PROTESTANTSE GEMEENTE BEEMSTER

 

 

"ROND KERK & KAPEL"

Home

Info

Actueel

Jeugd

Overweging

Geschiedenis

Foto's

Andere Kerken

Bestuur...

Restauratie

"De Beemster Keyser"

BEEMSTER IN DE FRANSCHE TIJD

Op weg naar 30 mei 2010 in elke kerkbode een stukje over de Franse tijd in de Beemster uit, ‘Grootvaders memorieboek’ van Jakob Bouman . .


update febr.'10

BEEMSTER IN DE FRANSE TIJD.
Op weg naar 30 mei 2010 elke kerkbode ook een stukje over de Franse tijd in de Beemster uit, ‘Grootvaders memorie-boek’ van Jakob Bouman. In deze aflevering lezen wij over de veepest . . (niet alleen iets van moderne tijd)

Veepest . . (januari 1799)
Terwijl grootvader Hein zijn zoon te Vredebest een bezoek gaf, kwam ook even daarna meester Sijmen binnen. Het gesprek bepaalde zich ditmaal hoofdzakelijk bij de veepest, die in de loop van de achttiende eeuw zo vreselijk gewoed heeft.

Het is zo, mijn zoon, zei grootvader, ‘Gij weet ook al bij ondervinding van slechte boerjaren te spreken; de vijf jaren waarin gij als boer uw bedrijf uitoefent waren zeker niet voordelig, velerlei drukkende omstandigheden hebben de landbouw bemoeijlijkt. Oorlog, staatsomwenteling, gestremde handel en daardoor ontstane lage prijs der producten, benevens schraal gewas, hebben elkaar afgewisseld, zodat de boer zich niet dan met moeite kon staande houden; maar wij moeten daarover toch niet al te zeer klagen, ons vee is Goddank nog gezond.

Toen ik een jonge boer was stond het er vrij wat erger voor. De vernielende veepest heerschte algemeen en rigtte allerwege grote slachting aan. Het heugt mij nog zo klaar als gister, hoe verschrikkelijk nu dertig jaar geleden de runderpest in Noord-Holland heerschte; in het jaar 1769 zijn in de Beemster van de 7279 runderen niet minder dan 3575 aan de pest gestorven. Ikzelf verloor bijna mijn halve boerderij, en sedert heeft die verschrik’-lijke ramp zich herhaalde malen vertoond. Ik verzeker u dat het er toen voor de veeboer vreeesselijk op aan kwam. Er waren verscheidene boerenplaatsen die minder landhuur opbragten dan voor lasten en ongelden benoodigd was; er waren stukken grasland, waarvoor de eigenaar geen huurder kon vinden . . en nog heden heerscht er de pest in onderscheidene oorden van Duitschland.

Wel zoo, wel zoo, zei Frans, gij doet mij schrikken; ik dacht dat de runderpest nu al voor goed was opgehouden en vergeten. Hoe licht kunnen wij door die geduchten geesel nogmaals bezocht worden. Het is te wenschen dat de Hemel ons daarvoor beware. En als men daarbij denkt aan het ongans onder de schapen, waaraan bij natte zomers, vochtige najaren en kwakkelende winters zo vele duizenden sneuvelden. Ik weet de ergste jaren niet precies te benoemen, maar ik weet wel dat ik al een groot getal van mijn schapen aan dat ongemak verloren heb.

Dat is wel erg schadelijk, maar toch zozeer geen wonder, was de gepaste aanmerking van grootvader Hein, want vooreerst houdt gij altijd een veel te groot aantal schapen en geeft bij den inkoop niet graag een hoogen prijs; gij krijgt dus de besten waar niet; ten tweede is uw land voor ongezond bekend en ten derde zijt gij, zoals men weet, bij den winter een slechte kok voor uw vee en in het bijzonder voor uw schapen .. Als wij de handen slap en werkeloos in de schoot leggen, dan is er ook weinig op zegen te hopen.


update jan.'10
BEEMSTER IN DE FRANSE TIJD.
Op weg naar 30 mei 2010 elke kerkbode ook een stukje over de Franse tijd in de Beemster uit, ‘Grootvaders memorie-boek’ van Jakob Bouman. Wij maken een sprong van december 1794 naar januari 1799. .
Een avondgesprek . . (januari 1799)
Het was op Zaterdagavond, den 19den Januarij 1799, dat op de hofstede Beemsterlust het navolgende gesprek plaats had:
Zeg meester, hoe gaat het met de Franschen in Egypte, en hoe is het met onze Prins van Oranje in Engeland gesteld? Zou het Hoog Bestuur in ons land nu op beter poten staan, sedert Daendels den boel wat teregt geschopt heeft? Dit vroeg de huisbaas aan Pieter de Barbier. Zeg meester Pieter, zouden de hooge belasting en geldheffingen nu niet wat minder worden? Ik lees de couranten ook wel, maar krijg die doorgaans wat laat; daaren-boven wil ik wel bekennen dat er veel in voorkomt waarvan ik den regten zin niet vatten kan en dan komt er bij dat het mij veeltijds niet gelegen komt de courant bedaard te lezen. Gij weet en begrijpt die dingen veel beter, en zult wel zo goed zijn ons dezen avond het een en ander daarvan te vertellen. Op dat moment werd er aan de deur geklopt, het was Jan Pieterz. die om een buurpraatje kwam. Wel drommels, zei Kees de knecht, dat komt er gek in, die vent is roomsch en zeker geen Oranjeman. Wil ik maar zeggen baas, dat je het thans niet gelegen komt? In het geheel niet, was het enigszins gramstorig antwoord van Kobus, laat de goede man binnenkomen, misschien heeft hij ook wat nieuws te vertellen, in allen gevalle mag hij aanhoren wat hier gesproken wordt . .
Meester Pieter had intusschen een frissche pijp aangestoken, zette zich in postuur en zei, Ja, wat de Franschen aangaat, zij veroveren de ene stad voor en den andere na. Een week voor de Beemsterkermis hebben ze de hoofdstad Kairo al ingenomen. Maar de Engelsen die er altijd op uit zijn wat te gabberen hebben ook niet stil gezeten. Zoodra ze er lucht van kregen, dat een Fransche vloot naar Egypte was gestevend, zonden ze die een Engelsche vloot achterna, onder bevel van den Admiraal Nelson. Wat hebben ze die Fransche vloot gehavend! Elf schepen vernield, de Fransche Admiraal zelf is met zijn schip in de lucht gevlogen... Ik geloof dat de zaak van de Franschen er niet beter op is geworden en het is zeer waarschijnlijk dat wij haast zullen horen dat Napoleon met de kous op den kop t‘huis komt, want omstreeks de Rijperkermis heeft den Turk aan Frankrijk den oorlog verklaard; daar komt bij dat de koning van Napels ook op zijn poot begint te spelen; hij wil den naar Frankrijk verbannen Paus Pius VI weer te Rome op zijn stoel hebben. Daarenboven heeft eene Russische vloot zich den 20-sten September met de Turksche verenigd. En als wij de jongste berigten gelooven mogen dan is er den 5.den Januarij tusschen Engeland en Turkije een verbond tot stand gekomen. Bijna de hele wereld is in rep en roer en er zullen misschien nog vele jaren nodig zijn eer een duurzame vrede Europa weer tot rust zal gebragt hebben . .


update nov./dec.'09

BEEMSTER IN DE FRANSE TIJD.

Op weg naar 30 mei 2010 elke kerkbode ook een stukje over de Franse tijd in de Beemster uit, ‘Grootvaders memorieboek’ van Jakob Bouman . . een vervolg op de boeren bruiloft van het vorige nummer.

Een drukke zaterdag . . (december 1794)
Het was op 27 December 1994 vroeg in den morgen dat de nijvere Louw zich aankleedde en zijn ontbijt gebruikte. ’t Was bijna nog nacht, zo even had de Rijperklok half vijf geslagen, toen ’s landmans gedienstige wederhelft hem den grooten flaphoed met een zakdoek stevig om de oren bond, terwijl hij beide handen in een paar ijslandse wanten verborg, gereed om als naar gewoonte de reis te voet naar Hoorn te aanvaar- den; hij was koopman, en moest op de gewone weekmarkt te dier stede handel drijven. Ofschoon het stevig vroor en de oostenwind hem vlak in het aangezigt woei stapte hij met stok en stevels gewapend vol koopmans geestdrift, moedig langs den hard bevroren Beemsterdijk. Na een half uur gelopen te hebben was hij de landhoeve Beemsterlust genaderd; het was hier dat hij, onder beschutting van ’t geboomte een ogenblik verademing nam onder het aansteken van zijn korte pijpje. Spoedig waren tonderdoos en vuurslag in gereedheid, weldra golfden wolken rook hem over ‘t hoofd. Ondanks al zijn voorzorg om niet opgemerkt te worden had de groote hond spoedig de lucht van hem gekregen en begon geweldig te blaffen.

Weldra was iedereen op Beemsterlust ijverig in de weer en een groot deel van de dag ging in vrolijke bedrijvigheid voorbij. Het was omstreeks 3 uren dat Kobus met zijn talrijke gezin aangezeten het middagmaal gebruikte – een grote tinnen schotel met goed gesausde grauwe erwten stond midden op de tafel, terwijl ieders bord van een ferm stuk spek was voorzien…

Intussen was meester Pieter, den barbier aangekomen. Meester Pieter was een man die ja, wel tot schoolmeester was opgeleid, maar, hoe het kwam weet ik niet, hij is het nooit geworden; niettemin was hij een uitstekend barbier. Hij had er bijzonder den slag van om allerlei grappen en aardigheden te vertellen, maar hij kon ook even goed, als het pas kwam ernstige zaken behandelen. In de politiek was hij ook geen vreemdeling, maar omdat hij een warm aanhanger was van het Huis van oranje, sprak hij daar zelden over. Vond hij echter een gelegenheid bij een of ander goed vriend zijn beklemd hart te luchten, dan verzuimde hij niet daarvan gebruik te maken. Dit was dien avond van de 27. Dec. 1794 het geval. “Wat nieuws is er in de Rijp, meester!”, sprak Kobus, “wat weet gij van den oorlog en van de landszaken, ziet het er alles nog even donker en treurig uit, of is er misschien enige schemering van hoop op beter?” “ Gij weet, beste vriend,” was het antwoord, “dat het spreekwoord, veel nieuws, zelden wat goeds, dikwijls niet ten onregte wordt gebruikt. Alles wat men tegenwoordig van den oorlog en van den toestand van ons vaderland en Oranje hoort is allertreurigst en doet ons ‘t ergste vreezen. De Franschen nade-ren ons met elken dag, en de partriotten worden hoe langer hoe stouter; het staat te duchten dat, indien Willem V, al niet onverwachts krijgsgevangen geraakt of verraderlijk om het leven gebragt wordt, hij welhaast genoodzaakt zal zijn het land te verlaten en elders veilige wijkplaats te zoeken… De Franschen hebben de Oostenrijksche Nederlanden reeds genoegzaam in hunne macht. De strenge vorst baant hun een weg om over het ijs tot in het hart van ons land door te dringen. Ja, vader Kobus, de kogel is door de kerk. Ontrouw aan de Vaderlandsche spreuk, ‘eendragt maakt magt’, heeft onze natie in partijen verdeeld. Fransgezinden en Oranjemannen staan thans vijandig tegen over elkander

Een rijk in zich zelven verdeeld kan niet blijven bestaan. . 

Door eendracht komen de kleine dingen tot bloei


update okt.'09

Een boeren bruiloft (1794)

Het was vrijdag, 14 Februarij 1794, dat een viertal verloofde paren zich bij den Schout van den Beemster kwam aanmelden om in ondertrouw te worden aangeteekend. Den volgenden Zondag had dientengevolge de eerste afkondiging plaats. De aandacht van allen was op het achttal gevestigd; te meer waren zij het onderwerp der dagelijkse gesprekken bij het jonge volk, omdat de ouders waren over eengekomen om de bruiloft gezamentlijk in één herberg te vieren. Zij waren met den kastelein Hoofd op Kroonenburg in accoord getreden. De fraaije ruime boerenwoning, destijds tot herberg ingerigt, was tot bovengenoemd oogmerk bijzonder geschikt. “Dat zal nog eens regt een bruiloft zijn die er naar rooit,” hoorde men uit de mond van jongelingen en meisjes, terwijl zij hun best deden om van de partij te zijn.

Wel was de toenmalige benarde toestand van het vaderland weinig geschikt om tot het houden van groote bruiloftspartijen aan te moedigen; maar, behalve dat men te platten lande zich niet zoo algemeen en uitsluitend met politieke zaken bemoeide, waren bovendien bruiloftsfeesten zozeer in de smaak van ’t land- volk, dat men er niet wel toe kon besluiten om dit volksvermaak achterwege te laten.

Heerlijk was de morgen van den 2den Maart. Reeds vroeg in de morgen zag men de onderscheiden treinen hun reis naar het gemeentehuis aanvaarden en spoedig was een aanzienlijk getal rijtuigen tezamen gevloeid. Nadat de huwelijksvoltrekking door de Schout had plaats gehad volgde de kerkelijke inzegening. Gemoedelijk en roerend was de toespraak van den predikant in het algemeen; ernstig en treffend de vermaning aan den gehuwden in ’t bijzonder.

Na geëindigde godsdienstoefening werden de paarden ingespannen. Het was een heerlijk gezicht, dat aantal rijtuigen met meer dan honderd vrolijke gasten beladen.

Alom prijkte het feestlokaal met jeugdig groen Inzonderheid was de eetzaal prachtig met lofwerk versierd en stond een wel voorziene tafel aangerigt.. een maaltijd heerlijk doch eenvoudig, en de wijn niet te vergeten liet zich zeer wel smaken. Zo verliep een vreugdefeest te midden van kommerlijke omstandigheden, die een reeks van jaren het lieve vaderland teisterde, en de nijvere bewoners dezer gemeente vaak beangstigden en benauwden . .