerend. Je voelt een verbondenheid. Je denkt aan elkaar, aan je kinderen. Het is ook een overpeinzing, misschien is dat wel bidden. Ik vind het ook bijzonder dat een Bijbel nog steeds aanspreekt, ook al is het soms een moeilijk boek.”

Paul knikt bevestigend. “Een ding is voor mij heel zeker: geloven moet een vreugde zijn, blijdschap.”

 

Ank Pronk