|
OP
DE DREMPEL VAN 400
JAAR BEEMSTER
Door goede machten
trouw en stil
omgeven,
behoed, getroost, zo
wonderlijk en klaar,
zo wil ik graag met
u, mijn liefsten,
leven,
en met u ingaan in
het nieuwe jaar.

Wil nog de oude pijn
ons hart vernielen,
drukt nog de last
van 't leed dat ons
beklemt,
o Heer, geef onze
opgejaagde zielen
het heil waarvoor
Gij zelf ons hebt
bestemd.
En wilt Gij ons de
bittre beker geven
met gal gevuld tot
aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem
dankbaar zonder
beven
aan uit uw goede, uw
geliefde hand.
Maar wilt Gij ons
nog eenmaal vreugde
schenken
om deze wereld en
haar zonneschijn,
leer ons wat is
geleden dan
herdenken,
geheel van U zal dan
ons leven zijn.
Laat warm en stil de
kaarsen branden
heden,
die Gij hier in ons
duister hebt
gebracht,
breng als het kan
ons samen, geef ons
vrede.
Wij weten het, uw
licht schijnt in de
nacht.
Valt om ons heen
steeds meer het
diepe zwijgen,
de eenzaamheid, die
nergens uitkomst
ziet,
laat ons dan
allerwege horen
stijgen
tot lof van U het
wereldwijde lied.
In goede machten
liefderijk geborgen
verwachten wij
getroost wat komen
mag.
God is met ons des
avonds en des
morgens,
is zeker met ons
elke nieuwe dag
Door goede machten
trouw en stil
omgeven is de titel
van het lied wat
Diettrich Bonhoeffer
december 1944 uit
zijn Gestapo – cel
wist te smokkelen.
Als verjaardagsgroet
aan zijn moeder, en
als groet aan zijn
verloofde die hij
amper had gezien,
omdat hij kort na de
verloving in de cel
belande in verband
met een mislukte
aanslag op Hitler.
Sindsdien is het
lied oneindig vaak
gezongen, vooral op
laatste avonden van
het jaar, of als
menselijk leven soms
tussendoor flink
door elkaar geschud
wordt, en de
geborgenheid van
goede machten extra
hard nodig is. En
het is alsof met het
zingen van het lied
die machten er ook
zijn. Alsof het lied
ze oproept: goede
machten die ons
trouw en stil
omgeven. Bijna even
concreet als de
dijken rond deze
polder!
Goede machten om het
onheil te weren, om
de pijn en de zorgen
die wij soms met ons
meedragen te
verzachten. Goede
machten om ons moed
te geven, dat welke
beker met gal wij in
de toekomst
misschien ook een
keer in handen
zullen krijgen. Dat
wij er klaar voor
zullen zijn, en niet
alleen! Dat alles
roept dat lied op,
zeker op de drempel
van jaren en van
Beemster eeuwen.
“God is met ons des
avonds en des
morgen, is zeker met
ons elke nieuwe
dag!”
Die goddelijke
geborgenheid hebben
mensen door de
eeuwen heen gezocht
binnen de muren van
onze oude
Beemsterkerk, en
binnen de muren van
al die kerken die op
de klei zijn
neergezet. Goede
machten om het kwaad
buiten te houden, en
goede machten om het
leven mee te vieren,
de vreugde van nieuw
leven, van nieuwe
liefde en van nieuwe
trouw. En de vreugde
van het goede wat
duurzaam is, 50 jaar
huwelijk, 50 jaar
oliebollen, 400 jaar
Beemster polder. Of
zoals in de
afgelopen weken, de
vreugde van kerst:
Van licht in elk
duister en van God,
als een kind ons
geboren . .
In het alledaagse
leven willen wij dat
goddelijk kind nog
wel eens vergeten.
En dan hebben wij
binnen de kortste
keren het idee dat
wij het allemaal
zelf moeten doen, of
dat wij het allemaal
voor onszelf moeten
doen. Als wij het
goddelijke kind
vergeten, dan gaan
wij al snel op zoek
naar andere machten
die ons maar moeten
beschermen. En die
hoeven dan niet meer
persé goed te zijn.
Als ze maar macht
hebben.
Maar
de goede macht van
het kind komt van
binnenuit. Dat is
als met een kind op
je arm door een
donker bos lopen, en
je eigen angst voor
het donker
verliezen, en één en
al geborgenheid
worden. De macht van
Gods goede machten,
die komt van
binnenuit. Dat is
het zaadje in jezelf
wat begint te
groeien. Misschien
dacht je van jezelf
dat je meer van die
rotsachtige grond
was, niet zo
ontvankelijk voor
het goede. Misschien
had je van jezelf
het idee, dat er
vooral heel veel
onkruid in en om je
heen groeit, gedoe
wat je innerlijke
goedheid verstikt.
Dan is het prachtig
om soms te merken
dat je ook goede
grond bent, waarin
het goede zaad
opkomt, als een
enorme wil en kracht
om goed te doen!
Dat is, denk ik,
hetgeen wat mensen
in deze polder ook
al 400 jaar vieren,
o.a. binnen deze
oude muren: Dat er
niet alleen dijken
van aarde, zand en
steen zijn, die ons
beschermen, tegen
alles wat goed leven
zomaar kan
wegspoelen, maar dat
er ook onzichtbare
goede machten zijn
in ons en in om ons
heen.
En dat je die
machten moet
oproepen om ze
bevestigen. Oproepen
met liederen, met
gebeden, met het
luisteren naar de
verhalen van God en
mensen, en oproepen
door zelf het goede
te zaaien in de
grond om je heen.
Want zoals het
verkeerde wat wij
doen en het goede
wat wij nalaten op
den duur ons hart
zijn kracht zul- len
ontnemen, en
samenleven z ’n
glans. Zo is het
onbaatzuchtige goede
wat wij doen nooit
tevergeefs! Daar
groeit de macht van
het goede, of zoals
Jezus ooit zei, daar
groeit het
koninkrijk van de
hemel! En soms lijkt
dat goede bijna als
vanzelf te gaan, als
bij een
oliebollenactie of
bij een rommelmarkt.
Iedereen pakt aan,
iedereen heeft er
zin in. Het goede
einddoel is meer dan
concreet. Maar soms
valt het juist
helemaal niet mee om
dat goede te doen,
omdat het je voor
dilemma ’s plaatst,
voor keuzes die niet
gemakkelijk zijn. Of
omdat het gedoe
oplevert en geen
concreet doel, maar
eerst maar stappen
in het ongewisse. Op
die momenten hebben
wij al snel de
neiging om dan maar
met iets minder
goeds genoegen te
nemen. Wij houden
niet zo van
moeilijk, en als
iets niet meteen of
snel goed kan, dan
maar niet! Maar het
motto van de
Mensenzoon is, kies
juist op de momenten
dat het goede
moeilijk of moeizaam
gaat, kies juist
voor meer goed
i.p.v. minder! Want
wat schiet je er mee
op, als je met veel
inzet dijken van het
goede opwerpt, maar
als je op de plekken
waar het lastig is
het wel gelooft!
Die dijken houd het
nooit. Zo is het ook
met het goede leven
om te delen met
elkaar. Juist waar
het moeilijk is zit
ook de groei. Daar
maak je misschien
geen meters, maar
daar krijgt het
goede wel zijn
spankracht!
Om dat goede vol te
houden voor onszelf
en met elkaar, komen
wij samen, week in,
week uit, en
luisteren, en zingen
en bidden! Zo bouwen
wij met elkaar aan
die onzichtbare dijk
die goed leven moet
bewaren. En sterker
nog als met de
zichtbare dijken is
dat een klus die
nooit afkomt. Al 400
jaar werken mensen
in deze polder aan
die onzichtbare
dijken. Soms los van
elkaar, soms met
elkaar. Aan ons is
het om dat door te
zetten en door te
geven. Het water
ligt altijd op de
loer, en stormen
dreigen, maar als
wij in de
voetstappen van de
Mensenzoon blijven
bouwen aan het goede
leven om te delen
met elkaar. Dan
zullen goede machten
ons blijven omringen
en verwarmen, als
kaarsen op oude
kerkbanken, als
vuurkorven op een
oude ringdijk ..
Ds Nico Schroevers
►Lief
en Leed
|