|
ORGELSPEL VOOR DE DIENST
hinderlijk of welkom ?
Het is inmiddels al vele jaren geleden dat ik nog wel eens een
dienst speelde in de toenmalige Rusthoeve te Purmerend. In het toen
nog vooral hervormde rusthuis werd op de zondagmorgen een dienst
gehouden in de gemeenschapszaal waarbij van achter het harmonium de
liederen werden begeleid. En tijdens het “inleidend orgelspel” werd
mij opeens door een (uiteraard oudere) heer toegeroepen: “Hé zeun,
kan het wat zachter, we kunnen elkaar zo niet verstaan!”
Nog
een andere herinnering in dit verband. In een kerk irriteerde mij
het vele en vaak luide praten van de aanwezigen tijdens het
inleidend orgelspel. Derhalve liet ik een keer het orgel steeds
luider klinken hetgeen voor “de praters” reden was ook steeds luider
te gaan communiceren. Tot ik plotseling de handen van de toetsen nam
en een vrouwenstem luidkeels riep : “En volgend jaar gaan we weer
naar Zeeland!” Toen werd het stil.
Als
organist maak je zo door de jaren wel wat me, ook tijdens “het
inleidend orgelspel”. Dit laatste is over het algemeen een
vanzelfsprekendheid in onze protestantse Eredienst. De organist
(soms pianist) wordt verondersteld voor de aanvang van de dienst te
spelen. Waartoe eigenlijk? Als ik die vraag zo eens stelde was het
antwoord meestal dat door dat orgelspel “een zekere sfeer ontstond”.
Kennelijk een passend aanloopje naar de dienst.
Nu is onder organisten het veelvuldig en vaak nogal luid door de
kerkgangers met elkaar praten een berucht onderwerp. Organisten
kunnen zich daar enorm aan ergeren. Zij doen hun best (hebben zich
vaak gedegen voorbereid) en de mensen zitten er doorheen te kletsen!
Zoals zo vaak is ook dit geen ”zwart-wit”-situatie. Dat de
kerkgangers woorden met elkaar wisselen, even iets zeggen,
overleggen of wat dan ook. Dat is niet meer dan normaal en
natuurlijk iets anders dan dat de gelegenheid wordt genomen
luidkeels “het nieuws van gisteren met elkaar te gaan doornemen”.
Persoonlijk heb ik geen moeite met het eerste, wel met het laatste.
Ook heeft het te maken met praktische omstandigheden: de ruimte van
onze Kapel is bijvoorbeeld akoestisch in die zin veel kwetsbaarder
dan die van de Keyserkerk.
Op één punt heb ik
wel een duidelijke mening: indien de liturgie vermeldt dat de
organist een bepaald stuk gaat spelen ter inleiding, bijvoorbeeld
een koraalbewerking van Bach, dan is het redelijk te verwachten dat
men stil is en luistert. Zo’n muziekstuk is ingestudeerd en het
heeft altijd een bepaalde betekenis. Aandacht daarvoor ligt dus in
de rede.
Veel belangrijker echter lijkt mij de vraag: wanneer begint de
dienst eigenlijk? Is dat bij het Welkom door het kerkenraadslid, is
dat bij het “Onze hulp is” door de voorganger of is dat als u de
kerkruimte betreedt, uw plaats vindt, de liturgie doorneemt en de
lezing alvast op u laat inwerken? Wij hebben in de Beemster het
comfort van elke week een volledig uitgewerkte liturgie!
In de opleiding kerkmuziek die ik eens volgde werd ons voorgehouden
dat de dienst begint als de kerkruimte wordt betreden. Lees de
liturgie, denk na over wat komen gaat, over wat u deze morgen
verwacht, goed moment van bezinning? Daar is veel voor te zeggen,
zonder dat spreken verboden is! De beoogde nieuwbouw naast de
Keyserkerk zal straks een uitstekende oplossing bieden: daar de
koffie, daar even bijpraten, en dan de kerkruimte in, de dienst is
begonnen.
Tenslotte laat ik Prediker aan het woord:
“Betreed Gods tempel met bescheiden tred. Je kunt er beter heen gaan
om te luisteren dan om er het offer van een dwaas te brengen“.
En
vergeet niet: Prediker behoort tot de wijsheidsliteratuur!
Peter
van Voorst, organist
 |